Mattheüs 27 : 27-30
Toen namen de krijgsknechten des stadhouders Jezus met zich in het rechthuis, en vergaderden over Hem de ganse bende. En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om; en een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten zij die op zijn hoofd, en een rietstok in zijn rechterhand; en vallende op hun knieën voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij koning der Joden; en op Hem gespuwd hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op zijn hoofd.
Mattheüs 27 : 27-30
Voor de hogepriester is Jezus bespot, geslagen en gespogen geworden. En thans zal Hij het worden voor de stadhouder. Voor Kajafas als profeet: Profeteer ons, Christus, wie U geslagen heeft (Mt. 26: 68). Hier als koning. Daar was het het Joodse volk. Hier de heidenen. Zoals rondom de kribbe Joden en heidenen gestaan hebben, zo ook om de lijdende Christus. Allen hebben ertoe meegewerkt dat Christus zou lijden en sterven. En wanneer wij aan die tonelen onze aandacht wijden, dan mag niet een bloot medelijden de overhand hebben. Maar wij hebben ons te verootmoedigen.
Zo werd in de oude dag de oudtestamentische profeet die Jesaja 53 schreef, door de aanblik van een diep en smartelijk lijden ertoe gebracht om z'n heerlijk hoofdstuk te schrijven, waarin het lijden wordt gezien in het licht der voldoening. En wie nu nog dat hoofdstuk leest, die moet erkennen: dat is het rechte licht dat op Jezus' lijden moet vallen. Het is de voldoening voor anderen. Uit elk ander oogpunt is het lijden iets, waarmede we geen weg weten. Ik denk aan het lijden van onze tijd. Uit een oogpunt van wereldbestuur. Wij zoeken naar een bevredigende verklaring tevergeefs. Tenzij tenslotte wij rust vinden in de zekerheid, dat ook het lijden nooit tevergeefs is in de wereld. Onwillekeurig hopen we dat het een bodem zal zijn, waaruit God het goede doet voortkomen. Wij kunnen niet anders. En in tijden van grote voorspoed en overvloed houden wij ons hart vast...
Dit is ook het licht waarin wij Christus' lijden moeten zien. Het dient tot verzoening voor de zonde. Het offer is het teken, waarin de wereld staat. Het kleed en het geschoren dier, de gevelde boom en het huis, de geploegde akker en het koren, de tranen en gebeden der ouders en de opvoeding van het kind. Alleen in dit licht kunnen we de heerlijkheid zien van deze bladzijde uit het Evangelie. Anders zouden we beter doen deze bladzijde over te slaan met schaamte. Nu moeten wij die lezen. Want het is een der smadelijkste bladzijden uit de bijbel. En men kan die niet lezen zonder dat men zich schaamt over het menselijk geslacht.
De krijgsknechten nemen Jezus met zich in het rechthuis, een der gebouwen waar ze liggen, de kazerne. De soldaten nemen Jezus mee in de kazerne. En vergaderden over Hem de ganse bende, allen die daar lagen. - De bespotting, daarvan willen allen getuige zijn. Een veroordeelde misdadiger, een vogelvrij verklaarde, waarmede ieder de spot mag drijven, een veder waarmede winden hun spel drijven: zo is de Zoon Gods geworden. Een wrak op de golven der wereld. Hem beschermt niemand meer. Hem lopen de wateren over het hoofd. En Hij geeft er zich aan over om de Heiland der wereld te worden. De Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf: Gods gezonden overste Lennart. Wie het heil der wereld zal worden, die maakt God eerst los van de wereld en brengt er Hem weder in.
Zo wordt Jezus naar de kazerne geleid. Over wat daar geschied is zou men liefst een sluier willen hangen. De evangelisten hebben dat niet gedaan. Ze hebben alles in bijzonderheden beschreven, tot in de kleinste bijzonderheden. Welke indruk willen ze bij ons wekken? Wij krijgen wel de indruk dat de evangelisten grote betekenis aan Jezus' lijden hechten. Hij wordt als de lijder getekend. Geen trek wordt overgeslagen.
Jezus wordt ontkleed. Een purperen mantel wordt Hem omgedaan. Een doornenkroon op z'n hoofd. Een rietstok in z'n rechterhand. Dan valt men op de knieën voor Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij koning der Joden. Dan echter staan ze op na de kniebuiging en hebben gespogen op Hem en slaan met de rietstaf op z'n hoofd. De purperen mantel moet de koningsmantel voorstellen. De doornen de koningskrans. De rietstaf de scepter. De Romeinse soldaten betonen hun minachting voor de Joodse koning. Hoe slecht past de Christus in deze wereld. De natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn (1 Kor. 2: 14). Voor Jezus was geen plaats in de herberg. Voor Hem is geen plaats in de wereld.
Wat wij in ons tekstverhaal zien, toont ons de verhouding van de wereld tot Christus. Gemeente, wij mogen daarover wel eens ernstig nadenken. De wereld te christianiseren gaat niet zo gemakkelijk. De Zoon wordt gehoond, bespot, gedood. Want men is gesteld op de wijngaard voor zichzelf (vgl. Mt. 21:38). Het overwinnen der wereld gaat door de dood henen. En niet eerder hebt gij de wereld overwonnen voor gij de dood hebt overwonnen in en met Christus. De wereld, dat is onze natuur en die staat zo vreemd tegen Christus over, dat vlees en bloed zijn Koninkrijk niet kunnen beërven (1 Kor. 15 : 50).
In onze christelijke maatschappij en onze christelijke kringen zou Christus even vijandig ontvangen worden als vroeger door Farizeeën en schriftgeleerden. Zoveel verschilt de wereld van thans niet van die van voor negentienhonderd jaren. Laten wij onszelf maar geen klinkende namen geven en hoog denken van eigen geestelijkheid. Want vlees en bloed moeten gekruisigd worden en hebben daar geen lust in. - Velen denken in onze dagen al hoog van zichzelf als ze opkomen voor rechten, en geld van de staat en een post.
Ik wilde wel eens zien waar onze mensen bleven, wanneer schade aan geld en goed, aan lijf en leven verbonden waren met de naam van Christus. 't Is nog als in Jezus' dagen. De discipelen zitten in een hoekje en houden zich stil. En de boze mensen maken rumoer in de wereld en werpen de Christus uit. - De smaad van het lijden van Christus is een wezenlijke trek. Wanneer we letten op Jezus' koningschap, dan zeggen we: Hoe zal deze komen te regeren?