Romeinen 15 : 13
De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht des Heiligen Geestes.
Romeinen 15 : 13
In onze tekstwoorden wordt gesproken van de kracht des Heiligen Geestes. En die kracht komt op 't Pinksterfeest bijzonder naar voren: de Geest van wind, vuurtong en taal, de Geest die stormenderhand zijn intocht in de wereld houdt en beslag legt op de harten der mensen.
Dat er een sterke Heilige Geest is, daarin mogen wij ons wel verblijden. Het is een reden om feest te vieren. Geest is sterk, en kan bijna met de mensen doen wat hij wil. Men mag wel schrikken als er een geest onder de mensen vaart. Er is allerlei geest, maar altijd sterk. Als er een leugengeest vaart in de mond der profeten in Achabs dagen, dan profeteren ze allen vals en er is er maar één, die niet meedoet (1 Kon. 22). Als een nationale geest de hartstochten aanblaast, dan zien we vaak leugen en doodslag hoogtij vieren. Wij kennen die geesten: volksgeest, tijdgeest, partijgeest. 't Is als de wind over de korenhalmen. Allen buigen één kant over. Dan voelen we onze onmacht en kleinheid.
Heerlijk, het feest van de kracht des Heiligen Geestes te mogen vieren; dat er ook een Heilige Geest is, die sterk is over de harten der mensen. Dit mogen wij zeggen: de Heilige Geest kan met mensenharten doen wat Hij wil. De andere geesten, hoe sterk ook, zijn geschapen geesten. Zij kunnen veel, maar niet alles.
De Heilige Geest is God. Ik geloof in God de Vader, en in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, en in de Heilige Geest. De Heilige Geest kan alles met mensenharten. Dat is een reden van grote vreugde. God is ook Geest, en Hij is Heilige Geest.
Dat is een heerlijke waarheid, dat God Geest is; dat Hij niet alleen de almachtige Vader, maar ook de almachtige Geest is. Dat geloof hebben wij zo nodig. Mensenharten zijn stug materiaal. Soms denkt ge: Wat kan ik ermee? Geest tegen geest, dat is invloed tegen verzet. 't Moeilijkst te bearbeiden. En nu kan de Heilige Geest zo'n hart kneden als was.
Maar moeilijker is nog om mensen samen, die door een bepaalde geest bezield zijn, te veranderen; tegen een bepaalde geest op te komen: de geest der traagheid, des ongeloofs, der lichtzinnigheid, des afvals. Daartegen schijnt soms niets te doen. Een mens staat machteloos. Welnu, de Heilige Geest is ook een geest, die de massa in beweging kan krijgen. Drieduizend (Hand. 2 : 41), vijfduizend (Hand. 4 : 4), een schare die niemand tellen kan (Op. 7 : 9). Het is de Geest die in de menigte werkt, die de heerlijkste, de heiligste bewegingen en tijden in de mensheid werkt. Dat vieren wij op Pinksteren. Het is geen eenzaam feest, maar een feest der menigten.
Van de Pinkstergeest heeft de thuisblijver uit de gemeente geen besef. De radioluisteraar voor zijn loudspeaker, die alleen of met enkelen meer een spreker beluistert die hij niet kent, - het kan stichtelijk en goed zijn, maar de gemeentegeest, de drijving in de zielen, het pinkstervuur en de taal die allen tegelijk verstaan, de moedertaal der harten, die allen broeders en zusters maakt, die kent hij niet.
Het is een hoopvol ding, dat we de uitstorting van die Geest mogen gedenken.
Hoe is het met de christenheid gesteld, als we letten, niet op onze kring, onze gemeente, onze kerk alleen, maar op de katholieke christenheid, waartoe wij ook behoren, het gedoopte Europa? Men huivert als men denkt aan de geesten, die door de gekerstende wereld waren. Het is geen tijd voor grootspraak. Het is een Pinksteren van verslagenheid. Zullen wij de hand op de mond leggen? Is het talenwonder tot zwijgen gebracht?
Wij kunnen alleen nog geloven. Wij worden teruggebracht tot het ABC. Wij geloven in de Heilige Geest. Meer staat er ook in de Twaalf artikelen niet. Maar welk een heerlijkheid, dat geloof, dat het nog de Geest is van drieduizend, de vijfduizend, de schare die niemand tellen kan. We leven nog in een wereld, waarin Pinksteren mogelijk is. Beloning des geestes en der kracht (1 Kor. 2 : 4).
Wanneer iemand daaraan deel krijgt, dan gaat zijn hart open. Het hart sluit zich zo gemakkelijk. De voelhoorns trekken zich in. De ziel moet de moedertaal horen, de taal des Geestes. Dan worden we van onze eenzaamheid verlost: broeders en zusters.
De Heilige Geest, de moeilijke Geest. Allerlei geest wil de mens aan. De Heilige Geest is de neen-zegger. Maar ook de ja-zegger. Ja en amen op alle beloften Gods in Jezus Christus.
Hebt gij nog uitzicht, hoop, - dan door de Heilige Geest.