O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Tussen Pasen en PinksterenGods PoortenPinksteren →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gods Poorten · p. 138–140

Het apostolaat

Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen.

1 Korinthiërs 15 : 19 (St.V.)

Meestal worden onze tekstwoorden opgevat als van toepassing te zijn op alle christenen. Zij vormen dan een evangelische kernspreuk, die Paulus vormt aan het eind van een gesloten bewijsvoering en waarin hij die dan samenvat. - Daar is niet zoveel tegen. Want in de verzen 12-19 betrekt de apostel zijn lezers ook in het geval en is hij niet zo persoonlijk meer als in de eerste elf verzen van het hoofdstuk en in vers 30 en 31.

Toch is er ook veel voor om, met Hugo de Groot in zijn Aantekeningen op het Nieuwe Testament, niet uit het oog te verliezen, dat Paulus hier, met de opstanding, ook zijn apostolaat verdedigt.29⌫ Dat volgt heel duidelijk uit het verband van het hoofdstuk. Hij wil dan zeggen: Als Christus niet is opgestaan konden wij, apostelen, beter wat anders gaan doen: want dan zijn wij de ellendigste van alle mensen. Tenminste ik. 'Ik sterf alle dagen' (vs. 31).

Het voordeel van zulk een uitlegging is, dat wij dit bekende woord daardoor in de bijbelse geschiedenis betrekken. Men kan de bijbelwoorden heen en weer schuiven: van het middelpunt naar de omtrek en omgekeerd. Doet men het eerste dan worden het spreuken; christelijke spreuken eerst en tenslotte algemeen-menselijke. Salomo zou dan de grootste bijbelheilige zijn. Maar Christus is de Heilige Gods. Meer dan Salomo is hier (Matth. 12 : 42). Bij Hem gaan alle psalmen en alle spreuken naar het midden. En daar raken ze in de storm der geschiedenis. Zeven psalmen vergezellen Jezus aan het kruis.

Zo is het nu ook met de woorden onzer overdenking. In de mond van een apostel klinken zij dramatisch. "Zo ik naar de mens tegen de beesten gevochten heb te Efese, wat nuttigheid is het mij, indien de doden niet opgewekt worden?" (vs. 32).

Een mens kan men misschien nog denken zonder de opstanding van Christus. 'Rust zacht' staat er vaak op hun graf. In de humaniteit zijn meer zachtheden die de storm der historie schuwen en er liever geen weet van willen hebben. - Maar schuif die mens wat meer naar het centrum, waar de Geest begint te waaien, en hij zal een christen heten. Misschien zal hij ook dan nog kunnen twijfelen aan de opstanding. Er waren er althans in de gemeente te Korinthe. - Maar zet hem in het middelpunt en maak er een apostel van, en het is niet meer mogelijk. Een apostel is een getuige van de opstanding. Die twee horen onafscheidelijk bij elkaar. Gij kunt die opstanding niet wegdoen van de apostel, dan veegt gij zijn hele figuur uit. Dan blijft er alleen over dat hij alle dagen sterft. Van een zacht rusten komt niets van in. Hij is de ellendigste van alle mensen. Een schim al in dit leven.

Maar laat hem zijn ambt houden en gij hoort wat hem tot een apostel maakt, het getuigenis van de opgestane Heer.

Paulus was vroeger anders geweest. Blazende dreiging en moord (Hand. 9 : 1). Dat is de historische tegenstelling van het apostolaat. Jezus blies de Heilige Geest op de discipelen (Joh. 20 :22). Paulus blies ook, met een onheilige geest. In het centrum bestaat geen neutraliteit. - Van de dreiging en moord zal de menselijkheid ons niet kunnen verlossen. Ik heb mensen gevoelig over hun borst zien strijken, die eindigden met vergenoegd over hun buik te strijken. Dat kan men zich van Paulus niet voorstellen. Hij was onmenselijk toen hij meehielp bij de steniging van Stefanus (Hand. 7 : 58), maar hij heeft later 1 Kor. 13, het Hooglied der liefde geschreven.

Het christelijke zal ook geen voldoende afweer bieden tegen de dreiging en de moord. Het is vaster en steviger, stoerder en bewuster dan het bloot-humane. Maar het zoekt de zekerheden vaak in zichzelf; het heeft een neiging tot zelfvoldaanheid en geestelijke hoogmoed. In onze tijd van dreiging en moord kan alleen de apostolische levenshouding redding brengen. Dat wil zeggen: Christus zelf. Want dat is geen aangeboren houding, zoals de menselijke, en geen aangenomene, zoals de christelijke, maar een opgelegde. Paulus zegt het zelf: De nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig (1 Kor. 9 : 16). Het ambt is onmiddellijk één met de opdracht. Maar ook: met dat Evangelie verdwijnt de zending; met de prediking der opstanding het apostolaat.

Wanneer wij nu vragen, waar deze levenshouding vandaan moet komen, dan moet het antwoord zijn, dat wij die niet kunnen nadoen. Het is niet zo, dat de mensen vroeger belijnde waarheden uit de bijbel geloofden en dat zij nu daaruit een praktische levenshouding zouden aflezen. Klaar en helder staat met de houding de waarheid, die haar te voorschijn roept. Zo ergens, dan juist bij het apostolaat.

Want één ding is zeker. In een apostolische tijd worden Christus zelf en de dreiging en moord regelrecht op elkaar betrokken. Paulus is in volle zin met Christus opgestaan. Niemand had op hem gerekend of zijn bekering mogelijk geacht. Daarin ligt de reden van de sterke verbondenheid van zijn geloof in Christus' opstanding en zijn apostolaat. De andere apostelen waren Jezus' leerlingen geweest. Men zou kunnen menen dat zij Jezus' leer wel hadden kunnen verbreiden, als Hij in het graf was gebleven. Paulus niet alzo. De opgestane Heer heeft hem uit de dreiging en de moord, waarmee hij tegen Hem blies, gegrepen en hem de nood van het apostolaat opgelegd.

Deze mogelijkheid, neen, deze belofte is er ook thans. Christenen zullen haar misschien onwaarschijnlijk achten en menen, dat de apostelen uit henzelf moeten voortkomen, zoals de apostelen uit de discipelen. - Maar als men dat denkt, is onze prediking ijdel en ijdel is ook uw geloof. Christus is opgestaan.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Tussen Pasen en PinksterenGods PoortenPinksteren →