O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Deuteronomium 4: 9aSuameer (1910-1923)Ruth 1 : 16 en 17 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Suameer (1910-1923) · p. 97–99

Richteren 7 : 2

En de Here zeide tot Gideon: Des volks is te veel hetwelk met u is, dan dat Ik de Midianieten in hunne hand zoude geven; opdat zich Israël niet tegen Mij beroeme, zeggende: Mijn hand heeft mij verlost.

Richteren 7 : 2

Gods hulp en kracht worden dikwijls in benauwdheid ervaren. Dit ware niet nodig. Maar het is vaak nodig om plaats te maken voor Gods komst: een holle weg, een vlakke baan voor God. In Israëls geschiedenis blijkt dat telkens. Psalm 106 beschrijft dat dichterlijk, hoe hardnekkig Israël telkens weer in de zonde valt, en hoe trouw God hen telkenmale uithelpt, als ze in de zonde gevallen zijn. Het is 's werelds loop, die daardoor wordt getekend. Ik zeg nog eens: 't is niet de eigenlijke, normale loop, maar wel de gewone loop der dingen.

Wel was de nood in Israël hoog gestegen. Elk jaar kwamen van over de Jordaan Midianieten-zwermen als sprinkhanen (Richt. 6 : 5). Israël verstak zich in de kloven van het gebergte (Richt. 6 : 2). De mensen hadden de moed opgegeven.

Een teken van hun gezonken geestelijke moed was ook dat ze God vergeten hadden. Een groot Baälsbeeld en een haag stonden te Ofra in Manasse (Richt. 6 : 25). De grote geest uit Jozua's dagen was eruit. Dat horen we telkens in de richterentijd. De Geest Gods komt als een windvlaag en beweegt de harten der mensen als de bomen des wouds. Maar als de Geest Gods er niet is, dan zijn ook de moed en de daad afwezig. 't Eén grijpt in 't ander. Nu is het zo erg, dat als Gideon opkomt voor de Here, en het altaar van Baäl verwoest, dan komt de hele stam in oproer en wil dat z'n vader hem zal uitleveren (Richt. 6: 30). Waar moet, bij zo'n toestand, nog weer verlossing vandaan komen, als de mensen in plaats van de Here te dienen een Baälsbeeld oprichten? Dat was daarom zo bedenkelijk, omdat Israël nu geestelijk ook onderworpen raakt. Onze lichamelijke en geestelijke gesteldheid staan met elkaar in verband. Niet alleen 't lichaam, maar ook de gehele toestand, de levensomstandigheden. Daarom is 't verval 't meest hopeloos, als de geest onderworpen raakt.

De toekomst der wereld hangt echter niet van de omstandigheden af, maar van God. Ook onze levensomstandigheden hebben maar ondergeschikte betekenis. Men kan ermee doen, als wanneer er een mug op uw jas of jurk zit. Gij strijkt die er zo maar af. Wanneer uw hand echter slap is, dan wordt het beest een plaag. Voor een levende zijn de raven en haviken niet gevaarlijk; wel voor de doden: die pikken ze de ogen uit.

In de geschiedenis van Gideon hebben wij zo'n voorbeeld, hoe de Geest, de Geest Gods, als Hij vaardig is in een mens en volk, plotseling alle bezwaar wegvaagt. Al die Midianieten, talrijk als sprinkhanen, worden in een ogenblik weggevaagd. Hoe komt dat? Wij lezen het in Richteren 6. God blaast weer geest en moed in een mens. Daarbij moet Hij afdalen. De geest is ver weggezonken, als het water uit een wel bij een aardbeving. Zoals iemand met moeite een bijna uitgedoofde kool aanblaast, zo moet de engel des Heren met moeite de moed erin blazen bij Gideon. Hij heeft allerlei bezwaren als Mozes, en vraagt allerlei tekenen als Mozes. Hij gaat niet over ijs van één nacht. - Toch blaast de engel des Heren de moed erin. En Gideon verricht straks een daad: de omverwerping van het Baälsaltaar, waaruit de nieuwe geest blijkt.

De verdere geschiedenis is bekend. Gideon verzamelt een leger uit de noordelijke stammen. Tweeëndertigduizend man zijn om hem verzameld. Dan moet het leger op 's Heren bevel verminderen. De moedelozen mogen naar huis gaan. Dit was een oud voorschrift, dat in Deuteronomium te vinden is (Deut. 20: 8). De geest is van meer betekenis dan het aantal. Dan wordt op de bekende wijze door het drinken het aantal verminderd tot driehonderd. Gideonsbende.

Ons tekstverhaal en bovenal onze tekstwoorden plaatsen tegenover elkaar 's werelds macht en de macht van Gods Geest. Waarin verschillen beide? 's Wereldsmacht let in de eerste plaats op 't aantal, berekeningen, tellen, als Eliza's jongen. Daartegenover de kracht van Gods Geest. Deze twee schijnen elkaar tot op zekere hoogte uit te sluiten. Gods hulp vraagt een klein getal.

De vraag komt hier op, of God dan een vijand is van 't gebruik van middelen. Wij lezen echter niet in onze tekstwoorden dat God geen helpers wil hebben. Maar Hij wil helpers, die Hem de ere geven. Dat staat echter in verband met de bruikbaarheid van die helpers. Wie van Gods Geest vervuld is, geeft Gode de eer, voelt de drijving van de Geest. Het eigenaardige teken van het drinken is ook een goddelijk teken. Deze dingen hebben betekenis voor het leven. Telkens de keus tussen veel materiaal en weinig geest. En telkens zullen die elkaar tot op zekere hoogte uitsluiten. Kerken van hout, de harten van goud. In de politiek - partijleven. De tweeëntwintigduizend die niet naar huis gaan, bederven de zaak. Daarom zendt God soms verdrukking. Dan gaan ze naar huis.

In de wetgeving: wet en geest. Telkens in het leven: het vele tegen het ene. De kracht van de Geest wekt steeds weer de verbazing. Dagelijks betoont gij die kracht tegenover uw lichaam. Als een dirigent van een muziekkorps. Hier echter de Geest Gods. Nu doordringt de Geest Gods alle dingen. Maar wij denken persoonlijk aan God. De Geest Gods waakt op! Hij toont zich tegenover iets anders.

Durft gij nu zo te leven, dat gij 't van Gods Geest verwacht? Dat is geen valse lijdelijkheid. Gideon is niet lijdelijk. Hij werkt. Hij waagt echter tevens. Dit wagen is het geheim des christelijken levens. Dit is de hoogste levensmoed. Het waagstuk is in die ogenblikken niet bijzonder groot. De Geest draagt de ziel als een vloed. Maar in de volgende ogenblikken lijkt het een groot waagstuk. Tegenover de velen is het een waagstuk. Dit zijn de schoonste taferelen uit de geschiedenis: Gideon, Saul en Jonathan, David en Goliath. Geestelijk: Jezus, Paulus, Luther. De Geest Gods in z'n duidelijke kracht, zodat God de ere ontvangt. Dit zijn de hoogste ogenblikken des levens.

Wat is het geheim? Voorbeeld in de menselijke geest. Een gedachte kan het hele heelal omvatten. Hebt nu de moed zo van Gods Geest te denken, als overwinnende kracht. Het valt ons moeilijk, omdat wij vlees zijn. De geesten in het Evangelie zagen terstond aan Jezus de geestesmacht. De waarzeggende dienstmaagd zag Paulus' geestesmacht (Hand. 16 : 16 v.). Wij oordelen vaak zo vleselijk. Het onderscheid tussen geest en vlees is juist eenheid en veelheid. Het vleselijke is veelheid. De geest is één. Wij moeten ons daarom oefenen in 't gebed. Dan sluiten wij de ogen voor alles wat voor ogen is, voor het vele. Wij denken aan de Geest Gods. Gods Geest trekt de mensen mee. De Geest beheerst het vlees.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Deuteronomium 4: 9aSuameer (1910-1923)Ruth 1 : 16 en 17 →