Onverdacht getuigenis1
Het puritanisme in de Atlantische wereld
Over het puritanisme hoort men nu vaak spreken als over een afgedane zaak. Het zou - zo meent men dan - van bekrompenheid getuigen, als men het in bescherming zou willen nemen. Men ziet er een verminking van het leven in, die geleid zou hebben tot een voor alle tijden exemplaire huichelarij. Zelfs in kerkelijke kringen schijnt het soms tot de bon ton te behoren om op dit terrein blijk te geven van Verlichting.
De klassieke periode voor deze afwijzende houding is de Engelse Restauratie geweest. Onder de regering van Karel 11 heeft het 'vrolijke Engeland' van Shakespeare zich gewroken op de poging van Cromwells Rondkoppen om in Engeland een theocratie te stichten naar het model van Genève. Het echte type van de huichelaar is een schepping van deze Restauratie en was ontleend aan de puriteinse réveils. Nergens komt dat type later zoveel voor als in de Engelse literatuur.2 Daarom, wanneer het puritanisme in geding is, mag men dit verschijnsel niet verkleinen tot een toevallige inzinking in de kerkelijke vroomheid: een degeneratie-symptoom in de Reformatie. Men mag niet doen alsof het een zedelijkheid-in-een-hoekje was. Het is een beweging geweest met een stuwende kracht van ongemene betekenis voor de Atlantische wereld. Macaulay en Walter Scott3 hebben, voor wat Engeland betreft, aan deze betekenis van het puritanisme recht gedaan. Wanneer men het afwijst, moet men weten wat men doet.
Ik heb pas van de Franse existentialiste en feministe Simone de Beauvoir L'Amérique au jour le jour gelezen. De schrijfster heeft een reis van vier maanden door de Verenigde Staten gemaakt. Zij heeft getracht een ontmoeting te bewerkstelligen tussen zich en deze landen. Zij heeft geprobeerd vier maanden lang Amerikaanse te worden en heeft haar best gedaan New York, Chicago, Californië, Texas, het Zuiden in zich op te nemen en er zich aan kwijt te raken. Zij heeft dat willen doen als existentialiste, op de manier van Sartre.
Van mensen en nachten
Dat houdt twee dingen in. Ten eerste, dat het bij het zoeken van de existentie om de mens gaat. Dit existentialisme nu wil een humanisme zijn. En het tweede wat daarin ligt opgesloten is, dat men de 'basfonds', de onderste lagen van het mens-zijn wil leren kennen.
Aan beide eisen voldoet dit boek. Amerika, dat is voor deze auteur mensen en nog eens mensen. Geen instellingen of inrichtingen, geen politiek of techniek. Maar de mensenzee, die New York heet, fascineert haar van top tot teen. Zij duikt er tweemaal in onder voor langere tijd. En dan die andere, Chicago, waarheen zij ook weer terug moet. En verder vooral het Zuiden, met zijn dubbele massa, blank en donker, torsende aan de vloek der Reconstructie van 1869.4 En eindelijk de dertien miljoen negers, nu niet alleen als vrije slaven in het Zuiden, maar als kaste ook in de noordelijke staten.
Om al deze mensen te leren kennen, duikt zij dan heel diep in de Amerikaanse nachten, in letterlijke en figuurlijke zin. Simone de Beauvoir heeft, zo komt het de lezer van dit boek voor, haar halve tijd besteed aan het bezoeken van bioscopen, kroegen, dansgelegenheden, nachtclubs, vaak op de rij af. En wanneer zij er genoeg van heeft, dan komen, zoals te Chicago, de nachtasiels aan de beurt en de 'bars' waar de verschoten, schiere mensen staan. Het Amerikaanse keep smiling, dat vaak tot in de 'funeral-homes' wordt volgehouden, wordt dan van onderen bekeken. Er is bij deze gang door de 'bas-fonds' eigenlijk maar één uitzondering. De negers zoekt zij niet alleen in hun 'dancings', waar zij niet genoeg kan krijgen van hun 'jazz', maar ook in hun kerken.a Dat is een merkwaardige onderscheiding die zij hun te beurt doet vallen.
Het puriteinse leven
Wij schijnen nu wel heel ver van het puritanisme af te zijn. Is zo'n boek nu juist niet een afdoend bewijs, dat de levenshouding van de Pilgrimfathers5 tegenover het complete fenomeen: mens, in steden als New York, Chicago, New Orleans of een stadsgebied als Harlem, het grote negerkwartier in New York, geen betekenis meer heeft? Simone de Beauvoir komt daartegen op en het is daarom dat ik dit onverdachte getuigenis onder de aandacht van de lezer wens te brengen. Ik heb reeds op één component van het Amerikaanse leven gewezen, waartegenover deze auteur een uitzondering maakt: de negers. Er is een tweede, dat haar boeit en waartegenover zij een opmerkelijke ontvankelijkheid toont. Het zijn de mensen in Nieuw-Engeland, de regelrechte afstammelingen van de oude puriteinen; Nederlanders en Britten. Wanneer de schrijfster daar bekende onderwijs-inrichtingen bezoekt als te Wellesley voor meisjes, dan lijdt haar gewone houding min of meer schipbreuk. Zij moet natuurlijk op tijd naar bed, maar voelt zich toch zeer behaaglijk op de logeerkamers, die haar doen denken aan een kliniek en een klooster.b
Buitengewoon interessant is het, een zekere verlegenheid bij haar op te merken tegenover de 'college-girls'. "Hoe meer ik met ze praat", schrijft ze, "hoe moeilijker het wordt een mening over haar te hebben." Sommigen leefden helemaal voor haar toilet en haar 'dates'. Anderen schenen haar toe ernstig en degelijk te zijn. "Maar", zeiden de meisjes, "degenen die frivool schijnen, zijn dat niet altijd." "'t Is er ons niet voor alles om te doen, een man te vinden." "Wij willen ons nuttig maken in de wereld." De auteur vond ze allemaal, één voor één, persoonlijkheden. Het betrof hier een 'elite', "maar", aldus de schrijfster, "op Franse lyceums of universiteiten zou men niet veel meisjes vinden, die in ernst zulke dingen zeiden."c
Het is een beetje schokkend, als men dan moet opmerken, hoe onze existentialiste zich voor haar schroom schadeloos stelt door met een oudere Frangaise, die haar toeschijnt vrijere opvattingen te huldigen dan de andere leraressen, een onderonsje te gaan houden, om ook hier te proberen de 'bas-fonds' te weten te komen. Ik vind dat de lelijkste bladzijde uit het boek. Er blijkt wel iets. Er blijkt zelfs, dat deze onderwijzeres het vorige jaar in Frankrijk met een selectie uit de leerlingen een proef genomen heeft. De uitslag daarvan strekt het puritanisme van Nieuw-Engeland tot ere. De auteur komt tot de slotsom, dat onder deze mensen de omgang der jonge lieden, ook onder veel vrijere en gewaagde vormen, in wezen puriteins blijft.d
De gekooide vogel
Een tweede ervaring ten opzichte van dit historisch puritanisme maakte Simone de Beauvoir te Harvard, met een directrice van een andere school. Zij lijkt mij sprekend genoeg om ze hier weer te geven. Bedoelde dame leek haar een typische figuur voor Nieuw-Engeland. Bij meerdere, zowel gehuwde als ongehuwde, reeds oudere onderwijzeressen, had zij een maagdelijke en opvallende frisheid opgemerkt, waarvoor geen equivalent bestond in haar ervaring in Frankrijk. Zij schrijft: "De minste emotie kleurt haar wangen met een brandend rood; soms knijpt de timiditeit haar de keel dicht; soms weer schitteren haar ogen van een kinderlijk enthousiasme. In haar borst huist een vogel, met glanzende veren, die met de vleugels slaat; hij vliegt tegen de tralies, hij is nooit vrij geweest en zal het ook nooit zijn; maar hij is levend, hij klapwiekt."e
Deze ervaring met de leraressen wijst in dezelfde richting als die met de 'girls'. Zij hebben beide betrekking op de weerstanden in het leven en op de naïeve blijheid en zelfbewuste eigendommelijkheid, die de eerbiediging daarvan doet geboren worden. ⚑De auteur bracht ook een bezoek aan de plaatsen waar Thoreau, Hawthorne, Emerson, Alcott hebben geleefd.6 Zij leest er op een oud kerkhof de bijbelse voornamen der oude puriteinen. Zij mengt dat alles een beetje door elkaar en merkt op, dat wij hier wel ver van de wolkenkrabbers van Wall Street, van Hollywood en de Far West af zijn en dat deze Sarah, Abraham en Abigäïl gestorven zijn lang voor de geboorte van 'funeral-homes'en 'pin-up-girls'. "En toch", aldus onze auteur, "dit verleden, dat zo snel verouderd schijnt te zijn, komt men tegen op alle hoeken van het Amerikaanse leven." Hier werden de moraal en de ideologie van het huidige Amerika gesmeed. Men kan Chicago, Los Angeles of Houston niet begrijpen als men vergeet, dat de geesten der oude puriteinen er rondspoken.f Als men de moeilijk-te-vinden weg naar het hart van Amerika zoekt, moet men hier de sleutel van de eerste deur vragen. Aldus Simone de Beauvoir.g
Schepsel en christen
Ik wil de betekenis van zulke uitspraken niet overdrijven. Het zijn vluchtige reisindrukken, die hier gegeven worden. Ook maakt de schrijfster weinig onderscheid tussen het oude puritanisme en de latere Amerikaanse ideologieën. - Maar om hun onmiddellijkheid en onberedeneerdheid hebben deze indrukken een eigen waarde. Hier stoot deze existentialiste op een humanisme, dat zich aan haar methodes onttrekt. Om het te leren kennen, moet men het van boven benaderen en niet van beneden. Men behoeft het ook niet af te takelen, want dat heeft het zichzelf reeds gedaan en doet het nog steeds. Inderdaad is het interessant niet alleen, maar ook instructief om te zien hoe vreemd de spontane morele reactie in deze kringen haar modern Frans sentiment verwondert en tegelijk fascineert.
Er lijkt mij overeenkomst te bestaan tussen haar verhouding tot de negers en die tot de puriteinen. Het zijn de beide uitzonderingen in dit boek. In beide gevallen raakt zij, niet als Sartre-humaniste, maar als christenmens, geboeid. Ik wees reeds op haar kerkgang bij de negers. Niet alleen de 'jazz', maar ook de preek trekt haar. Zij voelt zich een beetje lidmaat van zulk een gemeente, onder protest.
Van een kerkgang in Nieuw-Engeland heb ik niets gemerkt. Maar eigenlijk is haar bezoek aan deze streek in zijn geheel een kerkgang. Zozeer steekt het af tegen de andere delen van de reis. Onder de negers gaat de auteur zich als schepsel voelen. Hun animale blijheid verrukt haar. Onder de puriteinen wordt ze zich min of meer als christen bewust. Haar existentialistische methode doet het niet goed; Amerika blijft voor haar een gesloten boek. Zij moet de sleutel bij de puriteinen vragen.
Laten wij niet te hard op het puritanisme afgeven!