O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Stil zijnGods PoortenGods altaren →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gods Poorten · p. 156–158

Verlangen

Gelijk een hinde, die naar waterstromen smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o God!

Psalm 42: 2 (Le.V.)

De psalmen hebben het ritme van het mensenhart en daarom worden zij nu al bijna drieduizend jaar gezongen. En zij zullen wel gezongen worden, zolang er mensenharten kloppen. Zij onderscheiden zich van vele latere kerkliederen hierdoor, dat zij, als ik het zo noemen mag, in de conjunctivus staan, de aanvoegende wijs, zoals het in de taal van de school heet, terwijl zeer vele christelijke hymnen meer in de indicativus, de aantonende wijs, zijn gesteld. De conjunctivus kan de uitdrukking zijn van een sterk verlangen, de eigenlijke functie van het hart. En in dat opzicht is Psalm 42 met Psalm 43 het meest voldragen lied.

In deze psalm is het alles declineren en conjugeren, buigen en voegen tot God. "Wat buigt gij u neder, mijn ziel, en zijt ge onrustig in mij? Wacht op God, want toch zal ik Hem weder loven, mijn verlossing en mijn God" (Le.V.). Dit refrein komt driemaal voor in Psalm 42 en 43. En in vers 7 nog eens: "Mijn ziel buigt zich neder in mij" en weer: "Ik ... stort mijn ziel uit in mij" (vs. 5).

Dit buigen en voegen nu is volmaakt uitgedrukt in het beeld van onze tekstwoorden: 'het hijgend hert' (Ps. 42 ber.). Meer dan in het 'smachten' van de Leidse vertaling, die ik boven volgde, en in het 'schreeuwen' van de Statenvertaling, komt in dat 'hijgen' van onze berijming het wezen van de psalm uit. Onwillekeurig spreken wij ook nooit van 'het schreeuwend hert', maar altijd van 'het hijgend hert'. Een schilder, die de psalm moest verluchten, zou de buiging van de hals van het dier moeten tekenen; het schreeuwen kan hij toch niet weergeven. Hij zou die wondere inclinatie van de kop van het dier moeten raderen, als het in de wind reeds naar het water schijnt te lekken. Dat is in de grondtekst ook zo prachtig geschilderd door een woord, dat de vertalers met smachten of schreeuwen weergeven, maar dat, als het niet in overdrachtelijke zin wordt gebruikt, 'buigen' of 'neigen', `schuin omhoog steken' betekent. Onwillekeurig denkt men dan aan wat Paulus zegt van 'het schepsel', dat, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods (Rom. 8 : 19). Ik leg de vinger nu bij dat 'met opgestoken hoofde verlangen'. Mijn woordenboek vertaalt het Griekse woord, dat Paulus in de grondtekst gebruikt, met 'reikhalzend verlangen'. Hier hebben wij de gebogen, schuin geneigde hals, de omhoog gestoken kop van het hert uit Psalm 42. Zou het te veel vermoed zijn, als ik denk, dat de apostel aan het klassieke lied van het verlangen gedacht heeft en dat 'het hijgend hert' hem voor de geest heeft gestaan, toen hij die beroemde passage uit Romeinen 8 schreef?

Ik heb lang stilgestaan bij de conjunctivus, waarin onze psalm is gedicht. Bij de declinatie en de conjugatie, het buigen en voegen, die in zijn verzen en vormen regeren. En als uitbeelding daarvan bij de inclinatie, de schuine buiging van de hals van de hinde en bij haar verlangend opgestoken kop. Het kwam mij voor, dat de ban, waarin deze psalm de gemeente steeds gevangen hield, deze uitvoerigheid rechtvaardigt. Mediteren over de buiging in dit lied onder de kinderen van Korach (vs. 1) en over het reiken van de hals van de hinde, dat is peinzen over het mensenlot, ook over uw lot; het is rust zoeken ⚑in God.

Waarom zijn de psalmen zo geliefd? Waarom deze psalm in het bijzonder? Waarom heeft iedere christelijke hymne een zware concurrent aan iedere psalm? Het is om dit buigen, dit nederbuigen en dit omhoogsteken tegelijk.

"Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d'eerkroon dragen Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen."

(Ps. 89 : 8 ber.)

Het is om het werkelijkheidsgehalte van Israëls tempelzangen, om de barensnood van het schepsel (Rom. 8 : 22), die daarin tot uitdrukking komt. Het is omdat die psalmen Jezus aan het kruis niet in de steek hebben gelaten, toen zijn ziel zich nederboog tot de dood toe. En omdat zij het ons ook niet doen. Als de afgrond roept tot de afgrond, bij het gedruis van (Gods) watergoten; als alle (Gods) baren en (Gods) golven over ons henengaan; als zijn schepping in plaats van tot een verheuging tot een verschrikking wordt en het leven door de dood wordt verslonden tot overwinning, dan blijven de psalmen bij ons. Als God ons verlaat, dan verlaten zij ons niet. Als onze ziel zich in ons uitstort als water (vs. 5), dan zijn deze liederen daar, zilt van tranen en onuitsprekelijk van zuchten (Rom. 8 : 26). Zij hebben een intieme kennis van de dood en zijn bij degenen, die in de kuil nederdalen (Ps. 88).

Deze kennis der werkelijkheid wordt in het christelijk lied wel eens gemist, waardoor het op de lippen besterft in de uren der beproeving. De zekerheden der belijdenis worden dan wel eens te goedkoop uitgedragen. Dan is er te weinig buigen en neigen in de belijdenis en het anker der hoop kan geen vat krijgen in de modderige bodem van het bestaan. Niemand kan zeggen: Jezus is Here dan door de Heilige Geest (1 Kor. 12 : 3 NBG.). Maar dat is de Geest, die alle dingen onderzoekt, ook de diepten Gods (1 Kor. 2 : 10). 'Jezus is Here' is de grondformule van de hele christelijke liturgie en de grondtoon van alle christelijke hymnen.

Maar in die belijdenis mag de buiging uit Psalm 42 niet afwezig zijn, noch het verlangen uit het lied 'Uit de diepten': Mijn ziel wacht op de Here, meer dan wachters op de morgen, de wachters op de morgen (Ps. 130 : 6).

Psalm 42 geeft het Credo in deze vorm: "Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige verlossing mijns aangezichts en mijn God" (vs. 12).

De zekerheid wordt hier verbogen en vervoegd tot verlangen.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Stil zijnGods PoortenGods altaren →