Mattheüs 27 : 27-31
In het Evangelie ontmoeten God en mens elkaar. Dat gebeurt elders ook wel: in de natuur, in de wereldgeschiedenis. Maar wie God is en wie de mens is, ziet men pas goed als zij elkaar ontmoeten in het Evangelie.
Dat God liefde is, kan men zien als Hij zijn zon laat schijnen en als Hij het koren en het kruid laat groeien op het veld. Dan weten wij, dat Hij ons het dagelijks brood wil geven. Maar wij weten het eerst recht als wij lezen dat God zijn Zoon aan de spot en de hoon der wereld om onzentwille heeft blootgesteld. Dat zijn lichaam voor ons is geworden tot een spijze des eeuwigen levens, en zijn bloed tot een beker der onsterfelijkheid.
Toen Jezus gegeseld was, namen de krijgsknechten des stadhouders Jezus met zich in het rechthuis, en vergaderden over Hem de ganse bende (vs. 27).
Stel u voor wat deze ruwe bende doet. Jezus in hun midden. De hele afdeling soldaten in het pretorium wordt erbij geroepen. Ieder moet er deel aan nemen. Vreemde genoegens kunnen mensen bedenken. Samen met elkaar deze ene te kwellen. Als 't erop aankomt, is God altijd maar alleen. God kan niet door een andere God geholpen worden. Jezus is ook alleen midden in de gehele bende. Mensen mogen graag in een bende optreden. Wat hun aan persoonlijke moed ontbreekt, durven ze dan samen wel. Tegen God, tegen zijn dienstknecht treden zij dan gemeenschappelijk op. Zij dragen hun wreedheid, hun lust, hun spot op een hoop, en verheugen er zich in, hoeveel het dan wel wordt. Hoeveel wreedheid, hoeveel spot. Als wanneer jongens takken aandragen om een paasvuur te stoken. Zo hier: hoe meer wreedheid, hoe meer vreugd. Hoe meer spot, hoe groter lust. Daarom moet de ganse bende over Hem vergaderd worden.
En in hun midden staat Jezus. Hij neemt dat alles in ontvangst. Het vergadert zich rondom Hem. Het loopt alles op Hem aan. Het schijnt of Hij als vanzelf het middelpunt wordt van de spot en de hoon der wereld. Al onze zonden heeft Hij gedragen; zonder zijn mond open te doen, weerloos. Vreemd dat de wreedheid en de spot der wereld zulk een middelpunt zoeken. Zulk een eenling, zulk een ongewapende. God de grote eenling: de ongewapende. Wie vloekt men meer uit dan Hem? Wie wordt meer bespot? Maar hier worden de wreedheid en de spot der wereld overwonnen. Zij lopen op Jezus dood. Zij worden tot stukken van de verzoening der wereld. Nu zingen wij daarvan in ons lied. Nu prediken wij ze als een Evangelie. Christus heeft ze alleen overwonnen. Zo wordt de wereld overwonnen. Zo wordt de zonde verzoend.
En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om (vs. 28). Het purper is teken van de koninklijke waardigheid. Daar staat nu de Koning der Joden in het midden van de bende. Zo dwaas komt hun het geestelijk koningschap voor. Dat iemand het op die wijze zou kunnen winnen. Dat vinden deze krijgsknechten zo dwaas. God en zijn engelen weten wel anders. In de hemel wordt Christus altijd geprezen. Maar deze bende trekt Hem ten hoon van zijn koningschap een purperen mantel aan.
Maar dit is niet genoeg. De pijn, het pijn doen moet bij de spot komen. En een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten zij die op zijn hoofd en een rietstok in zijn rechterhand, en vallende op hun knieën voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden (vs. 29)!
"Is dat, is dat uw Koning ⚑dat aller vaadren wens?"
Hoe anders zijn Gods gedachten dan de onze. Wanneer Gods raad vervuld wordt, herkennen wij de dingen niet meer. Het één hangt wel met het ander samen. Aan ieder ding hier op aarde beantwoordt een hemels tegenbeeld. De spot hier op aarde is eer in de hemel. De doornenkroon is erekroon. Maar hier zien wij Christus' vernedering, die Hij gekozen heeft opdat wij met Hem verhoogd zouden kunnen worden. De wereld is wonderlijk gesteld.
Welk deel hebben wij aan het Evangelie? Aan het goddelijke verlossingswerk? Wij moeten ons verootmoedigen. Maar wij mogen ook vertrouwen vatten. Verachtelijk is het menselijk hart zoals het zichtbaar wordt in dit toneel. Ziet de bende van Pilatus, zoals zij voor Jezus defileren en Hem groeten met een: 'Koning der Joden'. En als zij voor Hem langs gaan, spuwen zij naar Hem, nemen elk op zijn beurt de rietstok en slaan Hem op zijn hoofd (vs. 30).
Welk een mensheid, die hier openbaar wordt. In het Evangelie worden God en mens openbaar. God als degene die zijn Zoon geeft. Als oneindige liefde. Grote lankmoedigheid. Die de wereld draagt. Jezus als onze Heiland. Borg. Middelaar. Het beeld van Jezus. Maar ook de mens wordt openbaar. Wat schuilt er niet alles in de mens. Is dat, is dat uw Koning? Maar ook: zijn dat zijn onderdanen?
Hoe zal het Koninkrijk der hemelen ooit komen? Het komt op Gods wijze. Het openbaart zich aan de gelovigen. Het wordt gepredikt. De verborgenheid der godzaligheid is groot (1 Tim. 3 : 16), hebbende dit zegel: Jezus Christus kent degenen, die de zijnen zijn (2 Tim. 2 : 19).