O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Psalm 31 : 20LarenPsalm 62 : 2 en 3 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 220–221

Psalm 33 :9

Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.

Psalm 33 :9

Zulk een God te hebben als in dit psalmwoord staat, is de mens gegeven. Wij zijn geboren in een wereld, die geschapen is. Naar alle zijden een groot wonder. Welke kant gij ook uitziet, overal het oneindige, het ledige. En in dat ledige is toch iets. En het grootste wonder is, dat wij er zelf zijn. Misschien hebben we 't verleerd ons daarover te verbazen. Maar een wonder blijft het.

Zo staan we midden in het mysterie, niet alleen ruimtelijk, mathematisch: hoe de vormen in de oneindige ruimte mogelijk zijn, maar in alle richtingen. Na het lichaam het leven, een even groot raadsel. Hoe roert er en beweegt er zich iets? Wat is uw leven en uw bewegen? Het plantenleven, de vegetatieve ziel. Dan de beweging van de plaats. Gij beweegt u werwaarts gij wilt. Uw bewustzijn: hoe ontwaakt het? Hoe weet gij van uzelf? Van de dingen om u heen? Dan het zieleleven: waar is de grens, waar de kern? Wie zijt gij en waarheen gaat ge? Hoe denkt gij en hoe wilt gij? Dit zijn louter wonderen. Vergeet het niet.

Ik geloof in God de Vader, Schepper des hemels en der aarde. De schepping is niet het begin der geschiedenis alleen. 't Is ook het fundament van alle waarheid. En van de Wet van God, van alle zedelijkheid. Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er. Dat is God. Als ge dat wegneemt, kunt ge niet anders dan duizelen. Duizelen boven de afgrond der eeuwigheid, waar gij, eendagsmens, u bevindt. Duizelen van de raadselen, die alles wat bestaat u opgeeft. Duizelen van de zedelijke afgrond, die onder u gaapt. Maar nu is het God, die spreekt, en het is er; die gebiedt, en het staat er. Gij zinkt niet weg in de eeuwigheid van ruimte en tijd. Zijn machtige arm ondersteunt u. Hij laat u er niet denken en duizelen, maar Hij spreekt, en het is er. Hij geeft zin en waarheid aan de dingen, grenzen en betekenis. Hij laat u niet dwalen en dalen, maar Hij zet alle dingen perken en palen. Hij geeft ook z'n heilige wetten, die uw leven veilig bepalen.

Op deze wijze dringt de betekenis van het scheppingsgeloof tot ons door. Het is een beginpunt niet alleen, maar ook een steunpunt. Daar rust alles op, op de machtige hand des Heren: uw lichamelijk bestaan, uw denken, uw doen. Het vindt alles een rustpunt in het geloof aan God de Vader, Schepper des hemels en der aarde. Zo ziet het ook de Godsman Mozes. De schepping aan 't begin van Genesis. De schepping, de grond aller kennis. De schepping als zegel van het gebod in de Tien geboden. In zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt.

God spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er. Het psalmwoord wordt in Christus vervuld. Het is geen echo, maar een profetie. Hoe heerlijk het bijbelse verhaal van Genesis 1 moge zijn, de Psalm geeft voller toon, als ze op Christus heenwijst. Wij hebben nog geen voldoende steun, als we met onze gedachten teruggaan naar de oorsprong der dingen. Hier is wel een zekere grens. Dan kunnen we niet verder. God heeft het gevormd, God heeft het gedacht, God heeft het gewild. De vorm - de idee - de wil. Maar gij, kleine mens, voelt u nog verloren in de ruimte, in die grote kennis, en zondig tegenover die wil. Wel zijt ge erdoor bepaald, maar nog niet gerust. Ge hebt geen vrede. Die hand van Genesis 1 kan u doden. Die kennis van Psalm 139 verschrikt u. Die wil van de Tien geboden is tegen u.

'God spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er' moet nog eens herhaald. Het heeft voller zin. Pascal en het kruis. Klokhen en kiekens. Hier heeft dat 'het' een andere betekenis. Geen grote hemelbollen staan er, maar gij, mens, lichaam en geest. Gij, persoonlijk in Christus. Geen grote gedachten en hoge ideeën, maar de kennis der genade in Christus, der liefde Gods en van de vertroostingen des Heiligen Geestes. Geen wil, die tegen u is, maar de wil Gods, die in Christus voor u is. De wil, dat gij zalig zult worden.

Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er. Dat krijgt z'n volle klank in het Evangelie. Dan is er met recht niets, zonde, minder dan niets, schuld. Wie zal ons verlossen uit het lichaam dezes doods (Rom. 7 : 24)? God doet het. Wat scheppen is, weten we pas door 't evangelie des kruises. Daar ontstaan de vormen des geloofs in de twijfel, daar de zin van het leven in de schuld, daar het nieuwe leven in de zonde, geschapen in Christus Jezus tot goede werken (Ef. 2 : 10).

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Psalm 31 : 20LarenPsalm 62 : 2 en 3 →