O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Afscheid SuameerAndere preken25 jaar ambt →

Verzamelde Werken, deel 7 · Andere preken · p. 418–420

Intrede Laren

Opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn.

1 Korinthiërs 2 : 12b

Gemeente van Laren, het is een zeldzaam gevoel dat iemand bekruipt, als hij zich verbindt aan een nieuwe gemeente. Wat een onbekende aangezichten. En voor die allen heeft men beloofd iets te zullen zijn. En gij kent ze nog niet. Des te meer waar het eeuwige dingen betreft.

Op menig gebied bestaat organisatie, zodat ge in een betrekking weet, wat men van u wacht en of ge 't kunt. Hier de vraag: Zal ik de ziel kunnen vinden? Zal er aanpassing zijn? Dit is een moeilijk ding, omdat een mens zo'n gesloten wezen is. Het lichaam zo duidelijk, de ziel zo verborgen. Als ze opgejaagd is, verbergt ze zich weer, als het wild. De Evangelie-prediker behoeft de kunst van Orfeus, die de dieren lokte.

Toch komen wij tot u in de naam van de grote zielenvoerder Jezus Christus. Hij is op dit terrein het erkende Hoofd der mensheid. Jezus Christus weet de zielen te vinden. Wat wijzelf niet zouden kunnen, verstaat Hij. Dat is de bestaansreden van een christelijke gemeente. Daartoe zijn wij tezamengevoegd. Daarom is Hij de grote Gave Gods, de 'Zoon' noemt Hem de christelijke kerk.

Christus-prediking - dit is het grote middel om de zielen te leiden naar de eeuwigheid. Kenmerk van 't christendom is: op de voorgrond komen van de ziel. Empirisch, de ziel erbij; transcendentaal, de ziel alles. Wij hebben in dat opzicht geen gelukkige tijd beleefd. Materialisme, stoffelijke cultuur. Grote zielewonderen in 't christendom, vroeger. Onze tijd roept weer om de goede Herder, Jezus Christus. De stoffelijke cultuur heeft haar glans verloren. Wat baat het een mens, zo hij... enzovoort (Mt. 16 : 26)?

De dingen die ons van God geschonken zijn: dat zijn alle dingen, alle goede gaven. Maar er zijn dingen die wij in zeer bijzondere zin 'goddelijk' noemen. Te allen tijde hebben mensen uitgeroepen: Hier is Gods vinger!, of hebben met eerbied en ontzag het eeuwige in de tijd ontdekt. De christelijke kerk is erfgename geworden van al die openbaringen Gods. Zij wordt het hoe langer zo meer. Wel soms: Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn (Joh. 10 : 16). Maar halve maan en andere sterren verbleken voor het licht van de Zon der gerechtigheid (Mal. 4 : 2).

Dingen die ons van God geschonken zijn. Het gaat om de glanzen der eeuwigheid. Maar het Evangelie brengt ons deze dingen zo nabij. Christus' aangezicht. Het is niet meer de onbekende God, maar God is geopenbaard in Jezus Christus. Een bekend schrijver heeft de belijdenis der kerk bij een haardvuur vergeleken. Gij zoudt zeggen: een Gelderse haard. Men voelt er zich thuis. Het zijn krachtige verzekeringen, innige liederen, vrome ervaringen, die de schat uitmaken der kerk. Wij moeten ze leren kennen, de dingen die ons van God geschonken zijn.

Tegenover deze schatten is hoge eerbied eis. Egyptisch koningsgraf: drieduizend jaar. Deze dingen: eeuwige dingen. Buigen komt hier te pas, meer dan de neus omhoog steken. Geloof is het grote woord. Geloven is een weldaad, ontspanning. Kennen is hier deemoedig geloven. Hier komt de geleerde naast de eenvoudige op 't zelfde bankje. Aanbidding. Devotie.

Onze tijd heeft devotie nodig. Augustinus klaagt over gezwollen, hoogmoedige ogen. Als hij niet ootmoedig is, willen de dingen ook hoogmoedig tegenover hem zijn. Luther zegt dat het erom gaat een genadig God te krijgen. Zo moeten wij in deemoed leren kennen de dingen, die ons van God gegeven zijn.

Deze dingen zijn niet om elkaar ermee lastig te vallen. Daarmee bedoel ik niet dat het slapende dingen zijn. Het geloof is een onrustig ding. Maar wie deemoedig knielt, laat ruimte naast zich. Ik bedoel hiermee niet een christendom boven geloofsverdeeldheid. De dingen die van God gegeven zijn, zijn grote dragende krachten. De Christusdrager wordt door Christus gedragen. Christus draagt hem. Soms dragen wij Christus als een afgodsbeeld, en denken dat we Hem tegen aanraking moeten beschermen. Christus zelf draagt ons, en er is plaats naast ons voor velen en anderen.

Tegelijk echter wordt daardoor het eigenmachtige weggenomen. Wij mogen niet en kunnen niet zoals wij willen. Wij drijven niet ons eigen zaakje. Ook ik kom hier niet mijn eigen dingen doen. Het zou geen nut hebben u te zeggen, hoe ik precies zal zijn en handelen. Ik weet dat zelf niet.

Het Evangelie is geen steil en star beginsel, geen stokpaard. Het is een goed en barmhartig, ook heilig en sterk Woord, dat ons met heilige noodzakelijkheid dwingt. Onze zinnen moeten geoefend tot onderscheiding der geesten. Er staan geen briefjes op de geesten. Met innerlijke speurzin moeten wij de Geest van Christus herkennen. Kaf en koren groeien, schapen en bokken lopen in deze wereld dooreen. De innerlijke verwantschap moet naar keuzeverwantschap zich openbaren. Het is geen bloedverwantschap, maar geestverwantschap die ons trekt. Geen vaste trekken die men afleest. Maar innerlijke bewegingen die men speurt. Zo stoten wij af en trekken aan. Met geestelijke sympathie en antipathie, met liefde en heilige toorn werkt Christus schiftend en verbindend in deze wereld. Niet conservatief, maar behoudend. Behoudend voor God, wie toekomt alle lof en aanbidding.

De predikant onzer dagen ziet zich geplaatst voor allerlei nieuwe vragen en moeilijkheden. Wat een bekend staatsman van hem vroeg, lijkt mij niet te veel gevraagd: Een sfeer te scheppen waarin het christendom zich kan ontplooien. 'Heeroom' te zijn is niet voldoende. Het zijn niet enkel gerede dingen, heilige vaten die hij met eeuwige sprenkels wijwater heeft te dopen. Wording, ook verwording beleven wij. Nieuwe dingen beuren het hoofd.

Verwording en wording beleven wij. Bescheidenheid is eis, deemoed, geloof. Niet de vernieuwen van zaken, als de Oudheid zei, maar voor God behouden, daar de dingen die van God gegeven zijn elke morgen nieuw zijn als het manna, het hemelse brood. Zonder die dingen is ons leven niets.

Gemeente, ik hoop dat gij mij bij dit moeilijke werk zult dragen. Door uw gebed allereerst, door uw toegevendheid, door een krachtige medewerking. Hoe ik zal zijn en werken, zal ik u niet als een program voorleggen. Het Evangelie heeft geen ander program dan te zeggen en te doen wat God spreekt.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Afscheid SuameerAndere preken25 jaar ambt →