Kolossenzen 2 : 9 en 10
Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk; en gij zijt in Hem volmaakt, die het Hoofd is van alle overheid en macht.
Kolossenzen 2 : 9 en 10
De apostel heeft de Kolossenzen gewaarschuwd tegen de vervoering door de filosofie en de ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus (Kol. 2 : 8). Hij bedoelt de godsdienst, die zich met het schepsel bezighoudt in plaats van met de Schepper; met de wereld in plaats van met God; met de stukken in plaats van met het geheel; met de schaduwen in plaats van met het wezen.
Deze godsdienst is er altijd geweest en zal er altijd blijven. Zij was er in Paulus' dagen in allerlei vormen: in de dienst van machten, geesten, krachten; niet God zelf, maar de stukken van zijn macht, de heerschappijen. En daartegenover plaatst de apostel nu de ware godsdienst: het geloof in Christus. In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.
Wat de apostel met dat 'lichamelijk' bedoelt, weten wij uit andere plaatsen van zijn brieven. Voor Paulus is het lichaam iets dat gehoorzamen moet. Dat doen de overheden en de machten, die hun invloed op het mensenleven laten gelden, ook wel. Dat zijn de dood, het leven, de engelen en de overheden, de machten, de tegenwoordige en de toekomende dingen, de hoogte, de diepte en de andere schepselen uit Romeinen 8, die ons toch niet van de liefde van Christus kunnen scheiden (Rom. 8 : 38 v.). Zij gehoorzamen God ook. Zij gehoorzamen echter niet lichamelijk, niet zoals Christus toen Hij, het Woord, vlees geworden was, zodat de volheid Gods in Hem lichamelijk woonde; niet zoals de gemeente, die het lichaam van Christus is, aan haar Hoofd onderdanig is. Wanneer de volheid der Godheid in Christus lichamelijk woont, dan moet dat zo verstaan worden, dat zo ook de volheid van Christus in de gemeente lichamelijk woont.
Dat staat ook in onze tekst. Gij zijt in Hem volmaakt, die het Hoofd is van alle overheid en macht. Gij zijt niet volmaakt, als de overheden en machten, de tegenwoordige en de toekomende dingen, de dood of het leven, de hoogte of de diepte, uw hoofd zijn. De stukken van Gods macht, de brokstukken van de wereld, de schepselen kunnen uw hoofd niet zijn. Maar Hij, die het Hoofd is van alle overheid en macht, die moet uw Hoofd zijn.
Stel eens, dat het lichaam aan de hand zou moeten gehoorzamen of aan de vuist, of onder de duim staan of onder de wijsvinger of de ringvinger. Wij weten al lang dat dat niet prettig zou zijn. Het lichaam wil aan het hoofd gehoorzaam zijn. Stel dat het staan moest onder de voet, of onder de hiel, of onder de knie. Wij weten dadelijk dat dat geen leven zou zijn. Of dat het onder de macht van het oog zou staan, van alle kanten bespied, of onder de regering van het oor, van alle kanten beluisterd. Het lichaam wil door het hoofd geregeerd worden, zodat alle leden maar één lichaam zijn, zodat er vrede is in het lichaam. De delen werken samen in vrede. Dat is de betekenis van het woord 'lichamelijk'.
Het is niet zozeer dat men het lichaam zien kan, of dat het stoffelijk is en niet geestelijk. Daaraan denkt Paulus hier niet in de eerste plaats. Lichaam is hier veeleer iets geestelijks. De Heer is de Geest (2 Kor. 3 : 17). 't Is niet de hand apart, niet de voet, niet het oog, niet het oor. Het is alles samen, zoals het aan het Hoofd gehoorzaam is; zoals het zijn roeping vindt in het dienen, elk op zijn eigen plaats; zoals het de vrede tot zijn levenswet heeft, de overeenstemming van het ene lid met het andere; waar de koninklijke wet gehoorzaamd wordt, zodat er vrijheid is. Zo woont Christus in de gemeente, lichamelijk. Zo woont Gods volheid in Christus, lichamelijk.
Zie dan toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus. Want gij zijt in Hem volmaakt, die het Hoofd is van alle overheid en macht.
Paulus noemt enkele van die dingen op: spijs en drank, of feestdag of nieuwe maan of sabbatten (Kol. 2 : 16). Dat zijn stukken van de Israël-godsdienst. 't Zijn maar schaduwen, zegt hij. Het lichaam dat de schaduw werpt, het geheel dat de delen verbindt, de vrede die alle stukken, alle verstand te boven gaat, dat lichaam is Christus (Kol. 2 : 17; Fil. 4 : 7). Op zichzelf lijken deze stukken veel lichamelijker dan Christus. Spijs en drank, sabbat en nieuwe maan, door de sterrenloop bepaald: zij zijn veel handtastelijker dan Christus. Maar Christus' lichamelijkheid is een hogere. Want het koninkrijk Gods is niet spijze en drank, maar rechtvaardigheid en vrede en blijdschap door de Heilige Geest (Rom. 14 : 17).
Zo was het in Paulus' dagen: de eerste beginselen der wereld tegenover Christus. Wij leven nog in dezelfde tegenstelling. De vervoering door de filosofie en ijdele verleiding is er gebleven: de eerste beginselen der wereld tegenover Christus. In Christus wordt als in het Hoofd alles tot één vergaderd. Wanneer wij andersom leven, dan is ons leven een gestadig sterven. Het valt uiteen.
Filosofie. IJdele verleiding. Ziet toe... Christus het Hoofd.