O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Romeinen 5 : 5LarenRomeinen 8 : 2 · Romeinen 8 : 26a →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 365–367

Romeinen 5 : 18-20

Men kan de wereld van twee kanten bezien: van beneden en van boven. En beide malen ziet hij er heel verschillend uit. De eerste maal is het van Adam uit. Men let dan op de afstamming der mensen en de wording en loop der dingen: hoe alles zo gekomen is, geworden is; hoe het nu gesteld is. De schuld is over de mensen gekomen, over alle mensen, tot verdoemenis (vs. 18).

Dat ziet er niet rooskleurig uit: de schuld, over alle mensen, tot verdoemenis. Dat is de stroom van ongerechtigheden, die de overhand op ons had. Psalm 65. Wij belijden dat in de kerk. Een oude schuldbelijdenis: dat wij arme, ellendige zondaren zijn, ontvangen en geboren in alle boosheid en verdorvenheid, geneigd tot alle kwaad en onbekwaam tot enig goed.

Door één misdaad is dat gekomen. Het is een stroom, die een oorsprong heeft. Wij noemen Adam, de eerste mens uit de aarde, aards (1 Kor. 15 : 47).

Wij vragen: had het niet anders gekund? Had Adam ook niet niet kunnen zondigen? Aarzelend antwoorden wij: ja. Hangt ons lot dan van één mens af? Neen. Toeval is het niet. De zonde is geen gril. De schuld is een oordeel.

Wanneer wij 't alleen zien van onderen, van de oorsprong, dan verstaan wij er weinig van. Naast de val staat God. De zonde is verbreking van het gebod. De schuld is een oordeel Gods. Wat zonde is, verstaan wij aan God; niet uit de mens.

't Is geen nederlaag van de geest tegenover de natuur, geen gebeurtenis in de kring van 't mensenleven. De schuld is een aangelegenheid waarin God betrokken is. Wij verstaan ze pas als wij ze zien in dat licht. Daarom kunnen wij de wereld en het leven ook niet op eigen wortel herstellen. Van deze zijde is de zaak afgelopen. De afstamming is een hopeloos beginsel. Het is de zondebron. Ophoping van schuld. De vernieuwing moet van God komen: herschepping.

Tegenover deze fatale zonde en wat ze wordt, omdat ze tegen God bedreven is, staat één andere stroom, ook uit één bron, over alle mensen: de genade tot rechtvaardigmaking des levens (vs. 18). Ook deze oorsprong is in 't mensenleven: Jezus. Door één rechtvaardigheid komt de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens; door de gehoorzaamheid van één mens (vs. 19).

Maar dat God in het spel is, blijkt hier nog veel duidelijker. Genade overvloediger. De gevolgen der zonde zijn zonder God niet te begrijpen, maar de gevolgen van Jezus' gehoorzaamheid helemaal niet zonder God. Hier werkt God veel directer, veel meer zelf. Hier wordt Hem alles toegeschreven. De schuld wordt ons toegeschreven, op onze rekening gesteld. De genade wordt God toegekend.

Daar staat nu iets tussenin: De wet is bovendien ingekomen, opdat de misdaad te meerder worde; en waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest (vs. 20).

De wet is van God. Zij doet de zonde overlopen. Zij maakt haar openbaar. Zij overtuigt van schuld. Hier is het niet meer de zonde als oorsprong, maar de zonde als overtuigd worden. 't Is geen raadselachtigheid, maar willens en wetens in 't licht van 't leven, met bewustzijn tegen God: tuchtmeester tot Christus (Gal. 3 : 24). Gods plaats wordt duidelijker. De genade wordt voorbereid. 't Is geen noodlot, maar daad; geen fataliteit, maar schuld. Er komt een aangezicht tegenover de zonde. Straks breekt vandaaruit de genade door.

De wet komt van terzijde op het toneel: is bovendien ingekomen. Adam en Christus is een te directe tegenstelling. 't Is geen tweede afstamming. God brengt zijn genade in 't leven. 't Begint al met de wet, maar dan ook Christus. Adam en Christus staan niet gelijk. Veelmeer staan wet en genade tegenover elkaar. Niet geheimzinnig, maar duidelijk. Niet verschrikkend, maar vertroostend.

Let dan op wat in het leven komt, niet op wat erin is. De wet; en als die de veroordeling bevestigt, dàn Christus, de prediking, het Woord, de troost, de Heilige Geest. Dat zijn de komers en de blijvers. Wat is, in de zonde, vergaat. Wat komt, in het Woord, door de Heilige Geest, dat blijft. Dan is het geloof, het opmerken nodig. Dan de rijkdom, het leven, de activiteit.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Romeinen 5 : 5LarenRomeinen 8 : 2 · Romeinen 8 : 26a →