O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Klaagliederen 3 : 22LarenMattheüs 3 : 1 en 2 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 251–253

Maleachi 4 : 1 en 2

Want zie, die dag komt, brandende als een oven; dan zullen alle hovaardigen en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de Here der heerscharen, die hun noch wortel noch tak laten zal. Ulieden daarentegen, die mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder zijn vleugelen.

Maleachi 4 : 1 en 2

We hebben de laatste bladzijde van 't Oude Testament opgeslagen. 't Oude boek is uit! Wat zal er nu komen? Is 't nu uit? God heeft de wereld geschapen. De mensen zijn er. Ze zijn zoals men in 't Oude Testament lezen kan. Gevallen. Maar God heeft niet dadelijk gedood. De dood komt langzaam. Hij komt wel, maar soms heel laat. Methusalem 969. Ze helpen de dood zelf een handje. Kaïn slaatAbel dood. Japan de Chinezen. De ene helft van Spanje de andere helft. Soms komt er een geweldige opruiming. De zondvloed. De wereldoorlog. De dood, de bezoldiging der zonde komt wel (Rom. 6 : 23).

Maar, wonderlijk: er is telkens een rest, een overblijfsel. Na de zondvloed roept God Abraham. Hij zal tot een groot volk worden. En het gebeurt, tegen alle verdrukking in Egypte in. Dan vertelt ons de bijbel verder de geschiedenis van dat volk. Het is vrijwel een mislukking. Wel komt de naam van Bethlehem erin voor, en van David. En de profeten profeteren. Maar uitwendig is het een grote teleurstelling geweest. Als Maleachi profeteert, is 't haast geen volk meer. Een hoopje Joden rondom Jeruzalem. Een kerkje rondom een tempel. Die zitten te wachten of er nog iets komt. 't Oude Testament is uit. Komt er nog iets? Hebben we nog iets te wachten? Of slaat God het boek in zijn toorn dicht?

De laatste bladzijde van 't Oude Testament zegt, dat de dag des Heren nog komt. De mensen hebben al heel wat dagen gehad. Maar Gods dag moet nog komen. Dat is onze geloofsbelijdenis, dat we nog wat te wachten hebben, dat de grote dag nog komt. De dag des Heren, de eeuwige sabbat komt nog. Laatste artikel: het eeuwige leven.

We moeten echter goed opletten wat dat betekent. Het Oude Testament moet eerst uit zijn, voor 't Nieuwe komt. Ziet ge de donkere streep tussen Oud en Nieuw Testament? Zijt ge er niet bang van? De oude mens moet afsterven, als de nieuwe zal opstaan. Ziet ge het oordeel tussen beiden? Zijt ge er niet bang van? Hebt ge al schuld beleden? Hebt ge al berouw van de zonde? De wereld moet voorbijgaan; alle de dagen des mensen als een schaduw, voor de dag des Heren komt. Ziet ge de nacht tussen beide? Zijt ge er niet bang van? Van de dood?

De dag waarvan de laatste bladzijde van 't Oude Testament spreekt, is de dag van God. De profeet Maleachi wil zijn volk wakker schudden. Denken ze dat het zo maar een voortzetting zijn zal van andere dagen? Een dag die er zo bij komt? Zij zijn eenmaal geschapen. Zij zijn zonen Abrahams. Wij zijn christenen. Wij zijn kerkse mensen. En nu wordt het weer eens Kerstfeest. Heerlijk: Jezus komt ons weer eens opzoeken, zich bij ons voegen. Wel staat de wereld zowat in brand, maar dat heeft er niet mee te maken. Ons kerkse leven gaat wel door. Onze zondagen, onze feestdagen houden niet op. Wij lezen niet de laatste bladzijde. Ons Nieuwe Testament houdt niet op. Het komt niet helemaal uit. De kerken worden wel gesloten. De vrije prediking wordt wel verboden. Hier en daar en overal. Misschien is die laatste bladzijde van 't Oude Testament dichter bij ons dan wij denken.

Onze christelijke feestdagen zijn geen dagen van ons, maar dagen van God. ⚑Scheppingsdagen. Zij maken scheiding tussen hemel en aarde, licht en duisternis, zee en land, kaf en koren. Zij komen voor in de werkelijkheid van de wereld. God staat met een grote wan in de hand (vgl. Mt. 3 : 12). Er is een donkere streep tussen ons en 't Kerstfeest. 't Lijkt een kloof, waar niemand over kan. Geen zes dagen, geen zes jaren, geen zesduizend jaren kunnen die vullen. De dag des Heren, bij wie duizend jaren als een dag zijn (2 Petr. 3 : 8), moet die vullen. Anders wordt het nooit Kerstmis voor deze wereld. Maar dat is ook het Evangelie. Wij hebben nog wat te wachten. Wij hebben het niet en zijn het niet. Het is onze dag niet. 't Is de dag der belofte. 't Is geen conclusie uit uw leven. Gelukkig niet. Geen verlenging. Hoop er dan maar niet op. Advent is: de Here komt. Jezus lijkt onzer één. Maar wandel in het Evangelie. Volg Jezus naar het kruis. Is dat niet een dag des Heren? Past uw leven zomaar in het Evangelie? Betekent de kribbe niet dat er geen plaats was in de herberg dezer wereld? We kunnen evengoed zeggen dat het met Jezus ophoudt, als dat het met Hem begint. Het tarwegraan moet eerst in de aarde vallen (Joh. 12 : 24).

De aartsvaders, met al hun runderen en schapen, waren vreemdelingen. Maar ze hopen op de dag des Heren. Onze gerechtigheid houdt op. Ons leven ook. De dag des Heren komt. Alles wat reeds iets is, hoogmoedig: wij zijn mensen, wij zijn christenen, is een stoppel voor de dag des Heren. Iedere dag des mensen houdt z'n donkerheid. De ziel is neergebogen. De wereld ligt in het boze. Het enige is: de dag des Heren komt. Wij hebben nog iets te wachten. De Bruidegom komt. Dat is ons christen-zijn. Ons kerstenmensen-zijn. Ons adventsverlangen. Het oude gaat voorbij. En Christus komt.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Klaagliederen 3 : 22LarenMattheüs 3 : 1 en 2 →