Lukas 9 : 28-36
Het is heel moeilijk om iets te zeggen over deze geschiedenis. Men vraagt zich af, of het niet beter was te doen als de discipelen, waarvan wij lazen: En zij zwegen stil (vs. 36). Dat is telkens zo als men een gedeelte van het Evangelie leest. Het zijn hemelse dingen, op aarde geschied. Dat is hier veel sterker dan in 't Oude Testament en de Handelingen. En dat moet ook zo. Eerst komen de profeten, dan de Zoon, dan de apostelen. Eerst wordt het voorspeld, dan komt het, dan wordt het gepredikt. Wederkomst.
In 't Evangelie komen wij tot de gebeurtenis zelf. Het is als wanneer iemand zijn komst lang per brief heeft aangekondigd aan zijn huisgenoten. En nu treedt hij de huisdeur binnen en staat in hun midden. Zo zijn de evangeliën. Iets nieuws brengen ze niet, maar zij vervullen het Oude Testament. Nu komt het.
Dit komen en gaan, dat zijn de grote wonderen van het leven; niet ìn het leven. Wij bewegen ons in een gesloten kring van mogelijkheden. Maar die kan doorbroken worden. En dan is het er. Het leven of de dood. In de evangeliën staan we oog in oog met datgene, wat de wanden van ons leven verbreekt. Van 't begin tot 't einde. Van Kerstmis tot Hemelvaart. Daarom gepredikt.
En zo staan we hier in ons tekstverhaal wel voor een hoogtepunt. Jezus heeft aan zijn jongeren zijn lijden bekendgemaakt. En dat heeft aanleiding gegeven tot een fel conflict. Petrus heeft zich aan Jezus geërgerd, - als Judas later.
En dan komt de berg der verheerlijking, de hemelvaart achter het kruis voorspellen. Die hebben de drie jongeren ook gezien. Mozes, Elia en Jezus samen sprekende over het lijden (vs. 30 v.). Het lijden opgenomen in de grote raad Gods, waarin de profeten en de Zoon samen staan. Het is het hoogtepunt van het Evangelie.
Ligt die bergtop nog hier op deze aarde, waar Mozes, Elia en Jezus samen spraken? Wat is ons leven door Jezus geworden? In welke samenhangen is ons lijden opgenomen? Toch, hoe verheven alles ook is, Jezus' voornemen om te lijden wordt erdoor onderstreept.
Ware het Evangelie een natuurlijk ding geweest, een verheerlijking van de mens in Jezus, dan zou Jezus' hemelvaart midden in 't Evangelie hebben plaatsgehad, hier, op de berg met Mozes en Elia in de wolk, die hen overschaduwde. Dan zouden de grote Godsmannen Hem hebben meegenomen, en Petrus, Jakobus en Johannes waren alleen gebleven. De maanzieke knaap, aan de voet van de berg, ware niet geholpen geworden. De moordenaar aan het kruis zou in het paradijs niet gekomen zijn. Maar Goddank, het geschiedde niet. De hemelvaart ligt achter het kruis, niet daarvoor. Eerst moet de Christus lijden. Daartoe is Hij gekomen.
Zo is dan Jezus' lijden in de raad Gods opgenomen. De grote getuigen van het Oude Testament, Mozes en Elia, zijn getuigen van het Nieuwe. Dit is het echte en eeuwige Testament, de wil Gods met zondaren. Dit wordt in de hemel erkend.
Zo is het Evangelie: het hoogtepunt. Daar waar het het verst van ons af schijnt te zijn, het verst buiten ons bereik, daar bergt het ons leven, ons lijden in zich. En zo behoort het in ons leven. Jezus heeft onder ons gewoond. Petrus, Jakobus en Johannes, de slapers uit het Evangelie, voor wie het Evangelie als een droom geweest is, - zij hebben er deel aan gehad, in slapen en waken, in vallen en opstaan.
Gelooft gij dat, dat zulke stukken tot uw leven behoren, als de verheerlijking op de berg? Dat uw lijden in heerlijkheid is ingesloten? Dat de hemelse raad van profeten, Zoon en apostelen over het lijden gaat? In die vorm wordt het u gepredikt, zo, dat het u een troost is; niet als een stuk sneeuwwitte eeuwigheid, waar ge geen vat op hebt. Geen Mont Blanc van goddelijke heiligheid en majesteit, maar Mozes en Elia en Jezus over het lijden sprekende.
Eeuwigheid - wat zijt gij dicht bij de tijd. Wat daalt gij diep in het lijden. Hoe kunnen Mozes, Elia en Jezus bij elkaar komen? Kunt gij naar gisteren teruglopen, naar morgen vooruit? Ja, in de eeuwigheid. Maar wat maakt de eeuwigheid tot eeuwigheid? De liefde vergaat nimmermeer (1 Kor. 13 : 8). Anders blijft de tijd, het lijden, de dood.
Geloof het dan. Wat gelooft gij? Wat gij ziet? Dat hoeft niet. Geloven wat de wanden des levens verbreekt. De sterke liefde Gods. De gerechtigheid in Christus. Luctor et emergo.