O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← De verhouding van dogmatiek en ethiekInhoudMonnik en Puritein →

Verzamelde Werken, deel 6 · p. 509–510

Concept-Herderlijk Schrijven over de genotzucht1

De wereldgelijkvormigheid is een kwaad, waartegen de apostel Paulus de gemeente uitdrukkelijk heeft gewaarschuwd (Rom. 12 : 2). Het is een zonde waarvoor zij steeds op haar hoede moet zijn. Maar in onze tijd is er wel zeer bijzonder reden om dit gevaar met de vinger aan te wijzen.

Wij zijn allen met ontzetting vervuld geworden over de ruwheid en de onmenselijkheid, die het leven in de christenheid gedurende de oorlog heeft aangenomen. Wij hebben geklaagd over het heidendom dat over ons was losgebroken. Maar wij mogen niet nalaten de hand in eigen boezem te steken. Wij moeten ons afvragen of dit wel heidendom was. Was het geen bedorven christendom, een smakeloos geworden zout? Was het misschien een kerk in ontbinding? Een gemeente die de gemeenschap der heiligen, de vergeving der zonden, de opstanding des vleses en het eeuwige leven vergeten en verwaarloosd had en bezig was om te komen in eigen zonde? Gedoopte christenen, avondmaalsgangers waren de spelers in dit vreselijk drama.

Uit het jongste verleden komen ons achterna een geur van moordenaarswellust en een lijkenlucht die de mensheid met walging voor zichzelve moeten vervullen. Er is een oordeel over onze lichamelijkheid voltrokken zo ontstellend als de wereld nimmer gekend heeft. Onder dit oordeelslicht zullen wij onze christelijke stand moeten herzien. Wanneer dit niet geschiedt, zal het enkel tot nog vreselijker hel leiden als er nog mensen geboren worden. In Amerika worden reeds huizen gebouwd, die kinderloos moeten blijven.

In verband hiermee voelen wij ons gedrongen te wijzen op sommige verschijnselen, die de achtergrond vormen van de zopas genoemde verschrikkingen. Er was niet alleen in de oorlog, maar er is ook in het gewone leven een op de voorgrond komen van het menselijk lichaam, dat gelijke tred houdt met de uitholling van het innerlijk en de ontzieling van gehele standen en groepen van ons volk. Soms schijnt het alsof de menselijke ziel haar zetel heeft verplaatst naar de huid. Deze brutale lichamelijkheid, deze opzettelijke naaktheid, dit uitslijten van de schaamte, deze danswoede hebben zich ook in de gemeente diep ingedrongen. Zij zijn in strijd met de ingetogenheid, die de christelijke levensvorm behoort te kenmerken. Zij behoren tot dezelfde orde als het sadisme uit de oorlog. Sadisme is afstervende innerlijkheid en veretterend medelijden. - Ook dit is geen heidendom. Het is erger. Het behoort tot de ontbindingsverschijnselen ener christenheid, die ons in zo vreselijke mate is te zien gegeven.

Darom moge de gemeente bedenken dat ons lichaam, onze hand, onze voet, ons niet regelrecht ter beschikking staan, omdat God ze geschapen heeft en omdat wij geboren zijn. Wij zijn gedoopt en die Doop betekent een bad der wedergeboorte. Wij moeten ons lichaam bij gelijkenis weder ontvangen, zoals Abraham Izaäk terug ontving, toen hij hem aan God had afgestaan. Onze ziel moet niet naar buiten in ons lichaam worden ingelijfd, maar ons lichaam moet in Christus worden ingelijfd. Wij zijn er voor bestemd een geestelijk lichaam van God te ontvangen.

Daarom behoren wij niet de wereld, maar Christus gelijkvormig te worden. Wanneer wij met Hem willen opstaan en de gelijkheid aan zijn heerlijk lichaam deelachtig worden (Fil. 3 : 21), dan moeten wij ook zijn dood gelijkvormig worden (Fil. 3 : 10). Dat betekent een rem op onze natuurlijke lichamelijkheid, die niet straffeloos kan worden afgezet. Een christenheid die dat doet, vervalt in de diepte des Satans (Openb. 2 : 24).

Wanneer de dingen zo staan, dan behoort de gemeente op dit punt uit haar slaap te ontwaken. Velen hebben er bewust aan meegewerkt de grenzen tussen kerk en wereld te doen verflauwen. Het neerhalen van iedere scheiding scheen hun winst. Moge het besef weer levendig worden, dat dit lichaam der zonde en des doods bestemd is om geofferd te worden (Rom. 12 : 1). Degenen die als de pelgrims uit de bijbel gasten en vreemdelingen op aarde zijn, zoeken een ander vaderland, maar ook een ander lichaam.

Alleen op die wijze kan de dood zijn prikkel en de hel haar overwinning verliezen. De dood en de hel, die zich opmaken ons te verslinden. Onze boete zal haar kracht moeten ontlenen aan een innerlijke blijdschap over onze gelijkvormigheid met Jezus' dood en opstanding. Dan zal onze wandel in de hemelen zijn.

Eindnoten

  1. 1

    N. zond het Concept-Herderlijk Schrijven over de genotzucht (door de red. aldus getiteld) op 8 september 1946 aan het moderamen van de Generale Synode der N. H. Kerk. Op 31 oktober 1946 is in de synode Noordmans'zogenoemde Concept-Herderlijk Schrijven over de genotzucht aan de orde geweest. Het Concept werd niet geschikt geoordeeld; vgl. de Handelingen van de vergaderingen van de Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare 1945146, 's-Gravenhage 1946, p. 644 v. Vgl. ter zake de door de synode als kanselafkondiging vastgestelde Adventsboodschap dd. 1. 1 1. 1946 in Documenten Nederlandse Hervormde Kerk 1945-1955, 's-Gravenhage z.j., p. 29 v. De tussen Noordmans en het moderamen over het Concept (Archief N. H. Kerk) gevoerde correspondentie volgt hieronder. In deze correspondentie is sprake van een eerder concept van N.; dit is niet teruggevonden.

    1. Moderamen aan N., dd. 13.7.1946:

    ... Reeds geruime tijd geleden ontving de Generale Synode verzoek van de Jonge Lieden Christelijke Geheelonthouders Bond om zich uit te spreken over het alcoholvraagstuk met de bedoeling, dat de kerk op dit terrein haar invloed zou laten gelden, en de 'drinkgewoonte' zou brandmerken als onverenigbaar met 'een recht christelijk geloof'.

    Deze brief werd doorgezonden naar de sectie Kerk en Samenleving en naar de Raad voor de Inwendige Zending, welke tot de conclusie kwam, dat het inopportuun zou zijn wanneer de kerk over dit onderdeel een uitspraak zou doen en waarin de sectie tegelijk adviseerde een uitspraak over de genotzucht in het algemeen te overwegen.

    Het kwam het Moderamen voor, dat het goed zou zijn deze zaak voor te leggen in de eerstvolgende Generale Synode, welke de 22e juli te Driebergen wordt gehouden. Het Moderamen zou het echter zeer op prijs stellen indien aan deze Synode als uitgangspunt van haar besprekingen reeds het concept van een Herderlijk Schrijven over deze zaak zou kunnen worden voorgelegd.

    Het Moderamen zou het zeer op prijs stellen, indien u zulk een concept zoudt willen opstellen en dit voor de 22e juli zoudt kunnen verschaffen. Het is de bedoeling, dat in dit Herderlijk Schrijven gehandeld wordt over de christelijke levensstijl, welke een zekere ascese in zich sluit.

    De vrucht en het genot zouden met klem moeten worden afgewezen. Het is van groot belang, dat dit stuk in eenvoudige taal gesteld wordt en voor een zo groot mogelijke kring verstaanbaar is.

    Gaarne zou ik spoedig van u willen vernemen of u bereid bent, spoedig aan dit verzoek gehoor te geven...

    2. N. aan Moderamen, dd. 16.7.1946:

    ... In beleefd antwoord op uw schrijven van 13 juli 1946, nr. L/L 5265, dat ik heden ontving, verklaar ik mij bereid het gevraagde concept over sobere levensstijl op te stellen en u zo spoedig mogelijk toe te zenden.

    In uw brief komt in de voorlaatste alinea een uitdrukking voor, die ik niet helemaal versta. U schrijft daar: "De vrucht en het genot zouden met klem moeten worden afgewezen." Dit is mij niet duidelijk. Het is echter niet nodig dat u opheldering geeft, daar uw bedoeling verder duidelijk genoeg is...

    3. N. aan Moderamen, dd. 19.7.1946:

    ... Hierbij doe ik u toekomen het bij uw schrijven van 13 juli jl. gevraagde concept voor een Herderlijk Schrijven inzake de christelijke levensstijl. Ik heb het gegeven bijbels en in de geest der prediking behandeld. Ik had ook meer historisch en ethisch te werk kunnen gaan. Maar voor een Herderlijk Schrijven leek mij dat te betogend en daardoor te weinig direct. Er komt dan gemakkelijk wat romantiek onder. Het mooie van ons sobere, kerkelijke leven. Dit heb ik in dit geval zoeken te vermijden. Daarom heb ik de spanning der bijbelse prediking toegepast.

    Gij hadt mij niet geschreven over de lengte van het concept. Ik weet niet precies welk gebruik er van gemaakt zal worden. Ik hoop echter dat het als concept dat voor uitbreiding of inkrimping vatbaar is, kan dienen. - Er was geen tijd om u nadere inlichtingen te vragen

    4. Moderamen aan N., dd. 3.8.1946:

    ... Ik wil niet nalaten, u hartelijk dank te zeggen voor de toezending van het concept voor het Herderlijk Schrijven inzake de christelijke levensstijl. Het zal op de agenda van de eerstvolgende vergadering der Generale Synode komen.

    Inderdaad was in de brief van 13 juli jl. een fout geslopen; de desbetreffende passage had behoren te luiden: "De vlucht in het genot zou met klem moeten worden afgewezen." ...

    5. N. aan Moderamen, dd. 7.8.1946 (antwoord op schrijven 3.8.1946, nr. 6220 W/Z-632616479):

    ... In antwoord op uw bovengenoemd schrijven zou ik u willen vragen, het concept-Herderlijk Schrijven inzake kerkelijke stijl van leven ... nog voor enkele dagen aan mij te willen terugzenden. U hebt het mij onlangs op hele korte termijn gevraagd en het liep toevallig zo, dat ik het, om op tijd te zijn, opeen nachtelijk uur moest samenstellen. Ik zou de redactie van dit Herderlijk Schrijven-in-concept gaarne nog eens rustig willen overwegen, nu het pas voor de volgende Synode behoeft te dienen...

    6. Moderamen aan N., dd. 13.8.1946:

    ... In antwoord op uw schrijven dd. 7 dezer, deel ik u mede, gaarne aan uw verzoek te zullen voldoen. Hierbij ingesloten vindt u het door u gemaakte concept. Het was reeds gestencild ten behoeve van de synodeleden, doch dit behoeft geen bezwaar voor revisie te zijn...

    7. N. aan Moderamen, dd. 8.9.1946:

    In verband met uw schrijven van 13 augustus jl. (nr. L/K 6432, onderwerp 7121), doe ik u hierbij een gewijzigd concept-Herderlijk Schrijven toekomen. Ik meende het stuk iets meer op de zaak te moeten toespitsen, ofschoon ik het schriftuurlijk raam heb behouden. Ik heb het dus niet uitgewerkt in de zin van een uitbeelding van een levensstijl. Ik zou dat vroeger waarschijnlijk wel gedaan hebben. Maar ik meen nu dat dit te romantisch is en te zwak met het oog op de vreselijke gevaren, waarin de christenheid verkeert. Stijl blijft altijd iets betrekkelijks en eigenwilligs. Ik hoop dat mijn concept ergens voor dienen kan ...↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← De verhouding van dogmatiek en ethiekInhoudMonnik en Puritein →