Galaten 1 : 15 en 16
Maar wanneer het Gode behaagd heeft, die mij, van mijner moeders lijf aan, afgezonderd heeft, en geroepen door zijn genade, zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Dezelve door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed.
Galaten 1 : 15 en 16
Paulus geeft in onze tekstwoorden rekenschap van een grote verandering en omkering in z'n leven. Alle mensen die hem kennen, hebben zich daarover verwonderd: niet alleen de tegenstanders, maar ook z'n medechristenen. Ze vinden die verandering wat al te radicaal, al te ingrijpend. Breken met het Jodendom, met de wet, met de tempel: een geestelijke revolutie. Paulus moet zich in dat opzicht telkens verdedigen. Handelingen 15 en telkens.
Nu geeft hij hier in de Galaten-brief rekenschap. Hij blijft daarbij niet bij de oppervlakte. Hij geeft de laatste en diepste reden aan: God heeft het behaagd z'n Zoon in hem te openbaren. Welk een betekenis krijgt hier een mensenleven. De gehele wereld komt erbij te pas. Een man, die het gehele leven helpt veranderen, een nieuw leven leert leven, de zeden verandert en die dat nieuwe leven, die nieuwe zeden put uit een goddelijke bron, binnen in zich. Pas als we in dat licht het leven bezien, krijgt het eeuwige waarde. Dan welt een bron van levend water uit de diepte en stroomt naar alle zijden uit.
Alle levens kunnen niet de betekenis hebben van dat van Paulus. En toch moeten de hoofdzaken daarin voorkomen. Wat is dat, wanneer de Zoon Gods in ons geopenbaard wordt? Geen trots werk, maar kruiswerk. Wij zijn zo gewend bij de Zoon Gods te denken aan Jezus uit de evangeliën of zittende ter rechterhand Gods. Wij kennen Hem als een geloofsartikel. Maar kent gij de Zoon Gods in u geopenbaard?
Het lijkt haast een te trotse gedachte: de Zoon Gods in ons geopenbaard. Is de Zoon Gods dan niet gekomen voor de zondaren? Staat Hij niet ver boven hen, niet geheel buiten hen? Is dat niet een titel van een Heer, die men vereren moet en waar men voor knielen moet? Hoe kan de apostel dan zeggen dat Hij in hem geopenbaard is? Dit woord van Paulus is echter zeer geschikt om ons nader tot de christelijke waarheid te brengen. Als de Zoon Gods in ons geopenbaard kan worden, is er toch een nauw verband tussen God en mens, een eng verkeer, diepteverkeer, kruisverkeer. En dat is 't behoud der wereld.
Gewoonlijk zit de mens met z'n wortels in de aarde vast. Z'n voordelen en voorrechten liggen om hem heen. Zo was 't bij Paulus ook: afkomst enzovoort. Dat alles kan men merken aan een mens. Nu kan men trachten die voordelen uit te breiden en te vermeerderen: cultuur. Er kan echter ook iets wonderlijks gebeuren. Op een geheel andere wijze kan 't leven wasdom krijgen, als alles waarop men zich voor liet staan in waarde afneemt, als dat alles z'n glans begint te verliezen, een hogere inwendige heerlijkheid opgaat. Eerst zegt gij: betrekkelijk jammer. Maar de schouwer die Christus ziet verschijnen, buigt innerlijk voor z'n heerlijkheid. Een tweede schepping, waarbij de eerste z'n glans verliest.
Is dan 't eerste niet goed? In 't licht van de tweede niet. Wat uit 't geloof niet is, dat is zonde (Rom. 14 : 23). Wat is goed? Wat was Paulus geworden buiten Christus? Een gezien schriftgeleerde, autoriteit in de Talmud, begraven in dat dikke boek. Thans schrijver van enkele korte brieven, die echter over de hele wereld gelezen worden; een vat waaruit Christus schijnt (vgl. 2 Kor. 4: 6 v.); niet geleerd, maar vol van Christus; stichter van een wereldkerk. - Wat is 't beste? Zo kan 't leven soms iets zijn. Maar 't is niet, wat 't wezen kon.
Gods Zoon geopenbaard: dat is merkbaar. 't Maakt echter niet hoog en trots. Wanneer Gods Zoon geopenbaard wordt, is dat geen onvruchtbare geschiedenis. Onze tekstwoorden zeggen ons juist van niet: Opdat ik Dezelve door het Evangelie aan de heidenen zou verkondigen. Paulus schijnt bij de openbaring van Christus ook z'n levenswerk geweten te hebben. Christus zit niet stil. Hij is zeer werkzaam, zei Luther, in de mens, in ons. Paulus krijgt z'n levenstaak.
Willen we zo wel bekeerd worden, aan 't werk gezet? Soms lijkt de kerk echt een rustplaats, een spreekplaats; weinig een werkplaats. Als Gods Zoon in ons geopenbaard wordt, kan ons dat niet ledig laten. Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook (Joh. 5 : 17). Zie de Handelingen der Apostelen: wat een activiteit. En zo is het nog. Waar het God behaagt z'n Zoon te openbaren, waar Christus gestalte krijgt, daar is gisting en leven. Christus is, zo zegt de bijbel, de Middelaar bij de schepping. Hij is het nog veel duidelijker bij de herschepping.
'Wat doe ik op de wereld?', vraagt menigeen. 'Christus in ons geopenbaard' geeft het antwoord, geeft zin en reden aan het leven, vult het leven en het bestaan. Buiten Hem is het leven hol en zonder betekenis. Dat is de ontzaglijke waarde van 't christelijk leven; wordt vooral thans zo smartelijk in veler leven gemist. Geen ballast. 'Hoe gaat het?' 'Goed.' Maar zij hebben geen grond onder hun voeten. 'Wat moet ik dan doen?', vraagt gij, 'de wereld bekeren als Paulus?' Ik weet het niet. Maar gij weet het onderscheid tussen heidegrond en ontgonnen land. Zoveel verschil kan 't wel maken.
Zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed, zegt Paulus. Paulus bedoelt dat hij toen Christus in hem geopenbaard was, niet met de Joden overlegd heeft, maar met Christus. Hij is van de hemel geleerd. De grote Onderwijzer, de Heilige Geest zegt hem, wat hij doen moet. Zo wordt de ware levenswijsheid verkregen en zo wordt men wegwijs.
Dit woord grijpt ook dieper. De kruisgemeenschap met Christus maakt dat men niet met vlees en bloed te rade gaat. Die band wordt dan doorgesneden. Dat is een moeilijke kunst, maar wordt in deze weg geleerd. Wie de hogere Christusopenbaring niet kent, moet met vlees en bloed te rade gaan en kan niet anders. ⚑Met Woord en Geest te rade gaan: welk een ander leven!