O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← De achtergronden van PasenGestalte en GeestUitzichten →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel II · Boek 2: De getuigen van Gods gestalte · p. 325–327

De schrik der naaktheid

Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. Want hierom zuchten wij: wij haken er naar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden, als wij maar bekleed, en niet naakt zullen bevonden worden.

2 Korinthiërs 5 : 1-3 (Vert. NBG.)

In de onderscheiden vertalingen en commentaren worden onze tekstwoorden heel verschillend opgevat. Ik wil hier slechts op één groot onderscheid wijzen. Sommigen lezen de grondtekst zo, alsof Paulus hier zijn twijfel uitspreekt of hij de wederkomst van Christus nog zal beleven. Vers 3 wordt dan zo vertaald: "Zo we tenminste dan nog gekleed zijn en niet naakt" (Canisius). Ook Tekst en Uitleg gaat in zijn uitleg die kant uit, ofschoon met dit onderscheid, dat daar niet gedacht wordt aan een langdurige naaktheid in de dood, maar slechts aan een ogenblik in het sterven. 67"Hij is een kind, dat tegen het uitkleden opziet." Vers 3 wordt echter goed vertaald: "Zeker als het is, dat we in die bekleding niet naakt zullen bevonden worden."68

Het is vrij zeker, dat wij deze kant niet uit moeten met onze teksten. Men heeft 2 Korinthe de meest persoonlijke brief van Paulus genoemd. Daartegen bestaat geen bezwaar, als wij dat persoonlijke maar niet in moderne zin opvatten. Er komt dan gemakkelijk wat romantiek bij. Paulus zou hier dan niet het paasevangelie, maar zijn persoonlijke kansen daarbij voor de gemeente overwegen.

De persoon naar antieke opvatting is echter een andere. Hij is een medium, dat voor een ander dient om er door te spreken of te leven. Zulk een medium is Paulus voor Jezus, zodat de apostel kan zeggen: "Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij" (Gal. 2 : 20). Paulus leeft in een zekere mediale vorm. Niet geheel actief en niet geheel passief, maar daartussen in. ⚑Onder dat gezichtspunt moet men dan ook deze teksten lezen. Een deel van de hoofdstukken van dit epistel kan men lezen als een paasbrief van de apostel. Jezus is gestorven en opgestaan; beide malen lichamelijk. Het eerste was de voorwaarde voor het laatste. En nu draagt de apostel het sterven van de Heer te allen tijde in zijn lichaam om, opdat ook het leven van Jezus zich daarin openbare. Dat is de karakteristiek van zijn apostolisch ambt. Voortdurend wordt hij in die kwaliteit aan de dood overgeleverd. Maar als hij dan speurt naar de andere helft van het evangelie, naar het Pasen, ook in zijn apostolaat, dan ziet hij niet allereerst op zichzelf, maar op de gemeente. "Zo werkt dan de dood in ons, doch het leven in u" (2 Kor. 4: 10 vv.). De verhouding tussen Jezus en Paulus herhaalt zich dus in de lijn van het apostolaat naar beneden toe. Lijden en opstaan, sterven en leven, staan daarin in een vaste verhouding. De zekerheid van het laatste is altijd even groot als die van het eerste. Het is een twee-eenheid, die men niet middendoor kan breken. Een mediale levensvorm, waarin een "lichte last der verdrukking van een ogenblik ... voor ons een alles verre te bovengaand eeuwig gewicht van heerlijkheid" bewerkt (4 : 17). Zij zijn als de ongelijke armen van een hefboom. Een licht gewicht heft aan de andere zijde een zwaar gewicht omhoog. Op deze dingen vestigt de apostel de aandacht van zijn lezers. Alles ademt hier zekerheid, objectiviteit. Voor twijfel en avontuur blijft geen plaats meer over. Paulus kan hier niet ineens gaan vragen: Zou ik, Paulus, de wederkomst van Christus nog beleven? Zou de slijtage, die mijn ambt meebrengt, daarvoor ook te groot zijn? - Neen, het lijden en de verdrukking in de aardse tent leveren hier juist het grote argument voor het geloof aan 'een eeuwig huis'.

Wij christenen - schrijft Paulus - weten, dat, ook al wordt onze aardse tent afgebroken, wij niet als onbehuisde schimmen in de onderwereld zullen nederdalen, maar dat er dan een hemelse woning voor ons klaar staat. De Korinthiërs zijn geen heidenen meer. Voor hen is het Pasen geweest. Dat kan men - zo gaat hij voort in vers 2 - 't beste zien aan onze manier van leven en van lijden. Die staat reeds in organisch verband met het wonen in ons eeuwig huis. Wij zijn als het hijgend hert in Psalm 42. Onze grote schrik is achter ons. Het is de naaktheid van de schim. Daarom valt de verdrukking ons licht. Zij geeft substantie, gewicht aan ons leven. Namelijk volharding, beproefdheid en een hoop die niet beschaamt (Rom. 5 : 4 v.). Want - zo schrijft de apostel in vers 3 van onze tekstwoorden - het staat toch immers vast, dat, als wij de hemelse bekleding eenmaal aangetrokken hebben, wij die naaktheid niet meer zullen hebben te vrezen.

Tenslotte nog eens, wij mogen deze paasbrief niet zo persoonlijk maken alsof Paulus hier voor de Korinthiërs zichzelf uitkleedt uit vreze voor een tijd of ook zelfs voor een ogenblik van naaktheid. Alsof hij in die paasbrief staat te bibberen voor de dood. - Dat zij verre! De apostel staat hier als medium tussen Christus en de gemeente; midden tussen kruis en opstanding, in onbewegelijk en onlosmakelijk verband met die beide. De heidenapostel is het, die het paganisme in zijn eigen leden omdraagt tegelijk met het sterven van Christus (2 Kor. 4 : 10) en die de schrik voor het schimmenrijk, waaronder zij zuchten, tot het grote bewijs maakt van zijn opstandingsprediking. Wij willen niet ontkleed worden! Wij willen niet naakt bevonden worden! Wij willen geen schimmen worden! Jezus leeft en wij met Hem! Dood, waar is uw schrik gebleven?

Eindnoten

  1. 67

    A. van Veldhuizen, Korinthiërs (TU.), p. 128.↩

  2. 68

    A. w., p. 52.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← De achtergronden van PasenGestalte en GeestUitzichten →