Lukas 2 : 25-35
Simeon is in de bijbel degene die Jezus begroet heeft. Zijn leven was vol van de verwachting. Er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze mens was rechtvaardig en godvrezend, verwachtende de vertroosting Israëls, en de Heilige Geest was op hem (vs. 25). Dat is een heerlijke beschrijving van een mensenleven. De verwachting is er levenslang geweest, maar zij is rijp geworden. Zij is steeds meer verzadigd met werkelijkheid. Wachten is niet ledig blijven, maar het is ontvangen. Wij zien het hier. Deze Simeon heeft jarenlang uitgezien naar de verschijning van Christus. En het einde is, dat hij het kind Jezus in de armen houdt. Dat is de aard van het geloof. Geloof heeft aanraking met de werkelijkheid. 't Is niet ledig.
Velen zullen Simeon met vreemde ogen hebben aangezien. Maar het gehalte van zijn leven nam toe. Niet ijdelheid der ijdelheden. Geen kaf, maar koren. Hij verwachtte de vertrooster Israëls. En de Heilige Geest komt. Door de Heilige Geest, de Geest der profetie, weet Simeon dat hij de dood niet zien zou, eer hij de Christus des Heren zien zou (vs. 26). Voor hem was het wachten niet ledig. De ruimte is vol van de Heilige Geest. En daarin krijgt Christus gestalte. De dood verliest daardoor zijn verschrikking. Tussen Simeon en de komende Christus raakt de dood in verdrukking. Hier in dit verhaal heeft hij niets verschrikkelijks. Hij zal hem niet zien voor... En: Nu laat Gij, Here, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord; want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien (vs. 29 v.). Dat zo een mensenleven kan zijn: wachten op de Heer, vervuld worden van de Heilige Geest: vervulling van de verwachting.
En hij kwam door de Geest in de tempel; en als de ouders het kindeke Jezus inbrachten, om naar de gewoonte der wet met Hem te doen, zo nam hij hetzelve in zijn armen en loofde God en zei: Nu laat Gij, Here, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord; want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volkeren: een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël (vs. 27-32).
De lofzang van Simeon. De psalmen van het Oude Testament. Hier de vervulling. Hoe is daar verlangd. Daarnaast de profetie. Hier lopen ze inéén. En Jezus ligt in de armen der oudtestamentische vromen: Abraham, Jakob, David, Jesaja, Jeremia.
Deze tonen rijzen uit de gemeente. Het oude, het wachten is niet geheel voorbij. In uw hart: het wachten; de Heer vertoeft te komen (Mt. 24 : 48). De psalm, de profetie: zij klinken door uw leven. De Heilige Geest. De vervulling. De verwerkelijking. De zichtbaarheid. De lofzang.