O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← GojimZondaar en bedelaarDe Wijzen uit het oosten →

Verzamelde Werken, deel 8 · Zondaar en bedelaar · p. 56–59

Vom Himmel hoch ...

Dat zijn de eerste woorden van het beroemde kerstlied dat Luther in 1535 voor de kinderen dichtte.20 In Nederlandse vertaling kan men het als nr. 124 in Geestelijke liederen van Hasper vinden.21 Zoals iedere vertaling moet ook deze een eind weegs achter het origineel blijven. Dat is nu eenmaal de regel voor alle vertolkingen, die slechts door een enkele uitzondering wordt bevestigd. Men zegt dat Luther het schiep terwijl hij aan het wiegetouw trok. Het was een inspiratie, die haar eigen woorden meebracht. Een hemelval in de Duitse taal, waarbij Luther ons de komst van Jezus door het gehoor laat bijwonen. - En de hervormer stelde er een notenschrift bij, dat wel een ladder lijkt om het kindeke te helpen op aarde neer te dalen. - Bach heeft daar zo naar geluisterd, dat hij er nooit genoeg van kon krijgen en is niet moede geworden er in zijn koralen en voorspelen een aantal variaties op te geven.

Het is werkelijk geen toeval, als tekst en toon van het kerklied in sterke beweging komen, wanneer het gaat om de komst van Jezus. De hele bijbel heeft het ritme van Christus' komst op aarde overgenomen. Men kan de inhoud der Heilige Schrift het best met een werkwoord verzinnebeelden. En als we dan moesten kiezen, zou dat het woord komen moeten zijn. De bijbel draagt geen titel. Maar als hij er een droeg zou het deze kunnen zijn: Hij komt.

Alles wat er gebeuren moet om zondaren zalig te maken, staat reeds in het Oude Testament. Als boek is het zeker indrukwekkender dan het Nieuwe. Het bevat de documenten van wat er 'in den beginne' was; de annalen der oude kerk; de geslachtsregisters van haar priesters; de orakels van haar profeten; de historiën van haar koningen. Het 'er staat geschreven' slaat, als bijbelse uitdrukking, dan ook altijd op de wet en de profeten.

Maar één ding heeft het Oude Testament tegen. Het gaat. Het gaat voorbij. Straks is het nabij de verdwijning. Het blijkt een schaduw te zijn. Zijn eigenlijke bestemming is de vervulling. Daartoe is het geschreven; opdat het vervuld zou worden. Niet opdat er weer geschreven zou worden, maar opdat de waarheid van het geschrevene zou komen. "De wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid (de vervulling) is door Jezus Christus geworden" (Joh. 1 : 17). De vorm van het Nieuwe Testament ligt in het komen.

Dat vieren wij nu op het Kerstfeest:
"Vom Himmel hoch da komm ich her."

Het feest heeft pas laat in de kerk ingang gevonden. Het bracht bij de gemeente geen dramatisch moment uit de heilige historie in herinnering, zoals het Paas- of Pinksterfeest. Het viert de blijde vorm van het hele Nieuwe Testament, de kritieke omkeer waarbij de schaduw vervangen werd door de Persoon die haar wierp; het geschrevene door Hem die het vervulde. - Deze globale betekenis van het Evangelie is uit de aard der zaak door de kerk later beseft dan die van de delen. Maar zodra zij gevierd werd moest het feest wel dat stralende karakter krijgën, dat aan de epifanie, het openbaar worden van het licht en het leven, eigen is. - Daarom houdt het ook altijd iets gewilds, als men het Kerstfeest te veel in de dramatisering van het Evangelie betrekt om het zgn. ernstiger te maken dan het wil zijn. Het is het feest van het Licht dat de oudtestamentische schaduwen verdrijft en heeft als zodanig minder tastbare inhoud dan de andere gedenkdagen van de kerkelijke kalender.

Het begin van het Evangelie - en de nieuwe bedeling in haar geheel weer - is in de indicativus geschreven. Hier is geen sprake van een wens of een voorwaarde, van een bevel of van iets onbepaalds. Hier regeert het: En het geschiedde. Hier staat de meest resolute aantonende wijs uit de wereldgeschiedenis. De hemel stroomt leeg van engelen, het veld van herders en het oosten van z'n Wijzen om te gaan zien wie er in de kribbe ligt.

Aan Luther werd het gegeven dit in zijn kerstlied vast te leggen. Die hele eerste regel:

"Vom Himmel hoch da komm ich her"

is niets anders dan een verduidelijking van de indicativus, de aantonende wijze van de woorden: Ik kom. Ieder woord versterkt op een mystieke, raadselachtige wijze elk ander. En alle te zamen zeggen zij, dat het met elke andere wijze, met het onbepaalde, het voorwaardelijke, nu uit is. Dat Hij hier nu is. Het is een samengaan van verkondigen en verschijnen, van gebeuren en geboren worden, dat de kerk betitelt met het woord incarnatie, vleeswording. Dat is het Woord in de indicativus, gesproken door de Heilige Geest.

Twee evangelisten, Mattheüs en Lukas, hebben een vóórgeschiedenis, waarin dit aanwijsbaar-geworden-zijn is beschreven. De stal en de ster er boven moeten daarvoor dienen. Het zijn zuivere indices - feitelijke aanwijzingen - die passen bij de feitelijkheid der geboorte. Licht en leven, de ster en het kindeke, deze twee vereenvoudigen hier, in uiterste soberheid, de weidse pracht van het Oude Testament. De schaduw gaat. En Hij komt. Het Woord is toonbaar geworden. De ster wijst Hem aan in de kribbe. Het Licht des Geestes schijnt over het leven.

Maar ook Markus en Johannes hebben een hemel-ouverture, als waarvan Luther zingt. Bij Markus is het een oude profetie, die geïncarneerd wordt in de vinger des Dopers, die heenwijst naar de epifanie. En Johannes heeft een proloog, waarin van het begin tot het eind het komen regeert. Het Vom Himmel hoch wordt daar in diepzinnige taal uitgesproken. Het licht en het leven (Joh. 1 : 4), de ster en de stal, staan in 'n eeuwig ogenblik in het midden van het ganse heelal. "Een iegelijk mens komende in de wereld" (vs. 9) kan getuige zijn. En de vinger van de Doper wijst en toont en toont en wijst weer en weer naar Hem, die is "gekomen tot zijn woning" (vs. 1 1), de kribbe dezer wereld.

Eindnoten

  1. 20

    Voor enige nadere gegevens, vgl. Een compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken, uitg. Prof. G. van der Leeuw-stichting, Amsterdam 1977, k. 367 v.↩

  2. 21

    (H. Hasper) Geestelijke liederen uit den schat van de kerk der eeuwen. Nijkerk zj., Gezang 124.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← GojimZondaar en bedelaarDe Wijzen uit het oosten →