O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Hemel en helGestalte en GeestOndergang →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel 1 · Boek 2: Gestalte en Geest · p. 220–222

David, de speelman

...en David tokkelde de snaren.

1 Samuël 19: 9 (Vert. NBG.)

... en Jonathan had hem lief als zichzelf.

1 Samuël 18 : 1 (Vert. NBG.)

Deze meditatie sluit enigszins aan bij die onder de titel Ontlediging. Daar werd er op gewezen, hoe David, in onderscheiding van Saul, zijn koninklijke baan spelenderwijze opgaat. Hoe de delen van het ambt, waartoe hij door God verkoren en gezalfd was, hem pas stuk voor stuk worden opgelegd. Wij vonden in dat lichte beginnen en in die speelse aanvat van het zware werk, dat God hem te doen zou geven, een zekere afschaduwing van Christus' persoon en rijk. De verkiezing is een voortgaande en legt niet dadelijk het volle gewicht op de schouders.

Bij David is het de tijd van zijn eerste liefde (1 Sam. 18 : 20) en van zijn vriendschap met Jonathan. Ook "geheel Israël en Juda hadden David lief' (18 : 16). David was een van die gunstelingen Gods, voor wie de wereld schijnt geschapen te zijn en die voor leeuwen en beren (17 : 34), voor speren en zwaarden (18 : 11, 27) onkwetsbaar lijken te zijn.

'David en Jonathan', zo zou dit hoofdstuk uit het boek van Davids leven moeten heten. Eerder dan 'David en Michal'. Michal is in Davids roeping en ambt nooit recht ingekomen. Men zie daaromtrent onze meditatie Onschendbaar (p. 214 vv.). Zij is meer de dochter van haar vader gebleven. Eénmaal heet zij "de vrouw van David" (1 Sam. 19 : 11). In het tweede boek Samuël heet zij echter steeds weer "de dochter van Saul" (2 Sam. 3 : 13; 6 : 16, 20, 23). Maar Jonathan heeft het geheim van Davids roeping gedeeld. Hij heeft gezien dat aan deze de toekomst was en dat er voor hemzelf en zijn nakomelingschap ook geen uitzicht bestond dan in die weg. Inwendig had hij, toen hij David lief kreeg, tegelijk afstand gedaan van zijn rechten als troonopvolger. Hij bleef niet 'de zoon van Saul', zoals Michal 'de dochter van Saul', maar werd 'de vriend van David'; geheel. Hij had hem lief "als zichzelf". "Jonathan sloot een verbond met David omdat hij hem liefhad als zichzelf. Jonathan trok de mantel uit, die hij droeg, en gaf die aan David, ook zijn wapenrok, zelfs zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel" (18 : 3 v.).

Deze overgave is te merkwaardiger, omdat Jonathan ook zelf een held uit duizend was en, vóór Davids verschijning, de afgod van het volk, de hoofdpersoon in het profetisch verhaal (1 Sam. 13 : 23 vv.). Maar als David opkomt, deze herdersknaap zonder wapenrusting, uit de velden van Efratha, als op een vakantiedag, en, zonder plan en zonder moeite, ruim baan voor zich maakt in de slag en in het leven, alsof God de dag voor hem had aangestoken, dan heeft Jonathan nog slechts één begeerte: met David in het licht daarvan te wandelen. Deze toewijding van Jonathan is van hogere orde, en staat in evenredigheid met de plaats, die David in de bijbel, in Oud en Nieuw Testament, bekleedt.

Zij heeft niets te maken met een paleisrevolutie. Jonathan blijft zijn vader volkomen trouw. David zingt er later van in zijn klaagzang: "Saul en Jonathan... waren in leven en sterven niet gescheiden" (2 Sam. 1). En David zelf doet in die trouw voor hem niet onder.

Neen, er is hier iets anders, een verborgenheid. Soms ontstaat er een opening in het leven, een poort, een doorgang naar de eeuwigheid. Vrolijkheid en licht zijn er in zulke poorten. Wie er doorgaat viert feest: kerstfeest, paasfeest of pinksterfeest. Dan kan het verbond Gods voortgang hebben. De feesthoudende menigte kan doorgaan.

Zo was de dag van de verschijning van David de speelman. Alles schijnt dan als vanzelf te gaan, want God is in het spel. Er is weinig opzet, weinig toeleg in. Men zou Davids eerste optreden bijna dartel kunnen noemen. Een slinger, een harp zijn de attributen van deze held. Zelfs wanneer het begint te nijpen en de opening, die God voor hem overlaat, enkel maar een venster in de nacht is (1 Sam. 19 : 12), dan gaat het spel nog door, als de terafim grinnikt onder de dekens en God lacht in de hemel.

Jonathan heeft dit feest, dit spel, herkend als de weg Gods en hij heeft er zich aan verloren gegeven. Want dan zijn tegelijk alle andere doorgangen gesloten. Voor hem en zijn nakomelingen is er maar deze éne weg: met David. "De Here zal tussen mij en u staan en tussen mijn en uw nakomelingen voor altijd" (1 Sam. 20 : 42).

Saul weet het ook dat zijn koningschap geblokkeerd is, omdat David is uitverkoren. Hij staat als voor een muur, waarin geen doorgang is, en dat vormt de wanhoop van zijn leven en is de oorzaak van zijn razernij. Hij heeft het gevoel dat alles zich tegen hem keert: Samuël, David, Jonathan, Michal; tenslotte ook zijn eigen zwaard (1 Sam. 31 : 4).

Maar zij zijn niet tegen hem en - God ook niet. Het is een vreselijk geheim: hij is het zelf. Zelf valt hij in zijn zwaard; zelf is hij tegen David, tegen God.

Deze speeltijd Davids was de morgen van een groot koninkrijk. En de glans van die morgen, de betovering van het spel zijn nog nimmer verglommen en gedoofd.

Zone Davids is nog altijd een der titels van Hem, aan wiens voeten alle dingen onderworpen zijn (1 Kor. 15 : 27). En het feestgeroep, waarmee deze Koning van het Godsrijk wordt ingehuldigd, maakt steeds gaarne gebruik van die titel (Matth. 21 : 9). Zoals het beeld van de Maagd van Orleans van de oogappel van iedere Fransman kan worden afgelezen, zo staat dat van de fluitspeler (Luk. 7 : 32), die Davids Zoon was, altijd te tintelen op de oogappel van ieder waarachtig christen.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Hemel en helGestalte en GeestOndergang →