Prediker 1 : 9
Hetgeen er geweest is, hetzelfde zal er zijn, en hetgeen er gedaan is, hetzelfde zal er gedaan worden, zodat er niets nieuws is onder de zon.
Prediker 1 : 9
Ons tekstwoord bevat een vermoeide klacht. Het is geen profetische uitspraak. Wat ook wisselt, het blijft alles het oude. De zon gaat op en onder. De mens eet het brood der smart (Ps. 127: 2). Moeite. Niets nieuws. En toch heeft dit woord ernstige tegenspraak. Is de wereld niet vol nieuwe dingen? Wetenschap? Kunst? Toch kan te midden van al het nieuwe de Predikerstemming gemakkelijk opkomen. Alle rivieren gaan in de zee en toch wordt de zee niet vol (Pred. 1 : 7).
Onze tijd. Onze christelijke actie. Stofgoed van de vleugelen. Waar zijn de idealisten? Functie. Zonnige naturen. Da Costa: strijders tegen de tijdgeest. Tijdgeest: strijd tegen modernen? La garde meurt et ne se rend pas! Och, och! Het orthodoxe brood oudbakken. Wie eet de woorden Gods?
Alle nieuwe dingen gaan in het mensenleven en nog wordt het leven niet vol. Een kind, dat de courant opneemt... Het is niet het waarachtig nieuwe waarvan de Schrift spreekt. Het Nieuwe Testament. De nieuwe mens. Het nieuwe Jeruzalem.
Hoe kan een ledig hart jagen naar altijd nieuwe dingen. Van het ene vermaak naar het andere. Van het ene feest naar 't andere. Van de ene blijdschap naar de andere. Het vult en voldoet het hart niet. De bron der menselijke tranen wordt er niet door opgedroogd, de heerschappij des doods niet opgeheven. Er blijft behoefte aan wat nieuws voor morgen. Nieuws zeggen en horen. Toch niets nieuws onder de zon.
Moede en mat gaan velen daarheen, zoekende nooit voldaan, etende nooit verzadigd, drinkende en altijd dorst. Als de Israëlieten in de woestijn klagende over het eentonige des levens. 'Spleen' der Engelsen. Geblaseerdheid der rijken. Toch ook zoveel anderen. Daar is niets nieuws onder de zon! Een menselijke klacht. Hoe staat dat in onze christelijke kringen? Verenigingen en gezelschappen. Een verzetje en pretje. Een klacht, dat er geen bekeringen zijn.
Laten we dan opzien boven de zon. Ons wordt toegeroepen: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw (Op. 21 :5). Wie in Christus is, die is een nieuw schepsel: het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden (2 Kor. 5: 17). De cirkel wordt verbroken. Het paard komt uit de molen. Op de klachten der mens komt God met z'n alvernieuwende kracht.
De Prediker zucht. God troost. Een nieuw hart. Een nieuw gebod. Een nieuwe mens. Een nieuwe hemel. Een nieuwe aarde. Hier is niet de blote herhaling. Niet lente, zomer, herfst, winter. Zij gaan maar van kracht tot kracht steeds voort. Niet jeugd, ouderdom. Niet vreugde en rouw. Eeuwig leven. Niet geboren worden en sterven. Niet een kleed dat veroudert. De erve der heiligen in het licht (Kol. 1 : 12).
Er is veel veranderd op de wereld. Maar is de zonde van een ander karakter? Is er geen vreze des doods meer? Saul. Geen zondigen tegen beter weten in? Achab. Geen onrecht? Kruisiging. Wie z'n eigen hart kent, weet dat alles wederkeert: de gedachten, de gewoonten, de strijd, het ongeloof, de verzoeking. Er is niets nieuws? De oude jammerklachten keren telkens terug!
Wie schept ons een nieuwe wereld? Het nieuwe is het eeuwige, dat nooit veroudert. Jezus Christus! Hij is te ervaren! De gekruisigde. Een fontein. De eeuwige dingen in het hart brengen rust, kracht. Zij vergaan niet, worden niet opgeteerd. Nieuwe bronnen geopend, nieuwe liefde gekweekt. Dit is iets anders dan de koele eerbied voor God, iets anders dan ontzag voor de zedenwet. Het is iets anders, geboren uit een andere wereld. Nieuw licht voor 't verstand. Er blijft veel te vragen over. Maar de vragen behoeven niet steeds te worden rondgewenteld. Niet altijd: Wat is waarheid (Joh. 18 : 38)? Met de schuld wordt afgerekend! De zonde gebroken. Wat tegen was, wordt vóór. Zelfs de natuurloop verliest z'n eentonigheid. De natuur in de evangeliën. Symbool. Geschiedenis, voortgang, het Koninkrijk der hemelen. De natuur zal verheerlijkt worden. Nieuwe schepping. Dan alles verjongen en krachten, Geest en leven. Eerst hier de vernieuwing. 't Is de ervaring der gelovigen. De wereld, alle dingen blijven gelijk. Wie merkt dat hem een nieuw hart wordt toebereid? De verjonging des levens. De geestelijke waarneming ontdekt het nieuwe. De oude nevel trekt op. Verheerlijking op de berg.