Mattheüs 3 : 1 en 2
En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea, en zeggende: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
Mattheüs 3 : 1 en 2
Het Kerstevangelie ligt midden in de geschiedenis van Johannes de Doper. ⚑Advent en Epifanie. Johannes staat met Jezus in het Evangelie, de voorloper niet van, maar in het Evangelie. Hoor maar hoe hij predikt: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. 't Zelfde als Jezus. Meer dan een profeet, zegt Jezus (Mt. 11 : 9). Jezus' ambtgenoot. Wonderbare geboorte. Onthoofd.
Was Johannes dus geen gewoon mens? Wat is gewoon? Jezus is gewoner dan Johannes in kleding en voedsel, in levenswijze. Maar Jezus zegt van Johannes: Hij is de engel voor mijn aangezicht (Mt. 11 : 10). Zijn komst is ondergeschikt aan Jezus' komst, maar deelt ten dele in de zending van Jezus, van de Zoon.
Johannes is de eerste, de voorloper. Waar loopt Johannes? Daar waar geen grond is. Want het Evangelie, het Koninkrijk der hemelen, dat is het leven zonder grond. De hele wereld, alle mensen proberen grond onder de voeten te krijgen, zich te verassureren. Maatschappelijk; graag zo wis als de bank. Wel wonderlijke grond, want een bank is een ding dat springt. - Jezus zegt: Doe het zonder grond; de vogelen, de leliën (Mt. 6 : 26, 28). Johannes is de voorloper: sprinkhanen, wilde honing; lopen, leven zonder grond onder de voeten.
Wij doen het graag in ons denken. Wij gaan niet over ijs van één nacht. Wij zoeken gronden voor de dingen, redenen voor onze handelwijze. Jezus: Bekeert u en gelooft het Evangelie (Mk. 1 : 15). Denken waar geen grond is, is geloven. Johannes is de voorloper. Zeg niet: Wij hebben Abraham tot een vader. God kan uit de stenen Abraham kinderen verwekken (Mt. 3 : 9). Jezus zegt straks: Het is volbracht (Joh. 19: 30). Maar eerst: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten (Mt. 27 : 46)? Daar is geen grond.
Wij doen het ook in ons leven. Wij zoeken grond voor onze hoop op de eeuwigheid in ons gedrag, als de Farizeeën. Jezus is met tollenaars en zondaren. Zalig worden zonder grond. Johannes is de voorloper. Hij noemt de Farizeeën 'adderengebroedsel' (Mt. 3 : 7).
Gemeente, durft gij dat: lopen zonder grond? Durft gij u te bekeren, omdat het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen is? Uw schat in de hemel, uw kennis in de hemel, uw gerechtigheid in de hemel. Durft ge u zo te bekeren, zoals een vlieg aan de zolder loopt?
'Wat zullen wij doen?' vragen de mensen als Johannes hen de grond onder de voeten weg neemt; als hij ze in de Jordaan doopt. Johannes noemt iets heel gewoons. Soldaten: geen overlast; tollenaars: niet te veel nemen (Lk. 3 : 10-14). Farizeeën: Wie heeft u aangewezen te vlieden de toekomende toorn (Mt. 3 : 7)? Zij hebben nog grond onder de voeten.
Dat is de bodem van 't Evangelie. Daarom staat Johannes in het Evangelie. De rijke jongeling heeft er iets van gemerkt: Wat doende zal ik het eeuwige leven beërven? Onderhoud de geboden? Neen! Dan zegt Jezus het: Geef uw goed aan de armen - leef zonder grond. Maar hij durft niet (Lk. 18 : 18-23).
Het Evangelie is een felle, korte historie. In snelle loop gaan Johannes en Jezus daarheen. Het Koninkrijk der hemelen is nabij. Wat is het Evangelie als geschiedenis? Drie jaren. Een jaar. Geboren uit de maagd Maria, geleden onder Pontius Pilatus. Is er niets tussen? Kan het niet: leven zonder grond? Geloven in het Evangelie? Is er anders niets dan geboren worden en sterven? Vlak tegen elkaar aan? Is er iets tussen Kerstmis en Pasen, een stukje mooi leven van Jezus? De ganse tijd zijns levens op aarde geleden.
Waar is ons leven zonder grond, ons leven als de vogelen, ons geloven als de moordenaar, onze gerechtigheid als van de tollenaar? Waar kunt ge 't aanwijzen? Is 't niet of uw dood ook tegen uw geboorte aan schuift? Zodat alle grond u ontzinkt?
Dat het zo moet, dat wij ons bekeren moeten en het Evangelie geloven: dat waarschuwt de tijd. Nimmer zo sterk. Banken, Bank van Engeland, Maatschappijen van Willem de Eerste springen. Daar is een bank voor. Durft ge leven zonder grond? De mensheid, de vrijheid, het recht: waar is de grond onder uw voet? Het geloof, het christendom, de kerk: springen? Waar is de grond?
Bekeert u en gelooft het Evangelie! Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Dat is een preek, een boodschap en Evangelie. Dat is Jezus' komst op aarde. Dat roept de voorloper. Maar een preek? Wat wilt ge meer als het uit de hemel moet komen? Grond krijgt hier, die springt - anders zuigt de grond weg. De grote wereldbank springt. Uit de hemel komt een verkondiging, die al den volke wezen zal, dat de Zaligmaker is geboren (Lk. 2: 10 v.). Uit de hemel klinkt het lied.
Leven zonder grond, door het geloof. Zacheüs deed het: hij klom in een boom; kon in de hemel niet klimmen. Toch een zoon Abrahams. Uit de stenen verwekt. Een grote blijdschap. Hij stond, lezen wij (Lk. 19: 8). Dat is de enige manier. Het geheim des levens zit toch in geboorte en dood; niet in de lengte. Wat zijn die ogenblikken goed, als er een geloof is als een mosterdzaadje.