Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 3 · p. 676–680

Weergave

Karl Barth1

In het begin van de twintiger jaren had er in Zwitserland, ons land en elders een kentering plaats in de geloofsleer (wetenschap). Deze hernieuwde bezinning was weldra ook op vele kansels merkbaar. In de gemeenten is daar niet overal veel over gesproken, wel in de kerkelijke bladen. Dat mij gevraagd werd iets te zeggen over Karl Barth, bewijst dat men ook hier genoeg van deze dingen gemerkt heeft om er meer van te willen weten. Ik wil gaarne trachten aan dat verlangen te voldoen.

'Dialectische theologie' las ik ook in de courant. Nieuwe theologie, ook Zwitserse theologie genoemd. Karl Barth was een Zwitsers predikant. Behalve hij moet ook Brunner genoemd worden en Thurneysen. Barth en Brunner zijn later echter meer hun eigen weg gegaan. Barth is de man die op deze theologie in het bijzonder zijn stempel heeft gedrukt.

Eerst iets over de persoon. Karl Barth, geboren 10 mei 1886 (nu 61 jaar), zoon van een theologisch hoogleraar te Bern. Hij studeerde eerst aldaar en later aan drie Duitse universiteiten. Twee grote Duitse theologen, Adolf Harnack en Wilhelm Herrmann, oefenden vooral invloed op hem uit. Harnack, de grote kerk- en dogmenhistoricus. Herrmann, de man die in plaats van het leerstelling christendom een meer persoonlijke invloed van Jezus op de voorgrond plaatste. Door deze beide mannen wordt een heel tijdperk van (Duitse) wetenschappelijke theologie, dat de gehele negentiende eeuw besloeg, vertegenwoordigd. Schleiermacher!

Hoe was dit tijdperk? Harnack, historie: historie tegenover systeem. De veranderingen in de leer voorwerp van onderzoek, het betrekkelijke van de leer. Paulus zo, Augustinus anders, Luther weer anders! Daardoor een sterke betrekkelijkheid van de geloofsvoorstellingen. Niet: zo sprak de Here, maar: zo hebben de leraars het opgevat.

Herrmann, de persoonlijke vroomheid: het verkeer van de christen met God.a Geen gelijkvormige leer mogelijk. Het verkeer is het objectieve. Geen wettisch christendom, ook niet in de leer. Persoonlijke gehoorzaamheid aan Jezus als Godsopenbaring. Zelf moeten wij Jezus beleven. Geen historisch oordeel over Hem. De macht van Jezus' persoon over ons.

Dit betrekkelijk maken van de openbaring Gods door de geschiedenis en het helemaal persoonlijk maken van het verkeer met God drukte Barth reeds, toen hij zijn studie aan de academie beëindigde. Onze theoloog is toen hulpprediker in Genève geworden, later in een dorp in Zwitserland. (En nadat hij de brief aan de Romeinen geschreven had, professor te Münster en Bonn, en toen hij moest uitwijken voor het nationaal-socialisme, te Bazel.)

Bij zijn herderlijk werk kreeg Barth oog voor de openbaring Gods, dwz. dat de waarheid Gods iets is dat wij alleen door het geloof kunnen aanvaarden. Dat lijkt vanzelfsprekend. Maar het werd met nieuwe scherpte en reformatorische kracht gezegd tegen een hele eeuw wetenschappelijke theologie in. Het Evangelie is niet uit de mens en niet naar de mens, maar voor de mens. Het is Gods Woord tot de mens. En daar zit een geweldige spanning in. God tot de mens. Dat sluit zomaar niet bij elkaar aan. Daarin ligt onbekendheid opgesloten. Ergernis, dialectiek, paradoxen.

Onbekende God:b ofschoon God zich openbaart is en blijft het God die zich openbaart. Dit weten van God is anders dan gewoon weten. Het blijft geloven, zoals Abraham en de sterren (vgl. Gen. 22 : 17).

Ergernis: tegen ons begrip en ons vlees in, zoals de oorlog, zoals de atoombom. Ons geslacht leert zich ergeren.

Dialectiek: wij kunnen dus niet zo menselijk rechtuit over God redeneren, maar wij moeten met ons begrip en onze woorden ons telkens stoten en dan weer bedenken dat het over Gods Woord gaat. Niet: daaruit volgt, maar telkens weer van een andere kant.

Paradoxaal: wat wij van God zeggen en nog meer wat God van ons zegt is in zekere zin tegenstrijdig, niet gewoon zakelijk. God zegt: gij zijt een zondaar en een rechtvaardige, tegelijk. Niet: een zondaar òf een rechtvaardige. Het is een goddelijk oordeel waarin Hij ons herschept. Deze kracht van Gods Woord leerde Barth zien.

En daarmee kwam hij in strijd met de strekking van de theologie van de negentiende eeuw. Laten wij daarbij nog eens denken aan die beide leermeesters van Barth in Berlijn en Marburg: Harnack en Herrmann. Harnack: wanneer wij de leer van Jezus en de apostelen, dus het Woord Gods een geschiedenis laten hebben en als wij die geschiedenis als regel voor ons geloof nemen, dan ligt daarin opgesloten, dat het eigenlijke Woord Gods niet meer door ons gehoord wordt. Wij horen dan alleen nog hoe men het Woord opvatte en die geschiedenis is dan heel vaak een historie van de vermenselijking van Gods Woord. En Herrmann, de andere leermeester, verliest de kracht van het Woord door het tot een persoonlijke indruk te maken. Het persoonlijke is regel voor het beleven.

Om zijn bezwaren tegen de theologie van de negentiende eeuw tot uiting te brengen schreef Barth een verklaring van de brief aan de Romeinen. De tweede druk is vooral bekend geworden (1922).c

Dit boek heeft grote invloed uitgeoefend, ook in ons land. Daarin wordt om zo te zeggen de negentiende-eeuwse theologie precies omgekeerd. Deze heft God op door zijn Woord historisch en zielkundig te beschouwen. De grote leermeester daarvoor was Schleiermacher. Barth heft de mens op door van God uit te gaan, van zijn openbaring. Bestaat God? Bestaat de mens? Zo hier het Woord Gods onafhankelijk van de mens ontwikkeld. Weer theologie en geen godsdienstgeschiedenis; geen gemoedstoestanden maar God en zijn Woord. Om dit duidelijk te laten uitkomen sprak Barth van de onbekende God. Luisteren. Er wordt gepreekt. Dit gaf misverstand. Men sprak van agnosticisme.d Dit was onjuist. Toch gaf Barth er aanleiding toe. Hij nam in de brief aan de Romeinen te veel God zelf als voorwerp van de theologie. Dat moet zijn: Gods Woord. Tegenover God valt de mens inderdaad weg, tegenover zijn Woord niet, want door dat Woord is hij geschapen en wordt hij geschapen. Dat Barth dat deed hangt samen met het feit dat hij ter schole gegaan was voor zijn nieuwe theologie bij de grote geestelijke revolutionairen: Kierkegaard, Dostojewski.e De uitlegger van de brief aan de Romeinen van 1922 was werkelijk revolutionair.

Het waren, zoals Barth het noemde, kanttekeningen bij de theologie.f Barth gebruikte daarbij veel gedachten, wijsgerige en letterkundige hulpmiddelen, zodat zijn uitlegging er wat wild en bont uitziet. Het sluit niet erg aan bij de gewone theologie. Maar alles moet dienen om weer voor God ruimte te maken, de mens op te heffen. Barth zag zelf wel in dat dit niet zo door kon gaan. En hij is dan ook later kerkelijker en theologischer te werk gegaan. Hij heeft veel geschreven. Zijn hoofdwerk is een kerkelijke dogmatiek, waarvan er nu vijf delen verschenen zijn. Hij schreef ook Schriftverklaringen: Korinthe, Filippenzen.g Hij gaf in 1935 voorlezingen over de Twaalf artikelen in ons land.h En nog veel meer. Behalve dat hij een zeer vruchtbaar schrijver is, heeft hij ook een leidende rol gespeeld in de Duitse kerkstrijd tegen Hitler.

A. Wanneer wij nu enkele bepaalde punten noemen, vooral ook in verband met de prediking, dan het volgende: 'Es predigt.i Barth laat het Woord Gods met de deur in huis vallen; als iets nieuws van vandaag. Geen bekende kost, maar openbaring. Openbaring, ook door de Schrift. Maar openbaring Gods, in de Schrift. Ook al staat het er, dan moet men toch nog luisteren. Het Woord Gods heeft voor hem drie gestalten: het verkondigde Woord, het geschreven, het geopenbaarde.j Daarbij moeten wij dan opletten dat het op de openbaring Gods aankomt, dat wij Gods Woord horen, geloven, gehoorzamen. Wij kunnen niet met de bijbel omgaan naar eigen believen. God blijft de spreker, ook als Paulus spreekt. Dit nadruk leggen op de openbaring die in Christus is en blijft, is niet overbodig. Onze aandacht wordt daardoor gespannen en ook verlegd, scherper op God gesteld. En toch worden de middelen niet uitgeschakeld. Dit is van belang omdat a. de historische behandeling alles zo betrekkelijk maakt, b. de persoonlijke, belevende manier het goddelijke teniet doet. Het 'de Here spreekt' van de profeten moet gehandhaafd blijven. Christus is zelf het Woord. Dit is dan: het Woord Gods als openbaring.

B. Het tweede hoofdpunt is wat ik al even heb aangeroerd, de weg des heils. Dat komt overeen met A. Daar is het 'de Here spreekt'. Wanneer een zondaar gerechtvaardigd wordt, dan kan hij daar zelf ook een meer of minder lange weg van maken. Door de werken (Rome) of door de trappen van het geestelijk leven (mystiek). Waar het Barth in zijn brief aan de Romeinen al dadelijk om te doen was, dat is duidelijk te maken, dat wij volgens de Schrift door een goddelijk oordeel zalig worden. Dat is ook een echte gedachte van de kerkhervormers. Bij Barth wordt dat toegespitst. Men noemt dat met een uitdrukking: tegelijk zondaar en tegelijk rechtvaardig.k Wanneer wij dat zakelijk aannemen, dan kan dat niet. Maar als wij zeggen: 'de Here spreekt', dan kan het wel. Moeder zegt het.l

C. Dan wordt de aandacht op het Woord gericht. Een genadig God (Luther). Men wil dan horen. Het wordt gepredikt. Het wordt geopenbaard. De Here spreekt. Zulk een oordeel Gods rechtvaardigt de zondaar. Hij spreekt hem vrij. De lange weg is daarmee opgeheven. Niet leven, maar geloven. Geen ontwikkeling, maar schepping. Geloof, hoop en liefde. Dit is bij Barth heel sterk tot uitdrukking gekomen. Zo zelfs dat er tussen de oude en de nieuwe mens nauwelijks of geen eenheid meer bestaat. Het afsterven van de oude en de opstanding van de nieuwe mensm gaan in Gods oordeel eigenlijk in een eeuwig ogenblik. Zoals kruis en opstanding. Het geloof wordt een gekend worden door God. Het is trouw Gods die ook tegenover de zondaar trouw blijft aan zijn verbond. God neemt het ene weg om het andere te stellen. En zo wordt de volmaaktheid niet trapsgewijs, maar ineens door een oordeel Gods bereikt. Deze opvatting van rechtvaardigingsgedachten hebben ook de reformatoren wel, tegenover Rome. Maar hier bij Barth wordt het scherper toegespitst, tegenover de evolutieleer van de negentiende eeuw.

Kohlbrugge. Bij Kohlbrugge meer bijbels als leer van het Woord. Bij Barth, in verband met de genoemde revolutionairen, Kierkegaard, Dostojewski e.a., eerst meer paradoxaal, bij tegenstelling van God en mens, tijd en eeuwigheid. Later, in zijn dogmatiek, denkt hij kerkelijker.

D. Zo verstaan wij ook de paulinische prediking: kruis-opstanding, oude-nieuwe mens, Adam-Christus. Niet alleen ons leven, maar ook het Evangelie heeft twee kanten. Het wordt niet in zijn lengte en opvolging gepredikt, maar naar zijn beide oordeelskanten. Wij volgen wel het kerkelijk jaar, maar daar hebben wij telkens de beslissende ogenblikken. En wij geven daaraan een betekenis, die elk voor zich weer een Evangelie uitmaakt. Niet de navolging, maar de verlossing.

E. Nog een belangrijk punt uit de dialectische theologie is de verhouding van natuur en genade. Ook op dit punt stelt Barth de dingen scherper dan Luther en Calvijn. Wij leren natuur en Schriftuur. Nederlandse geloofsbelijdenis: twee boeken.n Ook Calvijn heeft in het eerste boek van zijn Institutie een leer over de natuurlijke Godskennis.o Bij Rome is dit veel sterker en tegenover Rome betekent de leer der hervormers een zich keren van de natuur af naar de Schrift toe. Rome: twee trappen. Deze lijn trekt Barth door als hij de openbaring, waarmee de kerk te maken heeft, met de Schrift verbindt en de natuurlijke godskennis daarbij afwijst. Hier geeft het Woord de doorslag. Het 'zo spreekt de Here' is de openbaring in het woord van de apostelen en profeten. Eén boek. Zo komt alles scherper te staan. Hele stukken beschouwingen uit de theologie, die aan de natuurwetenschap en andere terreinen van natuurlijke godskennis aansluiten, vallen weg. In de theologie blijft wat zich laat prediken.

F. Barths invloed is van grote betekenis. Franse protestanten. Ook bij ons. Duitse kerken. Zwitserland minder. Tegenover Rome, maar vooral ook met het oog op onze tijd. Alles scherper, persoonlijker gesteld.

Voetnoten

  1. a

    Zinspeling op de titel van Herrmanns boek Der Verkehr des Christen mit Gott im Anschluss an Luther dargestellt. Stuttgart en Berlijn 1886, 19085/6.↩

  2. b

    Zie bijv. K. Barth. Der Römerbrief, München 19336 p. 11.↩

  3. c

    De tweede druk (München 1922) van Der Römerbrief was door Barth geheel gewijzigd. De eerste druk verscheen in Bern 1919.↩

  4. d

    Zo Ph. Kohnstamm in Modern agnosticisme (De 'Zwitsersche' theologie), opgenomen in D. Tromp. Ph. Kohnstamm en O. Noordmans. Nieuwe theologie (De school van Barth), Baarn 1926, p. 55-92.↩

  5. e

    Vgl. het voorwoord van de tweede druk van Der Römerbrief, p. Vll.↩

  6. f

    K. Barth, Das Wort Gottes und die Theologie. München 1924, p. 99 v. Vgl. Barth, Die Lehre vom Worte Gottes. Prolegomena zur christlichen Dogmatik, München 1927, p. VIII.↩

  7. g

    Deze verklaringen van Barth verschenen resp. onder de volgende titels: Die Auferstehung der Toten. Eine akademische Vorlesung über 1 Kor. 15, München 1924. 19353, en Erklärung des Philipperbriefes, München 1927, 19332.↩

  8. h

    K. Barth, De apostolische geloofsbelijdenis. Voor Nederland bewerkt en van aanteekeningen voorzien door dr. K. H. Miskotte. Nijkerk 1935.↩

  9. i

    Barth, Die Lehre vom Worte Gottes, p. 32.↩

  10. j

    A.w., p. 37 vv. KD. I / 1, par. 4, p. 89 vv.↩

  11. k

    Simul iustus et peccator (Luther).↩

  12. l

    Zie p. 576 en 581.↩

  13. m

    *Zondag 33.*↩

  14. n

    Vgl. NGB. art. 2.↩

  15. o

    Inst. I, 3.↩

Eindnoten

  1. 1

    N. hield zijn lezing Karl Barth op 15 oktober 1947 voor mannenverenigingen te Lunteren. De lezing is in manuscript bewaard gebleven.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet onder Weergave de correcties aan om de verbeterde OCR-fouten en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← John Knox en Karl BarthInhoudDe scheppingsleer van Barth →