2 Korinthiërs 4 : 1
Daarom, dewijl wij deze bediening hebben, naar de barmhartigheid, die ons geschied is, zo vertragen wij niet.
2 Korinthiërs 4 : 1
Gij kent de geschiedenis van de Israëlieten, die naar Kanaän trokken. Ze waren er vlak bij, maar dorsten er niet in. De moed was in de schoenen. Zij vertraagden en stierven in de woestijn. Tegen een dergelijk gevaar wil de apostel ons waarschuwen. De bediening, waarover hij spreekt, is die van Christus, van de Geest, van 't Nieuwe Testament, tegenover die van Mozes, van de letter, van 't Oude Testament. Dat hij niet meer onder die vroegere bediening leeft, beschouwt de apostel als een groot voorrecht. Mozes had een deksel op z'n aangezicht. Maar wij aanschouwen des Heren heerlijkheid als in een spiegel. Wij leven in de vrijheid en in het licht. Het deksel is weggenomen (2 Kor. 3 : 13-18), en de wet is weggenomen.
Nu komt het erop aan om vast te houden. Paulus spreekt z'n voornemen uit om niet te vertragen, om de uitnemendheid der bediening, waaronder hij leeft. Gelukkig wie zulk een krachtige dampkring rondom zich heeft en die gevoelt. Hij heeft een bron van kracht. Wij leven allen onder de bediening van het Evangelie. Merken we ook allen die kracht?
Er is zoveel vertraging in de wereld. Sommigen merken het zelf niet. Ze denken dat 't zo hoort. Alles is traag. Alles wordt nagelaten. Alles verslapt. Zo gaat het, zeggen ze zelf. En: zo is de mens. 't Is hun tweede natuur. 'Vertragen' zou men op hun leven kunnen schrijven.
Er zijn anderen, die met goede moed beginnen. Ze hebben 't een of ander ook geestelijk doel gezien. Er is enige beweging in de doodsbeenderen. Maar alras verdriet het hen. Zij hadden 't zich gemakkelijker voorgesteld. Het kruis doet hun pijn. En dan vertragen ze; eerst één, dan twee passen achter Jezus, en eindelijk verliezen ze Hem uit 't oog.
Wij vertragen niet, zegt Paulus. Niet achteruit. Misschien zegt iemand: dat is wat zwak uitgedrukt: niet vertragen. Zij zouden willen dat de apostel jubelde, zoals sommigen dat kunnen. Niet vertragen, zegt hij. En dat is al veel: volhouden. Misschien behoeft niet ieder het zo matig te zeggen. Het eerste vuur mag wel meer, maar de rijpe kracht en ervaring, die het weet, wat het leven is, weet dat het geen spel is, maar ernstig, zodat niet te vertragen reeds veel is. Wij vragen: Gij bidder, die het aangezicht Gods zoekt, gij strijder voor recht en gerechtigheid, gij hoper op het koninkrijk Gods, gij die vrede op aarde zoudt willen, wie wil dat alles eerlijk en met orde zal geschieden, wie wil dat de prediking geloofd wordt; maar ook eigen ervaring: wie tegen de zonde strijdt, wie Gods genade wil vasthouden: - Wat is het middel om niet te vertragen? Vraag het uw kind. Het oog van de moeder of de vader. Als er een deksel op het aangezicht ligt! Maar nu is in het aangezicht van Christus, het aangezicht van de Vader als in een spiegel zichtbaar. Dat vernieuwt de kracht. En de kruisdrager wordt geboren naar Christus' evenbeeld. In het Oude Testament staat dat ze de jeugd vernieuwen als eens arends (Ps. 103 : 5). Dat is dichterlijk. Maar hier in de rustige brief staat 'volharden'.
Paulus kwam met z'n Evangelie te Filippi: Lydia 't hart geopend (Hand. 16 : 14), maar 't was er maar één. Als Paulus daar eens had moeten blijven. Dan naar Athene: Wat wil toch deze klapper zeggen (Hand. 17 : 18)? Twee bekeerlingen, een man, een vrouw. Straks te Korinthe, een onzedelijke stad, gruwelijk heidendom, een poel van ongerechtigheid. Wat baat de prediking? De ongerechtigheid gaat door. Wij vertragen niet, zegt Paulus. Begint ge te merken, dat het veel is niet te vertragen?
Niet vertragen: Christus heeft niet vertraagd. Maar als de overste Leidsman en Voleinder des geloofs (Hebr. 12: 2), loopt Hij de loopbaan die Hem voorgesteld is. Paulus heeft 't ook niet gedaan! Vergetende hetgeen achter is, jaagt hij naar de prijs der roeping Gods (Fil. 3 : 14).
Daarom, zo vertragen wij niet. Wie dat wil toepassen, moet zelf ergens mee bezig zijn. Iets moet zijn hart hebben. Ik denk nu aan de oprechte christen, die Jezus liefheeft, die het niet hierom of daarom te doen is, maar om Christus Jezus en zijn heil. Er is warmte in 't hart van die man of vrouw. Men is begonnen met blijdschap en ijver. Het ging niet meer om voordeel of een positie, maar er was leven.