Concept-Herderlijk Schrijven over de genotzucht1
De wereldgelijkvormigheid is een kwaad, waartegen de apostel Paulus de gemeente uitdrukkelijk heeft gewaarschuwd (Rom. 12 : 2). Het is een zonde waarvoor zij steeds op haar hoede moet zijn. Maar in onze tijd is er wel zeer bijzonder reden om dit gevaar met de vinger aan te wijzen.
Wij zijn allen met ontzetting vervuld geworden over de ruwheid en de onmenselijkheid, die het leven in de christenheid gedurende de oorlog heeft aangenomen. Wij hebben geklaagd over het heidendom dat over ons was losgebroken. Maar wij mogen niet nalaten de hand in eigen boezem te steken. Wij moeten ons afvragen of dit wel heidendom was. Was het geen bedorven christendom, een smakeloos geworden zout? Was het misschien een kerk in ontbinding? Een gemeente die de gemeenschap der heiligen, de vergeving der zonden, de opstanding des vleses en het eeuwige leven vergeten en verwaarloosd had en bezig was om te komen in eigen zonde? Gedoopte christenen, avondmaalsgangers waren de spelers in dit vreselijk drama.
Uit het jongste verleden komen ons achterna een geur van moordenaarswellust en een lijkenlucht die de mensheid met walging voor zichzelve moeten vervullen. Er is een oordeel over onze lichamelijkheid voltrokken zo ontstellend als de wereld nimmer gekend heeft. Onder dit oordeelslicht zullen wij onze christelijke stand moeten herzien. Wanneer dit niet geschiedt, zal het enkel tot nog vreselijker hel leiden als er nog mensen geboren worden. In Amerika worden reeds huizen gebouwd, die kinderloos moeten blijven.
In verband hiermee voelen wij ons gedrongen te wijzen op sommige verschijnselen, die de achtergrond vormen van de zopas genoemde verschrikkingen. Er was niet alleen in de oorlog, maar er is ook in het gewone leven een op de voorgrond komen van het menselijk lichaam, dat gelijke tred houdt met de uitholling van het innerlijk en de ontzieling van gehele standen en groepen van ons volk. Soms schijnt het alsof de menselijke ziel haar zetel heeft verplaatst naar de huid. Deze brutale lichamelijkheid, deze opzettelijke naaktheid, dit uitslijten van de schaamte, deze danswoede hebben zich ook in de gemeente diep ingedrongen. Zij zijn in strijd met de ingetogenheid, die de christelijke levensvorm behoort te kenmerken. Zij behoren tot dezelfde orde als het sadisme uit de oorlog. Sadisme is afstervende innerlijkheid en veretterend medelijden. - Ook dit is geen heidendom. Het is erger. Het behoort tot de ontbindingsverschijnselen ener christenheid, die ons in zo vreselijke mate is te zien gegeven.
Darom moge de gemeente bedenken dat ons lichaam, onze hand, onze voet, ons niet regelrecht ter beschikking staan, omdat God ze geschapen heeft en omdat wij geboren zijn. Wij zijn gedoopt en die Doop betekent een bad der wedergeboorte. Wij moeten ons lichaam bij gelijkenis weder ontvangen, zoals Abraham Izaäk terug ontving, toen hij hem aan God had afgestaan. Onze ziel moet niet naar buiten in ons lichaam worden ingelijfd, maar ons lichaam moet in Christus worden ingelijfd. Wij zijn er voor bestemd een geestelijk lichaam van God te ontvangen.
Daarom behoren wij niet de wereld, maar Christus gelijkvormig te worden. Wanneer wij met Hem willen opstaan en de gelijkheid aan zijn heerlijk lichaam deelachtig worden (Fil. 3 : 21), dan moeten wij ook zijn dood gelijkvormig worden (Fil. 3 : 10). Dat betekent een rem op onze natuurlijke lichamelijkheid, die niet straffeloos kan worden afgezet. Een christenheid die dat doet, vervalt in de diepte des Satans (Openb. 2 : 24).
Wanneer de dingen zo staan, dan behoort de gemeente op dit punt uit haar slaap te ontwaken. Velen hebben er bewust aan meegewerkt de grenzen tussen kerk en wereld te doen verflauwen. Het neerhalen van iedere scheiding scheen hun winst. Moge het besef weer levendig worden, dat dit lichaam der zonde en des doods bestemd is om geofferd te worden (Rom. 12 : 1). Degenen die als de pelgrims uit de bijbel gasten en vreemdelingen op aarde zijn, zoeken een ander vaderland, maar ook een ander lichaam.
Alleen op die wijze kan de dood zijn prikkel en de hel haar overwinning verliezen. De dood en de hel, die zich opmaken ons te verslinden. Onze boete zal haar kracht moeten ontlenen aan een innerlijke blijdschap over onze gelijkvormigheid met Jezus' dood en opstanding. Dan zal onze wandel in de hemelen zijn.