Hemelvaart
... werd Hij opgenomen daar zij het zagen en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
Handelingen 1 : 9b (St.V.)
Hemelvaart brengt ons wel geheel onder de indruk van het feit, dat wij met een 'godd'lijk Evangelie'28 te doen hebben. Zolang wij met onze gedachten ook maar even in het menselijke blijven hangen, zou op dit feest een weemoedige stemming ons moeten vervullen. Het scheiden van Jezus zou de toon voor die dag aangeven. En wij zouden vieren de ure van onze verweesdheid, nu Jezus niet meer op aarde is. Sentimentaliteit zou ons de feestvreugde roven en we moesten, als Maria Magdalena op de paasmorgen, de wolk aanklagen, dat zij onze Heer 'weggenomen' had.
Het is deze stemming, waartegen al dadelijk na Jezus' verhoging de engelen zijn opgekomen. Daaraan ligt immers ten grondslag de gedachte, dat Jezus van ons is. Wij zouden Hem willen gebannen houden binnen onze aardse sfeer. Pasen-vieren, dat kunnen wij nog wel. Dan is Jezus weg en toch niet weg. Integendeel; Hij is er weer. Hij verschijnt en manifesteert zich. Maar met de hemelvaart zitten wij verlegen. Want deze betekent dat Jezus afstand schept tussen zich en ons. Een afstand, die voor Hem verhoging en voor ons geestelijke winst betekent. Een afstand waarin tegenover de aanraking, die Jezus na zijn opstanding afweert, ruimte komt voor Geest en geloof.
Hier begint onze moeite. Want heimelijk denken wij dat hemelvaart onmogelijk is. Dat Jezus nergens heen kon gaan. Dat er tussen hemel en aarde, God en mens, geen afstand is. Bij de grote tegenstelling van hemel en aarde, die de hele bijbel beheerst, maken we dan de eerste tot een deel van de laatste. Wel het hoogste en het beste deel, maar toch niet meer. Het opgenomen worden van Jezus is dan niet meer dan een weggenomen worden, dat ons slechts droevige verlegenheid brengt, hoe stichtelijk we die ook zoeken te bemantelen. En wij blijven hangen in de fout van alle oud en nieuw heidendom, dat er voor de zielen geen andere plaats is dan 'de benedenste delen der aarde', waar wij ze soms kunnen aanraken, maar waar ze niet meer zijn dan de schaduwen van eigen bestaan onder de zon.
Heel anders de bijbel. Paulus zegt in de brief aan de Efesiërs, dat in het 'Hij is opgevaren' ligt opgesloten, dat Hij eerst is nedergedaald in de benedenste delen der aarde. De hemelvaart staat hier onder het gezichtspunt van de volle tegenstelling van hemel en aarde. Daarin eindigt ook het Evangelie. De opstandingsverhalen en de verschijningen klaren op in de hemelvaart en het schaduwachtige, dat zij nog hebben, verheldert zich in het licht van Jezus' verhoging. Wij voelen dat het best als we ons afvragen, wat de evangelische geschiedenis voor ons zou zijn, als zij eindigde in een onafgesloten reeks manifestaties van Jezus, zonder dat ons geloof tenslotte ten hemel werd gewezen. Wanneer Jezus' verschijning langzaam was uitgedoofd in de donkerheid hier beneden, dan was de prediking toch nog ijdel geweest en ijdel ook uw geloof!
Wij moeten Jezus' opstanding en vooral zijn verschijningen zien in het licht van de hemelvaart. Zo komt de afstand in de plaats van de aanraking, het element, waarin de twijfel der Thomassen zich beweegt. De zaligheid is gelegen in het niet-zien en nochtans geloven. Hoe meer Jezus wordt opgenomen van de aarde, hoe meer ruimte voor het geloof en hoe sterker de spanning van de Geest totdat Pinksteren komt. Wanneer wij iets nodig hebben voor ons christelijk geloof, dan is het wel de afstand tussen hemel en aarde. Hemelvaart is geen verlies, maar louter winst voor ons. In geen enkele vorm mogen wij in deze bedeling de lichamelijke tegenwoordigheid terug begeren. Tussen Jezus' omwandeling op aarde en zijn zitten ter rechterhand Gods liggen graden van levensverhoging, waarin wij Hem noch lichamelijk, noch zedelijk kunnen volgen, maar die maken, dat ons geloof een heerlijke inhoud heeft die ons erfgenamen doet zijn van hemelse schatten.
Zo wordt Hemelvaart een feest van hogere glorie. Sterke overwinningspsalmen verzamelen zich om de berg der opvaart, zoals de lijdenspsalmen zich om Golgotha groeperen. Zo deze:
"God vaart op met gejuich",
of die andere:
"Gij zijt opgevaren in de hoogte,
Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd",
en nog eens:
"Heft uw hoofden op, gij poorten, ⚑ja heft op, gij eeuwige deuren, ⚑opdat de Koning der ere inga."
De jongeren staan als grote kinderen te staren in de onvermoede richting; de onbegrepen dimensie. Is het dan toch waar, dat Jezus heen kon gaan? En zo staan wij nog. Is er dan werkelijk, behalve de aarde, ook nog een hemel? Niet slechts een stichtelijke hemel, maar een werkelijke, bij wiens geweldige realiteit ons aardse bestaan in het niet verzinkt? En is er een glorie, waarbij de heerlijkheid der aardse schoonheid verbleekt? Kan Jezus toch werkelijk ten hemel gevaren zijn? Is er afstand, hoe dan ook, tussen hemel en aarde?
Ik denk aan Paulus' antwoord, als men hem vraagt, hoe de opstanding zal zijn. Gij dwaas! zegt de apostel; maar dan geeft hij toch een antwoord. Onze verlegenheid ten opzichte van de hemelvaart is zo mogelijk nog groter. Geestelijke lichamen, zoals Paulus ze noemt, daarin is nog iets dat we heel uit de verte met ons begrip menen aan te raken. Maar is er ook een geestelijke ruimte, waarin die lichamen zich bewegen? Is er een hemel? Moeten wij hier niet omkeren en overgaan tot de stichtelijke orde? Moeten wij dat altijd doen, zonder ooit een ogenblik te staan en te peinzen?
Wie herinnert zich niet als kind wel eens tot duizeling toe de oneindige ruimte gedacht te hebben? En wie zal zeggen hoezeer onze geest dan werd verwijd? Heeft ook ons christelijk geloof niet nodig die ogenblikken, waarin elke denkvorm bezwijkt? Hier geschiedt dat met die vorm, die ons het meest eigen is en waarmede we alles schijnen te beheersen. Is die ruimte, waarvan we menen dat alles er binnen moet vallen, zodat Jezus er niet buiten kan komen, is die ruimte misschien zelf buiten en is Jezus naar binnen gegaan? Zodat wij uitwonen van de Heer?
Maar wij staan reeds te lang en staren in de onbegrepen dimensie, met de jongeren. En we horen niet, hoe de engelen ons aanmanen onze gedachten om te wenden tot een geestelijk verkeer met de Heer, door het geloof. Maar laat ons die raad volgen. De ruimte daarvoor is door Jezus' hemelvaart geschapen.