Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 6 · p. 522–525

Weergave

Grenzen1

Grens is een zeer kritisch begrip. Daarmee bedoel ik, dat wij er niet dadelijk mee klaar zijn en dat dit begrip nog niet helemaal met ons klaar is. Wij zullen nog heel wat over allerlei soort grenzen moeten nadenken en wij zullen er nog heel wat van beleven. Dat men met de grens niet zo gemakkelijk klaar komt hebben wij op de lagere school al gemerkt, als we met de repeterende breuk in aanraking kwamen. Men moest er ten slotte een eind aan maken, anders kwam er geen eind. Het was een raadselachtig iets, waar we nooit recht achter kwamen. Andere rekensommen gaven ons een zekere voldoening. Wij bleven heer en meester van de stof. Ze kwamen uit. De koe werd verkocht; het vat liep leeg; de winst werd gemaakt en 2 x 2 was 4. Alleen de repeterende breuk gaf ons een gevoel van onzekerheid. We wisten, dat we niet klaar waren en er ons afmaakten. We stonden aan een grens en die grens had een geheimzinnige macht over ons.

Diegenen onder ons, die na de lagere school veel met cijfers en lijnen hebben moeten werken en zich dieper in deze kunst hebben moeten begeven, weten, dat de grens inderdaad een macht is. Zij is eigenlijk niet een einde, maar een begin; niet een losgerafeld stukje aan het eind van een cijfersom, die niet uit wil komen, maar een knoop; geen open vraag, maar een bewijs. De hedendaagse reken- of natuurkunde zou zonder de oneindigheids- of grensrekening niet veel kunnen beginnen. Wij hebben ons op de schoolbanken niet vergist, toen de grens ons respect inboezemde. De grens is een macht.

En nu denk ik helemaal niet meer aan Bartjes2 of aan de school en de academie, maar aan het mensenleven waarvoor wij op school moesten leren.

Want wij leren toch niet voor de school, maar voor het leven. En dan merken wij pas, hoe groot de betekenis van de grens is. Laat ieder maar denken aan de grens van zijn leven, de dood. Is dat een einde of een begin? Zeg het zelf! Is het een raadsel of een oplossing? In ieder geval is het een macht. En hoe kritisch is deze grootheid, die haar oordeel laat teruggaan over het hele leven. Zijt ge al klaar met deze grensrekening, deze oneindigheidsrekening? Want het is geen waarschijnlijkheidsrekening, maar een oneindigheidsrekening, eeuwigheidsrekening: er gaat bewijs uit van de dood over het hele leven. Hebt ge op z'n minst respect voor de dood? Men kan de mensen soms zo vreselijk cynisch over dood-gaan horen praten. Ze hebben het op de lagere school van het mensenleven nog niet ver gebracht. Zij zien het als een aftreksom, waarbij tenslotte niets overblijft. Zij hebben nog niet gemerkt, dat de repeterende breuk van het dagelijks leven geen einde vindt, maar wel een grens, een macht, waarmee alleen een hogere rekening, de eeuwigheidsrekening, het Evangelie, werken kan.

Tussen Bartjes en het Evangelie komen wij de grens overal tegen. Overal is haar invloed te merken. Ik zal niet al de gevallen opnoemen, waarin dat gebeurt. Ik neem alleen het allerduidelijkste voorbeeld, waarom het mij in dit artikeltje eigenlijk te doen is. Ik vraag aan elk moederskind: ben je wel eens over de grenzen geweest? En hij zal mij binnen één of twee seconden met ja of neen antwoorden. Dat is de meest concrete betekenis van het woord 'grens', die wij in ons leven kennen. Het is een lijn op de landkaart, meestal heel grillig getrokken, die ik met mijn vinger kan volgen. "Maar", zegt ge, "daar komt dan verder ook helemaal geen geheimzinnigheid bij te pas; men is aan deze of aan de andere zijde van de grens en daarmee is alles afgelopen. Deze grens is geen macht meer."

De kerkvader Augustinus zou u dat niet nazeggen. Hij achtte het een theologische kwestie. Hij vroeg, of de grens zelfs God was, of dat het een lijn was, die de Vader van onze Heer Jezus Christus getrokken heeft en die Hij telkens veranderen kan.3 Daarover verschilde hij met de Romeinse adel. Dat was een verschil tussen Rome en de kerk. De grens was lang niet zulk een onschuldig ding. De heiden vereerde haar als een God. De christen zag haar betekenis verflauwen binnen de wijde katholiciteit der kerk, waarin allen broeders waren.

De kerkvader heeft goed gezien, toen hij het nodig vond, het begrip grens ook in zijn theologisch hoofdwerk te behandelen. Dat de grens op de kaart enkel een geografische lijn zou zijn, kunnen we slechts beweren, als we nog niet goed wakker zijn. Onze beste staatslieden, industriëlen, landbouwkundigen, financiers zouden wel willen dat het waar was. Dan zou de grens hun geen slapeloze nachten kosten. De grens, ook de grens op de landkaart, is een macht. En als grens op de kaart is ze dat in de meest concrete zin. Ze windt er geen doekjes om, dat ze een macht is. Zij laat het ons voelen in de portemonnaie en ze dreigt steeds het ons aan den lijve te laten merken. Deflatie, inflatie, devaluatie en hoe deze moderne spoken verder mogen heten, zij hebben alle hun principe, hun begin en uitgangspunt, in de grens. En daarachter grijnst de handtastelijke macht van de grens, de oorlog. De landgrens is de zuster van de levensgrens, van de dood. Ze lijkt iets minder geheimzinnig. Maar daarvoor doet ze haar werk dan ook midden in het leven. Ze maakt, dat alle sommen op alle kantoren niet uitkomen. Ze werkt kritisch op alle nationale vastigheden, op de centrale bankinstellingen, op alle levensverzekeringen. En tenslotte werkt ze kritisch op het bestaan zelf. Op het geheel van elk volk zelf, op de samenhang der gezinnen, op het lichamelijk organisme, waarin ze in de oorlog de hand van de voet, het hoofd van de romp scheidt. Ze dreigt kritisch te zullen werken op de lucht, die wij inademen.

Dit alles is heel concreet, tenslotte zeer tastbaar. Maar het blijft geheimzinnig. De grens is een einde, maar evengoed een begin. Het is een streep waar de deflatie ophoudt en de inflatie begint, of omgekeerd. En daarachter precies zo met de vrede en de oorlog. En daarachter met het leven en de dood. De dood, die de grote inflatie van alle aardse waarden betekent.

Is dat nu het laatste wat wij over dit onderwerp te zeggen hebben? Gelukkig niet. Dat zou het geval zijn als God er niet was, die door zijn Woord en Geest zich een gemeente vergadert uit alle volken. De grenzen in de schepping zijn niet absoluut. Ze verliezen haar volstrekte betekenis door de grote katholiciteit van engelen en mensen, die van boven, in Christus, geopenbaard wordt. Maar dat is dan ook de enige en ware oplossing. Op zich zelf zijn de grenzen tussen de landen en alles wat daardoor bepaald wordt, zoals vaderland, welvaart, kapitaal, vlag, munt, geen neutrale dingen, waarvan men zou kunnen zeggen: God heeft ze geschapen en daarmee uit. De grens is meer dan een lijn, het vaderland meer dan een plat vlak; welvaart meer dan goede doen; kapitaal wat anders dan een afgepaste geldsom. De vlag is meer dan kleur en de munt wat anders dan een ruilmiddel. In al deze dingen zit de macht van de grens. De inflatie heeft ons geleerd, dat munt meer lijkt op dynamiet dan op een spaarpenning.

Over al deze dingen kan alleen de theologie het laatste woord zeggen.

Wanneer wij ons zelf zonder reserve aan deze machten overgeven, zijn wij afgodendienaars. In de Oudheid droegen ze ook allen godennamen. De grens was een god, de staat was god, het land was god, de welvaart was god. En de heiden heeft gelijk als hij het zo opvat. Er zit zoveel expansie in deze uitdijende dingen, er is zoveel macht in deze grenswaarden, het zijn zulke kritieke grootheden midden in het leven, dat er geen splinter van ons bestaan heel blijft als ze haar hele energie loslaten.

Alleen wanneer de mensheid zich buigt voor de Schepper, de Vader, die met de Zoon en de Heilige Geest één God is, alleen dan worden deze afgoden onttroond. Want dan kan men ze zakelijk bezien en behandelen, zoals voor de christen de dood tenslotte zakelijk wordt: een doorgang tot het eeuwige leven en geen laatste vijand meer; geen persoonlijke macht, geen duivel. Zo zal het met de concrete grensmachten midden in ons leven, waarover wij spraken, ook gaan. We zullen ze durven aanpakken, want dan zijn het dingen, dode dingen, die God gemaakt heeft en die hij elke dag veranderen kan. Maar dat zijn ze alleen voor een belijdende gemeente, die de afgoden weg doet. Vrede op aarde is geen maakwerk. Alleen de gelovige kan zakelijk zijn. De grens is een gevaarlijke macht. Maar binnen de heilige algemene, christelijke kerk wordt ze een zaak, een lijn. De demon moet uitvaren. Zij wordt handelbaar.

Eindnoten

  1. 1

    N. publiceerde Grenzen in het Algemeen Protestantsch Kerkblad. Weekblad voor de protestantsche kerk in Nederlandsch-Indië 2 (22 aug. 1935) nr. 34, p. 508 v. Evenals het voorgaande Rust ofl Bezigheid (nr. 24) is dit artikel een 'vervolg' op N.' artikel Augustinus in het Algemeen Protestantsch Kerkblad 2 (1935) nr. 21, p. 305 v.; zie VW., dl. 3, p. 202-205. Over het Algemeen Protestantsch Kerkblad zie VW., dl. 5, p. 134, noot 1.↩

  2. 2

    Willem Bartjens (1569-1638), Nederlands onderwijzer, bekend door zijn rekenboek Cijfferinge (1604; vele malen herzien en herdrukt). Zijn naam leeft voort in de zegswijze: volgens (de rekening van) Bartje(n)s.↩

  3. 3

    Vgl. Civ. Dei IV, 29. MPL. 41, 135 v.; CSEL. 40 1, 200 v.; CChrSL. 48, 122 v.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet onder Weergave de correcties aan om de verbeterde OCR-fouten en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Rust of BezigheidInhoudDe ware grens van de staat →