Verscheurde Christenheid
van Anton van Duinkerken1
Dit boek bewijst, dat er in het rooms-katholieke geloofsleven sterke bewegingen plaatsvinden. Altijd reeds heeft hier tegen de kerkelijke bovenstroming een grondstroom in gelopen, die de ziel voor bedding verlangt en zich soms verliest in mystieke diepten. Het is geen wonder dat deze, nu in onze tijd de kerkelijke politiek met hulpeloosheid geslagen wordt, aan kracht wint. Er ontstaat een zekere ontevredenheid over de kerkelijke zekerheden. Men klaagt dat de heiligheid voor de veiligheid is achterop gesteld.a
Dit is echter daarom nog geen koren op de molen van het protestantisme. De lectuur van dit boek is wel geschikt ons daarvan te overtuigen. Weliswaar schijnt de schrijver zijn standpunt te nemen boven de tegenstelling van rooms en hervormd. Hij wil andersdenkenden van de principiële katholiciteit niet uitsluiten.b In verband met deze niet nieuwe, maar in de mate van toepassing wel ongewone opvatting, waardeert hij Luther als hersteller van de persoonlijke religiositeitc en van het geestelijk karakter der leer.d Omgekeerd oefent hij kritiek op de houding der R.-K. Kerk na Trente. Zij werd hem te veel abstractie en machtsinstituut. De leek was te veel onderdaan, te weinig lidmaat.e Pascal wordt in dit verband boven Bossuet gesteld.f
Maar dit neemt niet weg dat, historisch en praktisch, de genade ook voor deze schrijver zich in de bedding der alleen-zaligmakende kerk uitgiet. Daar ontdekt hij evenwicht.g De ketterij balanceert boven een afgrond. Daarom is er voor de protestant geen andere weg dan die van weerkeer. Buiten de moederkerk is de houding te eigengereid, ook wanneer daardoor elementen tot uitdrukking worden gebracht, die de kerk verwaarloost. Alleen een liturgische beweging der geesten, in harmonie en evenmaat, is in overeenstemming met de liefde. Als de baanbreker van dit inzicht wordt Newman aangewezen en daarmee tegenover Kierkegaard gesteld.h ⚑Dit standpunt brengt grote spanningen mee. De kritiek der Civitas Dei op de geïnstitueerde kerk wordt aanvaard. De pauselijke inrichting maakt daarbij niet steeds een fraai figuur. In de strijd met de demonen is Luther beter geïnformeerd dan Erasmus.i Binnen de kerk zonk het mystisch levenspeil soms lager dan daarbuiten.j Shakespeare en Dostojewski wisten er meer van dan menige bisschop.
Maar deze kritische beschouwing der kerkgeschiedenis doet het geloof aan de continuïteit van het genadeleven niet te loor gaan. Wel komt Van Duinkerken op tegen een te overvloedig gebruik van historische argumenten. Hij is in heel andere zin een discipel van Newman dan bijv. Batiffol.2 De genade moet vooral in het heden blijken.k Aan de zegening in een universeel verband van liefde.l Maar die zoekt hij, trots veel, in de moederkerk.
Zo kan hij de oecumenische beweging niet anders zien dan als tegenhervorming. Wel hing de katholiek in Luthers dagen te veel aan priester en aflaat. Maar buiten de kerk werd de priester ambtenaar: een door de staat onderhouden intellectueel.n Een dominee is een lezend particulier.o De Reformatie zal moeten verdwijnen.p
Deze contrareformatie ziet de schrijver als een verborgen proces, waarin de hele geschiedenis van Europa betrokken is. Het is een strijd van Christus tegen de demonen, die ook door de kerk verwaarloosd werden.q De demonen hebben zich meester gemaakt van de droom, het inzicht en de machtr en drijven thans hun spel met de mensheid. Een boveneuropese en bovenmenselijke reddingsmacht kan alleen uitkomst brengen en daarvoor kan alleen de kerk, niet het individu het werktuig zijn.s Daartoe is eenheid nodig en die ligt daar, waar het liturgisch geloofsleven bewaard bleef.t Verwerkelijkt zal deze eenheid aanvankelijk pas weer zijn, als de armenu en de nog armeren, de zondaren en door hun zonde eenzamen,v zich weer solidair zullen voelen met de heiligen. Zolang de heilige zich slechts solidair voelt met de zondaar en niet omgekeerd, is dat een bewijs, dat de eenheid niet volmaakt genoeg is en de liefde te gering.w
Men vraagt zich af of dit nog tegenhervorming zou kunnen heten. Bergt Rome dit alles als kiem in zich of zijn niet de droom, in het klooster; het inzicht, in de onfeilbaarheid; en de macht, in de hiërarchie, meer gedemoniseerd dan ergens elders?
Zijn communisme en fascisme onder dat gezichtspunt geen seculariseringen van klooster en kerk? En zijn deze religies der aarde in zekere zin niet van Rome afgezien?
ik zeg dit niet om Rome verwijten te doen en evenmin om het protestantisme op te hemelen. Ik bedoel alleen te zeggen dat de kritiek der Civitas Dei dieper ingrijpt, dan dat ze als tegenhervorming kan worden opgevat. Deze vorm is te eng. Het boek van Van Duinkerken draagt de sporen van deze verenging van het raam. Daarbij denk ik aan de Jeztiieten-verheerlijking, die er als een niet-geheel-homogene episode in voorkomt.x⚑ Wanneer men dit gedeelte van het boek leest, dan maakt het de indruk van een kleine monografie, die er niet helemaal in thuis hoort. Men vraagt zich af waarom die is ingelast. Het is waar dat men het boek ook als een, korte cultuurgeschiedenis kan lezen, waar het dan wel in zou passen, naast de schilderingen van het calvinisme, cartesianisme enz. Maar dit geschrift heeft toch diepere strekking. Het wil profeteren van de komst der Una Sancta. Nu worden de Exercitia van Loyola3 wel tegenover de Institutie van Calvijn gesteld en het jezuïtisme als een mobilisatie van de christelijke geest heg repen tegenover het calvinisme als stabilisatie. Maar hoe enthousiast de schrijver ook moge zijn voor de zonen van Loyola en hoe verrassend de schildering, die hij van deze orde geeft, het wil er bij ons niet in, dat zij voor hem de draagster kan zijn van de christelijke wereldrevolutie, die hij bedoelt.
Hoe interessant de geschiedenis van de orde ook moge zijn uit een ethisch en cultureel oogpunt, de ergernis die de Jezuïeten gegeven hebben aan het christelijk geweten, laat zich niet zo maar even omzetten in de ergernis die Jezus noodzakelijk noemt, wat de schrijver tracht te doen.y Kan het hem niettemin ernst zijn met de bewering dat van de tekst van Sint Ignatius de geestelijke contrareformatie begint?z Zal dit methodisme van de vrije wil de droom van kardinaal Newman kunnen verwerkelijken?
Ik kan niet anders zien, of hier wreekt zich de fout, die ik boven trachtte te signaleren. Wanneer Newmans ziel verlangt bij de heiligen te zijn; wanneer hij de profeet is van een liturgisch leven der zegening, dan kunnen dat niet de wonderlijke heiligen zijn, die op bladzijde 101-124 getekend worden.
Eigenlijk bedoelt de schrijver dat ook niet. Hij hoopt dat de Civitas Dei komt, zodat de armen en de zondaren zich weer solidair gaan voelen met de heiligen. Maar nu hij voor die komst geen hoger vorm weet dan die van een tegenhervorming, ontspoort zijn gedachte hier en daar, maar vooral bij de apotheose van de zonen van Loyola, in de cultuurgeschiedenis.