O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Handelingen 2 : 1-14LarenHandelingen 2 : 41-43 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 351–353

Handelingen 2 : 6b

Een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.

Handelingen 2 : 6b

Laten we bedenken wat het zeggen wil, dat God ons z'n Geest gezonden heeft. Het Pinksterfeest is de afsluiter der christelijke feestdagen. Het is de voltooiing en vervulling van het hele verlossingswerk. Voor de natuurlijke mens is dat moeilijk te begrijpen. Hij verstaat niet... (vgl. 1 Kor. 2 : 14).

Het Pinksterfeest heeft weinig aanschouwelijkheid. Onze ogen, oren en handen hebben er weinig houvast aan. Het feest van de Geest heeft in deze tijd des jaars een zware concurrent aan de natuur. De natuurlijke mens heeft liever met God, de Gever van alle goeds, dan met God, die zelf Gave is, te maken. En toch, hoe heerlijk is die Pinkstergave, die God zelf is. Hoe hard hebben wij 't nodig, dat wij zo duidelijk in onze eigen taal toegesproken worden, dat de doven horen en de doden worden opgewekt.

God sprak eens tot de mensen vanuit de wind des daags (Gen. 3 : 8). Een kerk was toen niet nodig. De sluier des tijds was zo beweeglijk, dat de stem van de Eeuwige in iedere ritseling der natuur en des levens verstaanbaar was. Dat is nu anders. Nog zegt ons de zomerwind wel iets, maar 't is niet meer onze eigen taal. We verstaan het niet. 't Zijn raadselen, heimwee, onrust. Daaraan hebt ge niet genoeg.

Maar Jezus is op aarde gekomen, en Hij droeg toch mensen-aangezicht. Kunt ge uit zijn trekken in het Evangelie de troost niet aflezen, die ge nodig hebt in leven en sterven? Was Pinksteren wel nodig? Is de taal van de bergrede, zijn de zaligsprekingen niet vertroostend genoeg? En hoort ge daar niet in uw eigen taal u toespreken?

Gemeente, dat edel aangezicht van Jezus Christus is met de doodskleur overtogen. Geen mensen-aangezicht, ook niet dat van Jezus Christus op aarde, kan uw trooster zijn. Van Alphen's klacht: "Och, was Jezus nog op aarde" is een ijdele verzuchting. Jezus' discipelen zijn verstrooid geworden, toen de Herder geslagen werd (vgl. Mt. 26 : 31). En sedert gelukt het u zeker niet in menselijk gelaat Gods beeltenis af te lezen, of in mensenwoord zijn stem te horen. Het is u nut dat Ik heenga (Joh. 16 : 7).

Het is u nut dat ik heenga. Dat zegt voortaan ieder mens tot z'n medemens, iedere prediker tot z'n gehoor, iedere vader tot z'n kind. Anders kan de Trooster niet komen.

Na de zondeval spreekt de schepping niet in onze eigen taal. Maar de Schrift doet het ook niet, zo de Geest niet komt. Ook het Evangelie ontzet en verwart en verschrikt ons, als we aan onszelf overgelaten worden. Wat geeft het of het Evangelie de reinen van hart zalig spreekt, als we 't toch niet zijn? Of de verloren zoon, als we 't toch niet willen wezen? Er is een vreselijke schijn in de wereld, zowel natuur- als mensenwereld, waar de dood doorheen kijkt, en niet God.

Met Pinksteren staat of valt de wereld. De natuurkundige en de schriftgeleerde staan bij mijn weten niet te boek als degenen, die Gods stem 't best verstaan hebben. De kinderen des Geestes zijn het die in hun eigen taal worden toegesproken. Zij zijn het die ervoor bewaard worden door de bomen het bos niet te zien. Vanwege de gaven, de grote Gave, vanwege de teksten, de troost.

Ik zeg u een verborgenheid. Het is het pinkstergeheim. Wie zal het waaien van de wind des Geestes onderscheiden? De stormwind horen we, als hij vaart en stoot. Het hemelvuur zien we en het verschrikt ons. Maar wat is deze tempelwind en dit preekstoelvuur op Pinksteren in de opperzaal en op het hoofd der discipelen (Hand. 2 : 2 v.)? Wie zal het geestelijk onderscheiden (vgl. 1 Kor. 2 : 14)? Is het echt of vals? Zijn deze mensen met de Geest bezield of dronken (vgl. Hand. 2 : 13)? Wat weet ge ervan, of het zondebesef in uw hart echt is of namaak? En het geloof een waar geloof of een tijd- of historisch geloof? Kent ge de macht van de twijfel op geestelijk gebied?

Hier is maar één bewijs: als ge in uw eigen taal hoort spreken. Het is een verborgenheid. Maar dan waait het ook niet meer buiten, maar binnen. De duif zweeft niet meer buiten op de wateren en daalt niet op het hoofd, maar de Trooster komt binnen in het hart. De Heilige Geest is de Trooster. Hij weet het Woord te vinden dat gij verstaat.

Niemand kent u geheel, en niemand verstaat uw taal goed. Het is Babel geweest op de wereld en dat blijft het. Het is een vreselijk ding, wat de bijbel ons daarvan vertelt, dat God de spraak verwarde, en een iegelijk de spraak zijns naasten niet hoorde (Gen. 11 : 7). Maar ge ervaart het elke dag. Het is het verdriet van uw leven.

Daarom moet het Pinksteren zijn. En dat is een groot feest: als God weer verstaanbaar wordt voor de mensen en ze elkander weer verstaan; als het niet meer is als in de natuur, als alles gaat rusten: spoedig gij ook, de dood. Maar in de Geest luidt het: Er blijft dan een rust over voor het volk Gods (Hebr. 4 : 9). Als de bijbel niet meer is: gebod op gebod en regel op regel en tekst op tekst (vgl. Jes. 28 : 10), maar: Abba, Vader (Rom. 8 : 15). Een onuitsprekelijke zucht (Rom. 8 : 26).

Daar is geen hart zo hard, dat door die Geest niet gebroken kan worden. Een snik en het ijs gebroken. Geen zonde zo groot, die niet vergeven kan worden. Een gebed: Heer, wees mij zondaar genadig (Lk. 18 : 13)! Geen leven zo woelig en verward, dat niet rustig wordt; als vader Jakob, die z'n voeten tezamenleide op het bed (Gen. 49 : 33): Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien (Lk. 2 : 30). Geen uur is te laat in het leven, als bij de moordenaar aan 't kruis: Heden zult gij met Mij in 't paradijs zijn (Lk. 23 : 43).

De eigen taal: welk een heerlijkheid! Maclaren's oude dokter: 'k Zal in 't huis des Heren wonen in lengte van dagen (Ps. 23 : 6). Beek op de katheder. De moedertaal. De Heilige Geest is de Moedergeest, de Geest der kerk, die een Moeder wil zijn, zoals God de Vader. Die Geest komt toe als op vleugelen der liefde, als een duive, om het Woord te zeggen dat verstaan wordt; en om ons het stamelende woord te leren in antwoord daarop.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Handelingen 2 : 1-14LarenHandelingen 2 : 41-43 →