O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Lukas 2 : 25-35LarenLukas 4 : 1-13 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 292–294

Lukas 4 : 1-13

Jezus wordt door de Geest in de woestijn geleid. Het is diezelfde Geest, die op Hem neerdaalde. Wanneer daalde de Geest op Hem neer? Toen Hij zich in de plaats van de mensen stelde. Hij keek niet over de schouder naar hen. Hij wil alle gerechtigheid vervullen (Mt. 3: 15). Hij stelt zich met hen gelijk. Verstaat gij iets van 't Evangelie? Dat God zich met u gelijkgesteld heeft, met u wil geboren worden, met u wil sterven? Dat Hij daartoe mens geworden is? Dit is de rechte baan door de wildernis van het leven, waarvan Jesaja spreekt (Jes. 40 : 3).

Maar als Hij hun gelijk wordt, welk een verschil! Zij gaan naar hun werk terug. Jezus gaat tot een geheel nieuw werk. Zij weten het nu. Jezus weet het niet. Hij zoekt zijn roeping. Hij wordt door de Geest geleid. En Hij weet het niet.

Een ontzaglijke roeping. Zoals de christen door de duisternis heen moet, zo de Christus allereerst. Er komen stemmen in de woestijn, waarin Christus geleid wordt. Het is de stille plaats, de stille tijd. Er staat niet in de bijbel dat wij er naar eigen keuze in moeten gaan. De plaats der stilte, de plaats der stemmen, is ook de plaats der duivelse verleiding, der duivelse stemmen. Maar de Geest leidt Hem hierheen. De Geest moet de eerste zijn, niet de laatste. Jezus heeft al gekozen: de weg der plaatsbekleding. Nu leidt de Geest Hem onder de mensen vandaan. Hun weg kan de zijne niet zijn. Wat zal Ik doen? Wat zal Ik doen? Waar loopt zijn weg? Met die vraag gaat Jezus in de woestijn.

En dan komt de verzoeking. Veertig dagen stille tijd. Wat zal Ik doen? De stemmen komen. De eerste stem is die van de duivel: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot deze steen dat hij brood wordt (vs. 3). Jezus hongerde. In de stille tijd komt een stem die aanraadt wat Jezus zelf begeert. Eten. - Begeerte blijft. - Dit gaat buiten de Schrift om; 't staat in geen psalm, geen profeet. 't Is een behoefte, zo uit 't leven geboren. Wat ligt meer voor de hand? Maar een woord van God is het niet. 't Staat niet in de Schrift. Jezus zegt dat eenvoudig. Hij is in de woestijn gegaan, in veertig dagen stille tijd, maar wil zich aan de Schrift houden. Dat blijkt uit zijn antwoord: Daar is geschreven: de mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord Gods (vs. 4). Wij leven niet van beneden, uit de aarde, maar van boven, uit de hemel komt het brood. Dit is de levendmakende ziel, met de levendmakende Geest (vgl. 1 Kor. 15 : 45). Dit is Jezus' roeping. Leven bij Gods Woord. Niet uit het bloed en uit de begeerte, maar van het Woord.

Weer is het stil. De stille plaats. De stille tijd. De Geest leidt Hem in de woestijn, en Hij hoort er de duivel spreken. De duivel is ook stil, maar niet lang. Hij leidt Hem nu. De leiding des Geestes schijnt afgebroken. O, angsten der ziel. Hoe houden wij Gods Geest en de duivel uit elkaar? Wie heeft nu de leiding? Wat geest heeft de leiding? Nu staat Jezus op een hoge berg; niet in de woestijn. De duivel toonde Hem al de koninkrijken der aarde (vs. 5). Geestelijke hoogmoedsverleiding, meer duivels. Wat is een bete broods, vergeleken met de heerschappij over de aarde? En de duivel zei: Ik zal U al deze macht en de heerlijkheid dier koninkrijken geven; want zij is mij overgegeven, en ik geef ze wie ik ook wil. Indien Gij dan mij zult aanbidden, zo zal het alles uwe zijn (vs. 6 v.).

Dat is een andere verzoeking. De voltooiing. Van de eerste honger tot de laatste begeerte: de heerschappij. Wie meet de afstand? Wie neemt de maat van de menselijke geest? Wij weten waar hij begint! Waar is het einde? Maar hoe dit is, Jezus wijkt niet. Gods wil moet volbracht. Dan is de ziel behouden. Jezus: Ga weg van Mij, Satan; want daar is geschreven: Gij zult de Here uw God aanbidden en Hem alleen dienen (vs. 8). Dat is de volheid van Gods Woord. - Niet 'n woord.

Weer is er stille tijd op de stille plaats. Wanneer komt Gods Woord? Nog steeds des duivels woord. Satan neemt weer de leiding. Waar blijft de Geest? En hij leidde Hem naar Jeruzalem en stelde Hem op de tinne des tempels (vs. 9).

De volgorde? Deze volgorde is zeer sprekend. Jezus is de Messias. Niet om eigen begeerte te volgen, niet om deze wereld te beheren. Hij komt om te dienen, zich onder God te stellen, minder dan de engelen. In der mensen plaats. Satan gaat mee. Hij gaat met Jezus naar Jeruzalem. Op weg naar de nederlaag. Hij geeft het half op. Op de tinne des tempels; niet onder 't kruis. Indien Gij de Zoon Gods zijt, werp Uzelve van hier neerwaarts. Want daar is geschreven, dat Hij zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen, en dat zij U op de handen nemen zullen, opdat Gij uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot (vs.9 vv.).

Satan in Jeruzalem met Jezus op de tempel. Wat zal zijn ambt en werk hier zijn? 't Kruis; hoe anders? Jezus: Gij zult de Here uw God niet verzoeken. En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week bij van Hem voor een tijd (vs. 12 v.).

Zo is Jezus in ons leven gekomen. Laat u helpen. Dit behoeft gij niet door te maken. Hij is het Woord. Zo stil wordt het nooit. Zo woest geen plaats. Geen wereld.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Lukas 2 : 25-35LarenLukas 4 : 1-13 →