O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← RetardatieGestalte en GeestUitzicht en dood →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel 1 · Boek 1: Over de toppen des levens · p. 196–198

De middelaar

Welnu, vergeef toch hunne zonde,- maar indien dit onmogelijk is, wis mij dan uit het boek dat Gij geschreven hebt.

Exodus 32 : 32 (Le.V.)

Onze tekstwoorden komen voor in het verhaal van het gouden kalf, dat de Israëlieten bij de berg Sinaï oprichtten, toen Mozes veertig dagen en veertig nachten bij God op die berg vertoefde. En het is om deze grote zonde, dat Mozes daarheen terugkeert, om verzoening te doen. Het is bij die gelegenheid dat hij de woorden spreekt, die hierboven staan uitgeschreven. Mozes gaat in de plaats van het volk staan; hun zonde wil hij op zich nemen; de gevolgen daarvan wil hij dragen. Wanneer het niet anders mogelijk is, moge God zijn naam uitwissen uit het boek des levens. Hij zal dan boeten voor zijn volk. Er zijn gevallen, waarin een woord de aangesprokene overmant en in verlegenheid brengt, zodat hem geen keus meer overblijft dan zich gewonnen te geven of een uitvlucht te zoeken. Ik denk aan Juda, die, toen Jozef Benjamin in Egypte wilde achterhouden, aanbood om zelf in diens plaats als slaaf te blijven. Toen kon Jozef zich niet langer bedwingen en hij liet alle man van zich uitgaan... en hij weende (Gen. 45 : 1 v.). Moeten wij ons God ook niet zo voorstellen, als Mozes dit tot Hem spreekt? Maakt Hij niet die indruk, als Hij Mozes' aanbod haastig afwijst en de zaak uitstelt? En wat heeft de Vader gedaan, toen Hij, na Jezus' vierde kruiswoord, drie uren lang zijn aangezicht met duisternis omhulde?

De woorden van een middelaar, een plaatsbekleder, zijn de meest aangrijpende, die wij kennen. Zij zijn ook God te sterk en brengen bij Hem die heilige verlegenheid te weeg, waardoor de zaak der wereld en van zijn volk wordt beslist.

Mozes is in zijn derde levensperiode zulk een middelaar. Hij heeft de kunst geleerd om de moeilijkheden, die er voorkomen, niet als zijn eigen zaak te beschouwen, maar als die van zijn volk en van God. Hij gaat er niet ras toe over om ze te beslechten, maar pas na lange aarzeling en onder aanmerkelijke tegenstand, die hij bij zichzelf moet overwinnen. De drang tot handelen komt nu niet meer van de kant van zijn volk, maar van Gods zijde. Het bloed is niet meer de beslissende factor, maar de Geest en het Woord Gods. Zijn volk heeft hij eer tegen zich. Hun tegenspraak moet hij verdragen en overwinnen (Hebr. 12 : 3). Hij staat nu aan de zijde Gods en volbrengt de taak, die Deze hem oplegt. Hij vertegenwoordigt God tegenover zijn volk en de Here steunt hem daarbij met tekenen en wonderen. Wanneer hij deze steun van zijn Zender niet achter zich had, zou hij het werk geen dag kunnen doen. Maar nu kan hij de tegenspraak verdragen en wordt dagelijks meer de zachtmoedige onder de mensen. Hij kan dat, omdat hij die tegenspraak op God kan afwentelen. Zachtmoedigheid is de hoofdeigenschap, die de gezondene leert van Hem, die zijn zon laat opgaan over bozen en goeden en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Matth. 5 : 45). Dit is de volmaaktheid, waarin hij Hem moet gelijk worden (5 : 48).

Deze eis der volmaaktheid lijkt ons vaak een overdrijving van het Evangelie. Praktisch zetten wij hem dan op non-activiteit. Wij beschouwen hem als een extatische verheffing in de bergrede, die ver boven ons leven uitgaat.

De middelaar des Ouden Testaments, Mozes, leert ons echter anders. Hij overtreft God in zachtmoedigheid. Hij tracht God te verbidden door zijn voorbede voor het volk. Hij biedt zichzelf als offer aan. God had andere plannen gehad. Hij had Mozes een voorstel gedaan. Hij had tot Mozes gezegd: "Laat Mij toe, dat mijn toorn tegen hen ontsteke en hen vertere; zo zal Ik u tot een groot volk maken" (Ex. 32 : 10). Nu doet Mozes een tegenvoorstel, het omgekeerde. Het volk moge behouden blijven en Mozes zelf diene als offer.

Zulke dingen staan in de bijbel. Ik noemde het de heilige verlegenheid Gods. Zij komt gewoonlijk niet voor onder de eigenschappen Gods. Maar zij kan misschien het best dienen om ons Hem te doen liefhebben. De zachtmoedigheid Gods, als Hij bozen en goeden, rechtvaardigen en onrechtvaardigen gelijk behandelt, is geen begrip, geen abstractie. Deze zachtmoedigheid is hier een mens, Mozes geheten. En in het Evangelie is zij weer een mens, Jezus genaamd (Matth. 11 : 29). God komt hier zijn eigen volmaaktheid tegen, Hij ontmoet haar in Mozes. Had Hij niet tot deze gezegd: "Ik zal u leren wat gij spreken zult?" Nu heeft Mozes het geleerd en zó goed, dat het God zelf in verlegenheid brengt. Een heilige, beminnenswaardige verlegenheid. De zachtmoedigheid, die uit Mozes' woorden spreekt, is groter dan de zijne. De toorn, waarmee Mozes van de berg af is gezonden, keert tot God terug in de vorm van deze aangrijpende voorbéde.

God blijft niet gelijk onder zijn werk. Hij is geen standbeeld, maar een Geest (Joh. 4: 24). In zijn weten en zijn werk, in zijn leren overtreft Hij zichzelf. God is een overvloeiende fontein. In zijn gezondenen, zijn middelaars, in Mozes en in Jezus, is zijn werk Hem voorop. Het keert tot Hem terug en ontmoet Hem; stelt zich voor Hem en brengt Hem in verlegenheid. Dan mag omgekeerd Mozes Hem leren, wat Hij spreken zal. Dan spreekt Hij ook later uit de mond van Mozes, als Hij zegt: "Mijn hart is in Mij omgekeerd, al mijn berouw is te zamen ontstoken. Ik zal de hittigheid mijns toorns niet uitvoeren - want ... Ik ben God en geen mens" (Hos. 11 : 8 v.).

En als Jezus later komt, de Middelaar van een beter verbond (Hebr. 8 : 6), dan zegt Hij niet meer, zoals tegen Mozes, als deze zich als offer aanbiedt: "Die zoude Ik uit mijn boek delgen, die aan Mij zondigt." Neen, dan neemt Hij het offer aan.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← RetardatieGestalte en GeestUitzicht en dood →