Romeinen 5 : 5
En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons is gegeven.
Romeinen 5 : 5
Er zijn vele dingen die wel beschamen: voorspellingen van broodetende profeten over de politiek, de maatschappelijke toestanden. Ze komen niet uit; of heel anders. Moeiten die tevergeefs gedaan zijn. Grote woorden die tot uzelf terugkeren. Geld voor wat geen brood is, arbeid voor wat niet verzadigen kan (Jes. 55 : 2). Maar dat is nog 't ergste niet. Er zijn kinderen die hun ouders beschamen. Er is een geweten dat ons allen schaamrood maakt. Het is gelukkig dat de schaamte er is. Maar een beschaamd mens blijft toch een droevig gezicht: dat rood, die verwarring. Arme mens, schaam u maar, het moet: anderen stelden u teleur, of gijzelf. Maar hoor ook dat er iets is, dat niet beschaamt: de hoop beschaamt niet.
Daar moeten we dan wat meer van weten. Want hoop, dat lijkt nu juist dat ding dat 't gemakkelijkst teleurstelt. Hopen, ja, dat kunnen we wel. Maar hoop, is dat niet het leven en het denken in z'n meest tere vorm? Denken aan dingen die gebeuren kunnen. 't Leven is zelf al zo teer. Wanneer de wind zich over 't veld laat horen, dan knakt zijn steel... Maar hoop, een zuchtje en ze is weg. Hopen is deze toekomst naar u toe willen trekken, maar hoe vaak is dat onbeantwoorde liefde? Wat een angsten staat uw hart dan soms uit. Uw hart lijkt een rollende golf. En in de kuif van de kam van de golf is de hoop, die vooroverbuigt. Dat kan niet lang duren. Dan kantelt hij en alles is voorbij. Als we er een spreekwoord van moesten maken, zouden we zeggen: Hoop beschaamt. Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. Dat is aardse wijsheid.
Hier wordt nu een hoop genoemd, die niet beschaamt. Dat moet dan wel een andere wereld wezen, een wereld waarin men van regen niet nat werd, waar de wind niet draaide en de nacht niet donker was. Dat zou een andere wereld moeten zijn. Als de hoop niet beschaamt, dan een andere wereld. Dat ligt ook in de hoop opgesloten, een andere. - Ook als we blijven in ons gewone doen, dan zijn we als kinderen; Sint Nicolaas, Kerstmis, nieuwjaar. Zo hoopt een mens verder, altijd anders, en dan komt 't beschamen. Als 't een tijd geduurd heeft, kijkt hij over z'n schouder,
"hunkert naar hetgeen hij zien zal, wenst terug 't geen hij eens zag."
De nar van Shakespeare: rijpen, rotten. Men hoopt zich dood. Nog eens, de hoop waarover Paulus spreekt, moet in een andere wereld voorkomen. De hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, die ons is gegeven. Dan houdt de ijdelheid der wereld op. Wordt die liefde Gods niet uitgestort met de Heilige Geest, dan is het ijdelheid der ijdelheden: ijdelheid in het kwadraat. De doos van Pandora: de doos leeg en de hoop op de bodem van de doos. In 't koninkrijk Gods hoopt men omdat het hart vol is en niet omdat het ledig is. Het is een gegronde hoop. Hoop moet een grond hebben. Hopen met een leeg hart is niet de ware hoop. Daarom is de Heilige Geest uitgestort en vult het hart met de liefde Gods.
Wanneer we geloven in God de Schepper, dan schijnt er ook wel ruimte te zijn. Zou er ergens niet op al die grote hemelbollen een plekje voor ons overblijven, een woning? Wat een ruimte om te hopen. Maar wat is het daar leeg in die ruimte. Uw hoop kan ze niet vullen. Gij huivert voor de wind des doods die er staat. Geen grond. Een stukje eeuwigheid. Onsterfelijkheid - duur der ziel. Heidense bespiegeling. Maar wat is de eeuwigheid lang! Gij kunt ze niet verwarmen met uw arme eigen hart. Uw deugd - welk een volmaakte leegte. Gij kunt de wet niet vervullen, volmaken. God, deugd en onsterfelijkheid. Uw geloof in de Schepper alleen kan u niet helpen. De Heilige Geest moet de liefde Gods in uw hart uitstorten. Dan ontstaat die heerlijke volheid.
Maar, zegt ge, ik geloof in Jezus Christus. Dat is een heerlijke belijdenis. Hij is voor zondaren gestorven. En er staan vele beloften in 't Evangelie. Gij zijt één van die velen. En hoe weet ge dat 't voor u is en welke belofte op u van toepassing is? De hoop moet een grond hebben.
Maar nu komt de Heilige Geest, en die vult ons hart met de liefde Gods. Niet onze liefde tot God, maar Gods liefde tot ons. Let op het verschil. Onze liefde tot God is nooit grond der hoop. Wel Gods liefde tot ons. Die liefde Gods tot ons wordt uitgestort in 't hart. Dat is grond. Hebt ge 't ooit ervaren of bijgewoond, dat de leegte een keer ophoudt, het hopen zonder grond? Dat kent de psalmist. Mijn beker is overvloeiende (Ps. 23 : 5). De volle beek van Psalm 36 (vs. 9). Of
"de zalf op 's Hogepriesters hoofd, ⚑als d' olie, die van Arons hoofd gedropen, zijn baard en klederzoom doortrekt."
Dat is overvloed. Dan is de liefde Gods uitgestort. Dat is dan voor u. En 't is uit met de ledige bespiegeling, met de twijfel. De hoop heeft een grond.
Dat is het heerlijkste wereldwonder in deze grote, lege wereld, die voor hopen lijkt geschapen en waar de hoop geen vaste voet, geen grond kan krijgen; of in de gemeente, waar zoveel gepreekt wordt, zoveel beloften van Jezus Christus worden verkondigd, maar waar ze zo ledig schijnen weer te keren, en geen plaats vinden om te rusten, zodat 't Evangelie is als een holle kerk, waar men met een kogel door kan schieten zonder raken. Als daar een hart vol wordt van Gods liefde en Christus' beloften, als het overvloeit in gebeden of tranen, dan is Gods Geest uitgestort. Dan is er weer een steen gelegd op 't fundament van apostelen en profeten. Dan heeft de hoop een grond en beschaamt niet.
Ik zeg: Als... Verkondig ik u een voorwaardelijk Evangelie? Op 'als' volgt dikwijls een 'maar'. Zullen we dat laten aantreden? Gelukkig behoeft dat niet. Iedere preek staat in dienst van Vader, Zoon en Heilige Geest. 't Evangelie is uitstorting. 't Is voor u. Waartoe dient anders de prediking? Zulke hoop die niet beschaamt, heeft onze tijd nodig. Wij voelen het holle. Onder de grond rommelt het. Iedere wand, waar ge op klopt, klinkt hol. Hele scharen antwoorden, jonge mensen: ze verwachten... niets. Wij hebben dit fundament nodig. Deze hoop is tussen geloof en liefde, moed en offer. Daartussen is de hoop. Ze heeft grond in Christus. Zo krijgt de gemeente, de wereld een grond.