Efesiërs 1 : 13a
In Welke ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt.
Efesiërs 1 : 13a
'In Christus zijn', dat is iets wat de apostel vaak noemt. En daarmee spreekt hij de heerlijkheid van het christen-zijn uit. Daarmee is het geborgen-zijn aangewezen, dat wij in deze grote, vaak zo gevaarlijke en koude wereld nodig hebben. Een geborgen-zijn dat het geheim moet zijn van onze kracht en de zenuw van onze blijdschap.
In Christus zijn, dat is niet meer liggen in die zee van schuld, waarin geen mens kan ademen, waarin de ziel verstikt. "Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven." Dat is in Christus zijn. In Christus zijn, dat is niet meer aan de zonde verkocht zijn, het eigendom van Jezus Christus zijn. Dat ik met lichaam en ziel, beide in leven en in sterven... De werkingen der zonde, daartegenover de werkingen des Geestes. Geloof, hoop en liefde. In Christus zijn, dat is niet meer aan de dood onderworpen te zijn, maar het leven voor zich en rondom zich te hebben, dat van de opstanding van Christus uitgaat.
Dat is een wonder, een mens in Christus. Als Christus zijn element is. Dat is het geval, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt. Het woord der waarheid horen. In deze wereld. De samenhang. De zekerheid. Dat is iets: in deze wereld. De hoogte, de breedte, de diepte. De zekerheid: Want ik ben verzekerd... (Rom. 8 : 38 v.).
Dat geeft ons de bijbel: de samenhang. Van Genesis tot Openbaring. 't Is eigenlijk te veel voor een mens. De uiteinden bevatten wij niet. De bijbel laat ons een plek licht om het kruis zien. Dat is uw wereld. 't Staat alles met Christus in verband. De aartsvaders, de profeten, de apostelen, de kerkvaders. De één ziet naar Hem uit, de ander voorspelt Hem, de apostelen verkondigen Hem, de kerkvaders leren Hem. Dat is het woord der waarheid, het Evangelie der zaligheid. Daar is bekend de oorsprong, de volheid des tijds, het einde. En in het midden wordt het mysterie van het Lam Gods aangebeden.
Zo krijgt de wereld een koor. De kerk is het koor der wereld. Daar lopen de oneindige omtrekken samen in bevattelijke samenhang. Daar wordt de koudheid harer verten tot de warmte der gemeenschap. Daar is bekend voor wie, met wie en door wie men leeft. In Christus is daar alles.
Dat is het Evangelie uwer zaligheid, dat gij gehoord hebt. Er is een eentonigheid in de wereld, een angstigheid in het bestaan, een dreiging in alle dingen. Wat is dat alles? Vanwaar en waarheen? Wat zult gij in de grijze nevel van het leven, in het rood van de wereldschuld, als gij de vertrouwde trekken van Christus, de goede Herder niet kent, de huiselijke omtrekken der christelijke kerk? In Christus te zijn. Dit is alles: toerekenen. Toerekenen in Christus. Toerekening tot de kerk. Het 'gehoord hebben' moet zijn: horen, blijven horen. 't Is niet iets dat men zomaar weet. Gij zult de bevestiging nodig hebben, van Gods Geest. Het is geen einde, maar begin. Het Avondmaal. De tijdnood. Het eeuwig Evangelie.