Efesiërs 1 : 13
In Welke ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt; in Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte.
Efesiërs 1 : 13
Het Avondmaal, waarvoor wij ons voorbereiden, en dat voor een aantal jongeren het eerste zal zijn, dat zij meevieren, is een gedachtenismaal aan Jezus' dood. Maar dat is het niet alleen. Jezus noemt het zelf een testament, waarin degenen die mee aanzitten, deelhebben (Mt. 26 : 28). Jezus' dood maakt dat testament van kracht. Wie met zijn dood gemeenschap heeft, is een erfgenaam van het eeuwige leven. Dat zijn verborgenheden des geloofs. Ons verstand komt er niet mee klaar. Het zijn verborgenheden des levens. Wie alleen eet, drinkt en slaapt, komt er niets van te weten.
Gelukkig wie al spoedig merkt, dat er nog dingen achter het alledaagse leven zijn, die het eigenlijke leven zijn. Daarvoor moet men leren horen. De apostel zegt dat in onze tekstwoorden: In Welke ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt. Ook gij, zegt de apostel, zijt in Christus. Als gij deel aan Hem hebt, zijt gij in zijn testament: een erfgenaam van het eeuwige leven. Dat is: toegelaten worden tot het Heilig Avondmaal. Het is: naderen van een mysterie, een levensgeheim, een heilsgeheim.
Ook gij, zegt de apostel. Uw leven is ook niet zonder diepte, zonder achtergrond, zonder mysterie, zonder verborgenheden. Er is een koor, waar ge knielen, aanbidden kunt. Gij zijt lid van een kerk, die meer is dan een vereniging van mensen. Uw naam is meer dan een klank, maar staat in 't testament van Jezus Christus. Dat bleek reeds bij de Doop. Toen werd die naam genoemd met die van Vader, Zoon en Heilige Geest. En nu blijkt het weer, als de toelating tot het Heilig Avondmaal betekent een ingeschreven worden in een hemels testament.
Dit is zo, zegt Paulus, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt. Dan zijt gij in Christus. Het 'zijn in Christus' is de verborgen grond van het christelijk leven. Maar daarvoor moet gij het woord der waarheid horen, het Evangelie uwer zaligheid. Nu, dat menen we te weten, wat betekent: het woord der waarheid horen, het Evangelie. Dat is tussen Doop en Avondmaal in. Dat is de prediking van het geloof.
Hoe gaat dat toe? Wat is een oprecht geloof? En wat is de inhoud van 't geloof? En wat baat het u, dat gij dit alles gelooft? De kerk legt ons dat alles uit. Wij leren het op de catechisatie. Geloof is kennis en vertrouwen. En de inhoud is de belofte van 't Evangelie. En wat 't ons baat, is dat wij voor God rechtvaardig zijn en een erfgenaam van 't eeuwige leven. Hier waaien de winden des Geestes. Hier schijnt de zon der gerechtigheid. Hier is de akker, waar het goede zaad valt. Hier worden wij in het opwassen breder onderwezen.
Dus eerst de Doop, en dan het horen van het woord der waarheid, en dan het Avondmaal. Wat is dat voor horen, wat voor waarheid? Er moet ook iets verborgens aan wezen. 't Kan niet enkel Woord-gehoor zijn en historisch geloof. Er moet iets zijn van de psalm:
"Welzalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!
Zij wandlen, Heer, in 't licht van 't godlijk aanschijn voort."
Heeft uw leren, uw catechiseren, uw horen, uw lezen iets gehad van zo'n dieper weten, van geloven in waarheid, die van Doop naar Avondmaal brengt, van de ene verborgenheid naar de andere? Het grootste deel blijft een verborgenheid. Uw belijden wordt niet geheel bewust of klare kennis. Dat is het juist. Gij belijdt Christus en gij behoort Hem toe. Gij belijdt dat toebehoren. Maar is er in uw leven iets opengegaan van dat gezicht op de eeuwige dingen? Geloven is wat anders dan een weten. Waarheid is meer dan blote kennis. Geloven is vertrouwen, toevertrouwen, wagen, winnen van waarheid. Geloof is een onrustig ding. En waarheid geloven is kennis van God hebben. Het is geloven in de schuldvergeving, al de beloften van het Evangelie aannemen. Wie met dat akkerwerk begonnen is, mag belijdenis doen; niet van zichzelf, maar van Christus, het Evangelie uwer zaligheid, Christus voor u.
Het leven is naar alle zijden vol deuren. Wie er een opent, komt uit in de eeuwigheid. Hij treedt door een poort in de kerk. Hij neemt een belofte aan en staat in 't testament. De dood is hem een doorgang tot 't eeuwige leven. Wij zijn in dit leven niet opgesloten. Wij zijn omringd met poorten. En door die poorten is Jezus, de Koning der ere, ingegaan in het heiligdom (vgl. Ps. 24 : 7). In Welke ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt.
In Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte. Geloof is geen ledig ding, geen mening, geen voor waar houden. 't Is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet (Hebr. 11 : 1). Geloof is een zaak met God hebben. 't Is een werkelijkheidsbeleving. Elia gelooft en het bliksemvuur komt (vgl. 1 Kon. 18 : 36 vv.). Geloof en Heilige Geest zijn samen in de kerk. Geloof kan men merken. 't Is een kracht. Want de Heilige Geest is de Geest der belofte.