O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Johannes 6 : 11aIdsegahuizen-Piaam (1903-1910)Handelingen 3 : 1-9 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Idsegahuizen-Piaam (1903-1910) · p. 58–61

Handelingen 2 : 1-14a

De gemeente belijdt in God de Vader, en in Jezus Christus zijn Zoon, en in de Heilige Geest de liefde van onze Here Jezus Christus, de genade van God en de gemeenschap des Heiligen Geestes. In die belijdenis wordt de eeuwige geheimenis van Gods wezen uitgestameld; in die zegen de kracht des levenden Gods afgesmeekt. Maar in die beide moeten we de Heilige Geest kennen. Geloven, belijden, dat is: in eenvoud kennen. Een zegen ontvangen is ervaring.

Daarmee staat in verband het kunnen vieren van een feest. Wanneer in een gezin de vader of de moeder jarig is, wanneer onze koningin verjaart, wanneer we een der grote mannen van ons land gedenken, - zo is het met het Pinksterfeest. Ervaring doet belangstellen, in kerk en persoon.

Wat zijn nu die ervaringen des Heiligen Geestes? In de waarheid leiden, dat is: tot Christus (vgl. Joh. 16 : 13). Troosten, dat is: het woord der verzoening in de harten. Dood, en ziet, we leven (vgl. 2 Kor. 6 : 9). Wie iets gezien heeft van Ezechiël 37, diens belangstelling is verzekerd, die kan feest vieren in de zin des huizes, in de geestelijke ruimte der christelijke kerk.

Dat is het geheim van de christelijke feestdag, van de toon des christelijken levens. Op Kerstmis weer anders dan op Pasen. Op Pasen weer anders dan Pinksteren. Toch eenzelfde God, die daar is in alles en voor allen. Zoals uw familiefeesten verschillend karakter hebben. Op deze feestdag de uitstorting des Heiligen Geestes; het geheimenis des harten verklaard. De geschiedenis is een wonder; het geloof verbaast zich daar niet over, maar verwacht het. Wie de kracht der zonde kent, weet dat bekering en wedergeboorte een wonder is. Hoe zou de uitstorting geen wonder zijn? Heilige Geest en kerk, dan sluit de bijbelse geschiedenis. Dan nog slechts uitbreiding.

Doch luisteren we naar het verhaal in Handelingen 2. Op het Pinksterfeest zijn ze allen eendrachtelijk bijeen (vs. 1). Het Pinksterfeest is het feest der eerstelingen. Oorspronkelijk een oogstfeest, werd het een feest der historie naar de gang der openbaring. Natuur, geschiedenis. God in de geschiedenis. Zeven weken zult gij tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen. Daarna zult ge de Here, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting zijn uwer hand, naardat u de Here, uw God, zal gezegend hebben. En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des Heren (Deut. 16 : 9 vv.). Zo is het karakter hetzelfde gebleven: zich verblijden in de eerstelingen des harten, en vrijwillige schatting.

Losgemaakt van de aarde, het hemelse Koninkrijk; voor alle volkeren - van die vernieuwing zijn de volkeren getuige op de eerste pinksterdag. De jongeren zijn eendrachtelijk bijeen. In opdracht van de Heer. Bij 's Heren wonderwerken hoort een wachten. De herders, Simeon en Anna, armen van geest; de door Christus toebereiden wachten. En zo is het nog. De woorden, de werkingen van Christus zijn openbaar. De vonk des Heiligen Geestes moet daarin vallen. Dan wordt het geloof, hoop en liefde.

Het Pinksterfeest roept ons terug naar die eerste ure, die deze dingen verklaart, dat in Christus' woorden en werken de Heilige Geest kwam. Christus in de volheid der tijden, door God <alleen> toebereid, door Hem volbracht, de wereld des levens gereed. Het Evangelie is gepredikt, verzoening aangebracht, armen zalig gemaakt, de dood overwonnen, de wijsheid der wereld beschaamd.

Al deze dingen zijn in Christus, in zijn woord en werk. Ze moeten geopenbaard worden aan het hart, verbonden tot één christelijk leven, tot een zalige hoop, tot een ongedeeld geloof; tot een nieuwe hemel en nieuwe aarde. God en de zondaar tot elkander. Gods volk toebereid, bekleed, ingeleid. Daartoe komt de Heilige Geest. De Heer had gezegd: Het is u nut dat Ik heenga, anders kan de Trooster niet komen (Joh. 16: 7). Daarop wacht thans de discipelenschaar. Dat werk is nog niet volbracht. Allerminst op die eerste dag. Het is tot de voleinding der eeuwen. Nog is al Gods volk niet toegebracht. Nog is alle hoogheid niet neergeworpen. Nog alle diepte van Gods wijsheid niet gepeild. Nog is alles wat in Christus is, niet verenigd en in alle waarheid de gemeente ingeleid. Maar de Heilige Geest werkt daartoe.

Op de pinksterdag begon deze arbeid. En daar geschiedde haastelijk uit de hemel een geluid, gelijk van een geweldige, gedreven wind, en vervulde het gehele huis waar zij zaten. En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken (vs. 2 vv.).

Wat het eerst onze aandacht trekt, dat is de bijvoeging 'uit de hemel'. Op de kerstmorgen hemel en aarde. Christus, de Heer uit de hemelen. Hier is het Heilige Geest uit de hemelen. We hebben op die plaats van afkomst te letten. Mijn Koninkrijk, zegt de Heer, is niet van deze wereld (Joh. 18 : 36). Op dit feest moeten we gedenken dat niet maar een betrekkelijke verandering of verbetering wordt gedacht, maar we vieren het feest van de Geest die komt uit de hemelen, de Heilige Geest van de Vader gezonden. Dat verhoogt onze feestvreugde, want in het dal der schaduwen des doods hebben we zulk een hemelbode nodig; in de zwakheid de Geest van de Almachtige; in de zonde de Heilige Geest. Daarin is reden voor vreugde. Dat is ook de reden van de <... > rust in de christelijke gemeente. Verlosten bewaren bij de verkregen verlossing.

Wederoprichting aller dingen. Wanneer we letten op deze dingen, op wat eruit geleefd en gehoopt wordt, wederoprichting aller dingen, dan verwonderen ons de tekenen niet, en zeggen: Hoe kon de Heilige Geest nederiger zijn intrede doen in deze wereld? Christus in nederigheid, toch engelen die begerig zijn in te zien (1 Petr. 1 : 12). De Heilige Geest is het wonder dat er iets gezien wordt van die wederoprichting. Petrus wijst erheen: Ik zal wonderen geven in de hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur en rookdamp (Hand. 2 : 19).

In Gods koninkrijk zijn alle beginselen klein, maar ze vertonen hun eigen aard. De Geest, die alle dingen zal oprichten en vernieuwen, - waardoor hemel en aarde met gedruis zullen voorbijgaan, naar 2 Petrus 3 : 10, - die vervult hier het huis waar ze zaten met geluid. De Geest, waardoor alles gezuiverd zal worden, de elementen brandende zullen versmelten (2 Petr. 3 : 12), en waardoor de rechtvaardige behouden zal worden als door vuur (1 Kor. 3 : 15), - hout, hooi en stoppelen (1 Kor. 3: 12), - vertoont zich in vuurtong op de hoofden der apostelen. De Geest, die drijven zal alle tong om God te prijzen, die allen tot één volk zal maken, die doet talen uitspreken. Heerlijke, veelbelovende gebeurtenis. Gave van de Vader, Bode uit de hemelen, Vernieuwer van hemel en aarde.

En daar waren Joden te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke dergenen, die onder de hemel zijn (vs. 5). Al dezen horen de apostelen in hun eigen taal spreken. We letten ook hierop: de Heilige Geest uit de hemel, met teken en geluid, maar ook de volkeren komen in beroering: de menigte kwam tezamen en werd beroerd (vs. 6). In Abraham en Israël zullen alle volkeren des aardrijks gezegend worden. Christus is het Licht der wereld, en als de Geest komt om van Hem te getuigen, zoekt die Geest de volkeren. De middenmuur des afscheidsels ligt verbroken (Ef. 2 : 14). Alle creaturen.

"Wijzelv', wier vaderen voorheen
Hier knielden voor een hout of steen,
Wijzelv' zijn sprekende getuigen."

Er is geen weg voor de wereld dan Christus. - Japan. - Alle knie zal zich voor Hem buigen (Rom. 14: 11). De Geest uit de hemel. De Geest der volkeren. Het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods (Rom. 8: 19). Voor de Geest uit de hemelen valt het onderscheid weg. Chinees of Engelsman, Hollander of Javaan: geschapen naar Gods beeld, uit één bloede, komt de Geest tot allen.

Dit zien we zo heerlijk op de eerste christelijke pinksterdag. Niet: Parthen wel en Meden niet. Niet: Mesopotamië wel en Egypte niet. Maar de Geest uit de hemel gaat tot allen, is verstaanbaar voor allen. Niet eerst opgevoed - gaat tot 't hart. Dit is goddelijk, heerlijk. - Waar is het spreken dat allen aangrijpt, alles verenigt? Wie geeft het wachtwoord voor de wereld? De Geest Gods: Jezus Christus. Hij is de deur (Joh. 10 : 7). Wie zijn naam noemt. Tekst?

Vreemdeling = vijand - vreemdeling, bijwoner. Hoe heerlijk feest - de eenheid der wereld. Tegenover Babels torenbouw, de zonde. Wij zien die eenheid woning worden meer als Babels toren. Laten we als gemeente zien op de pinksterwonderen en in de kracht daarvan ons verblijden.

We moeten de ogen niet sluiten voor een verschijnsel. De menigte werd beroerd. Dode rust brengt het niet. De doodsbeenderen, daarin komt beweging.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Johannes 6 : 11aIdsegahuizen-Piaam (1903-1910)Handelingen 3 : 1-9 →