O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Lukas 1 : 38LarenLukas 2 : 1-7 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 285–287

Lukas 2 : 1-7

"Och zing mij nog eenmaal het oude lied van Christus, mijnen Here!
Van hemelse dingen op aarde geschied."

Zo zong Beets van het Kerstfeest. Het is oud en toch altijd nieuw. Het is een oud verhaal en altijd nieuw.

In de dagen van keizer Augustus, toen Cyrenius over Syrië stadhouder was (vs. 1 v.). Wat hebben we daaraan, aan dat historische? Het gaat toch over goddelijke dingen? Kunnen we dan zeggen: toen en daar? Is God niet overal, alomtegenwoordig en eeuwig? Kunnen we zeggen in wat jaar Hij de wereld geschapen heeft? Kunnen we zeggen wanneer Hij zijn Zoon gezonden heeft? Is dat niet een eeuwige geschiedenis? Kan dat gebeuren precies onder keizer Augustus en onder stadhouder Cyrenius?

Deze vragen worden vaak ontkennend beantwoord. Geschiedkundige feiten zijn nooit bewijs van eeuwige waarheden (Lessing). En toch is dit het heerlijke van het Kerstfeest, dat de hemelse dingen op aarde geschieden; het is gebeurd. ⚑Onder keizer Augustus, toen Cyrenius over Syrië stadhouder was. Preciezer kan men het niet zeggen.

Nu roemen de apostelen.
Nu zingt de gemeente:

"Men had Hem eeuwen lang verwacht, totdat Gods tijdperk was volbracht; toen zond Hij ons van zijnen troon het heil der wereld, zijnen Zoon."

Nu belijdt de kerk: In de volheid des tijds (Gal. 4: 4).

Vele stemmen komen daartegen op. Vele harten komen daartegen in opstand. Laten we horen wat men zegt: De goddelijke dingen zijn eeuwig. Ze zijn altijd dezelfde. Ze zijn er altijd. Ze gebeuren altijd weer. De zon gaat elke morgen op over bozen en goeden. God regent over rechtvaardigen en <onrechtvaardigen> (Mt. 5 : 45). Gods gerechtigheid is een beginsel, dat overal en altijd in deze wereld schittert. Gods waarheid is tijdeloos, en hangt niet van het ogenblik af. Wat waar is, kunnen we inzien, onafhankelijk van gebeurtenissen en jaartallen. Het Woord Gods is eeuwig en wordt niet geboren.

Dit alles klinkt verheven en lijkt vol vrome zin. Men heft het goddelijke ver boven tijd en toeval uit. Geen plaats of jaartal heeft ermee te maken. Maar wat heeft een arm mens en zondaar aan al die eeuwige en hoge dingen, als ze niet dicht bij hem komen? Wat hebben we aan de hoogste en heiligste gedachten, als ze niet waar willen worden in ons kleine en zondige leven? Wat baat het ons of God overal is, als Hij niet bij ons woont op een wijze, die ons troost? Aan die schoonste profetieën, als ze niet vervuld worden? Het baat mij niet als Jezus' naam langs de wolken ruist, als Hij niet in mijn hart gefluisterd wordt door Gods Geest. Ideeën, woorden, wetten kunnen prachtig zijn, schoon, verheven, maar wat baat het mij, als ik toch zo hoog niet kan klimmen?

Nu staat het hier zo kinderlijk eenvoudig. Het kindeke wordt geboren onder keizer Augustus. Het werd geboren in de volheid des tijds, zoals de profeten gezegd hadden. Het wordt neergelegd in de kribbe, in doeken gewonden (vs. 7). Daar ligt het nu in deze lage, zondige wereld. Een ergernis voor mensen die zichzelf kunnen redden. Een dwaasheid voor wie zelf kan denken. Maar daar ligt het voor de armen van geest. Ze kunnen van zichzelf en God zo hoog niet denken. Ze kunnen uit hun zonden zo hoog niet klimmen als God in de hemel.

Nu ligt het kindeke, Wonderlijk, Raad, sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst (Jes. 9 : 5), in de schamele wieg van de tijd. De onbeweeglijke wordt bewogen in de tijd. De eeuwige wordt geboren op aarde. De hoge God komt wonen in de lage plaatsen. God komt neder, om de nederigen genade te geven.

Er zijn allerlei omstandigheden in het kerstverhaal, die dit nog duidelijker maken. Het kerstverhaal is een verhaal over verdrukking. Het is een overwonnen volk, dat beschreven wordt onder Cyrenius, en toch het volk Gods. Het is het volk waaraan de woorden Gods zijn toevertrouwd, het volk der profetieën en beloften. Hoe vreemd worden ze vervuld. Als men de profetieën leest, denkt men: kan dat alles uitkomen? Nu komt het uit, maar hoe anders dan de mensen dachten. Nu geloven ze 't niet. De vervulling leidt nog dieper in de diepte. Regelrecht gaat het van Bethlehem naar Golgotha.

Wij zullen het hier op aarde niet vinden. En toch komt het tot ons. En het is gekomen. Terwijl ge 't niet vindt, is het er, in doeken gewonden. De doeken der verdrukking en der lijdzaamheid en der bevinding (vgl. Rom. 5 : 3 v.), daarin is uw hoop, uw toekomst. Wanneer gij neerknielt naast dit kindeke, zal het u opheffen als gij opstaat. En ge zult met Hem in de hemelen gezet worden.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Lukas 1 : 38LarenLukas 2 : 1-7 →