O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Handelingen 16: 14bSuameer (1910-1923)Romeinen 6: 9a →

Verzamelde Werken, deel 7 · Suameer (1910-1923) · p. 152–155

Handelingen 28 : 15

En vandaar kwamen de broeders, van onze zaken gehoord hebbende, ons tegemoet tot Appiusmarkt en de Drie-Tabernen; welke Paulus ziende, dankte hij God en greep moed.

Handelingen 28 : 15

Wanneer bij iemand van een veelbewogen leven gesproken mag worden, dan wel bij Paulus. Men moet onder de zendelingen zoeken om z'n soort te vinden. Zoveel land, rivieren, zeeën heeft hij... Een werkzaam leven dat ten einde spoedt, doet ons denken aan het vers:

"Zo blij de landman moe' van 't ploegen de neigend' avondschaduw groet, zo blij zien wij ook met genoegen dat onze dag ten einde spoedt." ⚑De arbeid bereidt voor 't sterven 't best. De arbeid, de vermoeidheid bereidt het best voor voor de rust, de slaap - ook de dood. In de Here ontslapen, dat gaat moeilijk als iemand de ganse tijd zijns levens ledig aan de markt heeft gestaan (Mt. 20 : 3). Maar wij verstaan het, wanneer de arbeider in de wijngaard zijns Heren z'n taak heeft vervuld. Waar ik ben, daar... Zo is Mozes ontslapen, aan 's Heren borst. Maar ook van Paulus begrijpen wij, dat het einde niet geheel ongewenst komt.

Waarom is de dood vaak zo ongewenst en ongewacht? Omdat men niet anders gedaan heeft dan aan zichzelve denken en de dingen die geen betekenis hebben. Mannen als Mozes en Paulus sterven niet ongaarne. Hun zwaar geladen vrucht buigt ter aarde. Ze leggen zich neder ten bodem.

Bij Paulus een illustratie, voorbeeld. In Handelingen 28 is Paulus nog niet tot z'n einde genaderd. Wij zien hem naar Rome spoeden, na z'n gevangenschap, beroep op de keizer, zeereis. Hij nadert z'n laatste arbeidsveld: Rome, tenminste voor zover wij weten. Een gezant in een keten. Hoe gebonden is deze man jarenlang geweest. Hoe vrij is hij tegenover de machtigen der wereld. Midden in de schipbreuk bewaart hij alleen z'n kalmte. Door hem werden allen in het leven behouden.

Paulus' taak was nog niet afgelopen. Hij wist dat hij naar Rome moest. Toch nadert het einde. - En als wij Paulus, een oud man, zoals hij zichzelve noemt, als wij Paulus naar Rome zien trekken, hebben we toch een gevoel dat er een afsluiting komt. Daar ligt het einddoel in 't leven voor Paulus: Rome de wereldstad. Paulus trok gaarne naar de steden. Het is of hij er niet genoeg van krijgen kan. Maar zelfs voor Paulus is het een machtig en bezwaard ogenblik. Een grote wereldstad, waar hij als gevangene binnenkomt. Het einde van de taak. Het einde het zwaarste. Alle begin is moeilijk, maar ook het einde, de kroon op het werk.

Wij zien in onze gedachten de apostel de stad naderen. Hij wordt begeleid door soldaten. Is er dan niemand in deze wereldstad, die hem kan troosten en helpen? Maar daar komen de broeders, die van Paulus' komst gehoord hebben, christenen uit Rome, Paulus tegemoet. Tot de Appiusmarkt en de Drie-Tabernen, bekende plaatsen buiten Rome. Als Paulus deze mannen ziet, grijpt hij moed, nadat hij God gedankt heeft. Het is een aandoenlijk ogenblik, deze arbeider vol moed en kracht te zien, zoals hij behoefte heeft aan steun, zoals Mozes aan de hulp van Aäron en Hur (Ex. 17 : 12). Paulus greep moed, toen hij de broeders uit Rome zag.

Er is soms tweeërlei misverstand in de wereld. Mensen denken soms van de sterken, dat ze het alleen wel kunnen. Mannen als Paulus of Mozes begrijpen niet altijd dat het uit bescheidenheid is, dat de broeders zich soms verre houden. Wij, op een afstand, menen dat Paulus alles alleen gedaan heeft. Maar Paulus heeft de broeders nodig om moed te grijpen. De sterke Paulus heeft ook wel moedeloze ogenblikken. Laten we echter uit het leven van de mannen Gods leren, dat het erop aankomt om niet moedeloos te zijn, maar moed te vatten.

Moed vatten lijkt in dit leven in sommige ogenblikken een der moeilijkste dingen. Er is zoveel wat tegen is. Het hele menselijk leven is een afgaan, een heengaan naar de koele meren des doods. De dagtaak kan zwaar zijn, boven de kracht. De taak kan onvruchtbaar zijn, een ploegen op rotsen. De vermoeienis kan groot zijn. Dit is het algemeen-menselijke, dat de moed zinkt. 't Is niets bijzonders; 't ligt in de gang der dingen.

Waar komt echter het moed vatten vandaan? Waarom vatten apostelen en profeten moed? Waarom worden ze niet moede of mat? Het geheim van kracht ligt natuurlijk in de aansluiting aan de springbronnen des levens, aan de geestelijke wateren. Zoals een hert schreeuwt naar de wateren, zo schreeuwt mijn ziel naar de levende God (Ps. 42: 2). Wie het geheim zoekt van het niet moede, niet mat worden, die moet kennis hebben aan de verborgen omgang met God. Wanneer ik mij dodig gevoel, zei John Mott, neem ik levensbeschrijvingen of brieven als van Samuël Rutherford. Dan grijpt hij moed: in een hoekske met een boekske! Het is een heerlijk ding zulk een mensenleven te zien, waarin moed gevat wordt.

Waar zijn dan de springbronnen van het levende water? De troostrijke fontein des heils is en blijft het kruis van Jezus Christus. In Richteren staat ergens dat Gideon z'n mannen doet drinken. Degenen die zich 't diepst bogen, dat waren de moedigsten; daarmee moest hij strijden (Richt. 7: 5 vv.). Zo is het ook in de strijd des levens, in het koninkrijk Gods. Tot de fontein des heils moet men zich neerbuigen.

Er is in 't leven zoveel troost te scheppen, zoveel moed te grijpen, als men er maar oog voor heeft. De profeet Jeremia klaagt echter dat de mensen zichzelf gebroken bakken uithouwen, die geen water inhouden, en dat ze God, de Springader des levens vergeten (Jer. 2: 13). Zo hulpeloos, zo moedeloos staat de pelgrim soms aan de weg des levens. Dan staan de helden Gods tot onze beschaming beschreven. Zij zijn niet zo spoedig terneergeslagen; zij hebben Christus achter zich.

Het eenvoudige gezicht van enkele Romeinse christenen is voldoende om Paulus weer te brengen tot volkomen evenwicht. Hij gevoelt zich ook hier thuis. Want dat is toch eigenlijk het geheim van moed vatten. Wat wilt gij eigenlijk in uw moedeloosheid? Welke verandering? Waar wilt ge heen? Hoeveel jaren wilt ge terug, of hoeveel jaren vooruit? Neen, dit is het: gij moet hier en nu zijn, wat ge zijt. God is gisteren en heden dezelfde. Hij blijft het ook. Zullen de omstandigheden zoveel verandering maken? Geloof het maar niet. Wat u ontbreekt, ligt in uzelf. En de moed die ge moet vatten, ligt niet in andere omstandigheden of tijden, maar vlak bij u in het heden, in uw kring.

Toen Paulus de broeders zag, dankte hij God en greep moed. Het is op 't einde van het leven des apostels. Deze reiziger mag wel een bevriend aangezicht gegund zijn. Onwillekeurig gaan onze gedachten naar een ander strand: de aankomst in het eeuwig vaderland. Wie kan een denkbeeld geven van die zee, waarover wij dan moeten gaan? Kan ook daar schipbreuk geleden worden? Welke is de stad, welks toren en tinnen van 't andere strand zichtbaar worden? Het hemelse Jeruzalem. Zal men daar welkom zijn? Een gewichtige vraag. Wanneer dan eens enige broeders u tegemoet komen, zult gij moed kunnen grijpen. Ook daar zijn vrienden, bekenden.

Jezus zegt dat wij ons vrienden moeten maken aan de andere zijde des grafs, opdat ze ons ontvangen in de eeuwige tabernakelen (vgl. Lk. 16 : 9). Denkt dan aan de noodzakelijkheid daarvan. Wat hebt ge eraan, wanneer ge in deze wereld de pinnen zo vast mogelijk in de aarde slaat en straks als een vreemdeling en verweesde op 't strand der eeuwigheid moet staan? Opgenomen te worden in de koren der zaligen. Dan zal nog eens de moed rijzen.

Reformatie. Rechtvaardiging en goddelijk beroep. Zekerheid en goede moed. Niet buiten de arbeid om verkregen.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Handelingen 16: 14bSuameer (1910-1923)Romeinen 6: 9a →