O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← EpifanieGods PoortenDe zaaier →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gods Poorten · p. 110–112

De pelgrim

Zij dan terstond de netten verlatende, zijn hem nagevolgd.

Mattheüs 4: 20 (St.V.)

Leven is iets anders dan 'in-evenwicht-zijn' en ook ons lichaam gedraagt zich niet symmetrisch. Rechts is uw hand de baas, altijd vooraan en voorop, steeds de eerste en de sterkste. Links is het de voet, die onwillekeurig en daarom ook opzettelijk bij exercitie en sport, de voorstap heeft. Aan de ene zijde zijt gij werkmeester en kunstenaar, homo faber; maar aan de andere, de linker, zijt gij pelgrim. Deze kant van uw bestaan, de zwakkere, zal het 't verst brengen. Soms voelt ge dat nu al heel duidelijk. Hoeveel slagen doet uw rechter, bij alle handigheid, niet in lucht! Wat een werk komt, o zo spoedig, weer tot niet! Uw eigen forsheid lijkt u zelf bijwijlen een beetje ridicuul. Doch de voet doet, bij al zijn linksheid, niets te vergeefs. Iedere schrede is winst en kort de weg. Trouw en geduldig meet hij het pad op. Gij zult goed doen dit nooit te vergeten. Allereerst zijt gij pelgrim; pas daarna misschien nog ook iets anders.

Zoals het met het lichaam gesteld is, niet anders staat het als God twee mensen tot één vlees laat worden; als Hij man en vrouw als met zijn eigene hand tezamen brengt. In de goede huwelijken is de vrouw de linkerzijde; niet de kameraad; geen verdubbelde rechtse. Maar een medereizigster, een leidsvrouw, een Beatrice. Een leermeesteresse der eeuwigheid.

Zó en weer niet anders liggen de verhoudingen nu ook bij de christen; bij degene die door Jezus wordt geroepen. De eerste was Petrus, die de Meester terstond is nagevolgd. Dit volgen is Petrus' beste zijde. - Ziet hoe ze bij hem tegen elkaar afsteken, zijn volgzaamheid en zijn handigheid! Van nature is hij voorop en vooraan. Hij spreekt al, als een ander nog spelt. Hij doet al, als een ander nog denkt. Maar hoe vreemd voert Petrus' rechterhand in het Evangelie het geestelijke en het wereldlijke zwaard. Zijn belijdenis ligt straks bij zijn verloochening verbroken voor zijn voeten en Jezus moet haar straks weer helen. En precies zo het oor van Malchus en Jezus moet het genezen.

Maar let nu op Petrus de volger, de pelgrim. Toen hij Jezus verloochende, was hij Hem toch vlak op de hielen. "Petrus volgde hem van verre", staat er (Matth. 26 : 58). Maar dit 'verre' is slechts een bepaling van het 'volgen'. Zo was het ook vroeger. Toen Jezus hem riep, heeft hij terstond de netten verlaten. Zelfs als Jezus op de zee wandelt, volgt Petrus Hem daarop. Klimt Jezus op een hoge berg ten hemel (Matth. 17), dan is Petrus er ook. Daalt Hij neder ter helle (Matth. 26 : 37), dan is Petrus maar een steenworp van Hem af. Zelfs bij Jezus' kruislijden is niemand dichterbij gekomen dan Petrus in zijn passie.

Petrus is in de kerk bekend gebleven als de man van de rechterhand, met het geestelijke zwaard. Hem is als zodanig zelfs een stoel ingeruimd, als teken van zijn primaat. Daarbij behoort dan dat hem de sleutels van de hemel zijn toebetrouwd. - Dit alles is zo bekend, dat, wanneer bijwijlen de eerbied voor deze heilige een weinig wordt ontspannen tot boert en de heilige historie in onschuldige gemeenzaamheid soms even afwisselt met de klucht, pastoor of dominee zich wel eens een vrolijk ogenblik veroorlooft over Petrus' ervaringen bij de hemelpoort. Dat is niet zo heel erg. Deze zijde van de Petrus-figuur behoudt ook in de kerkgeschiedenis veel van het schutterige van de slaande discipel uit de evangeliën. Ook liet hij soms wolven binnen en keerde schapen buiten de deur.

Anders staat het met Petrus de pelgrim. Hij diende meer bekend te zijn. Over hem zal geen moederszoon een grapje maken. Terstond verliet hij de netten. Als hij Jezus van verre volgde was hij Hem toch vlak op de verzenen. Als hij in de golven verzonk, wandelde hij een volgend ogenblik weer op het water. Wanneer hij Jezus verloochend had, wist Jezus niettemin dat hij Hem liefhad. Al had hij van Jezus' kruisdood gezegd: "Dit zal U geenszins geschieden" (Matth. 16 : 22), toch deed hij het Hem later zelf na. - Zo was de oorspronkelijke christen, de eerste volger; zo zal ook de laatste zijn. De hele pelgrimstoet zal de poort bereiken en binnengelaten worden door Hem, die de sleutel Davids heeft, die opent en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent (Openb. 3 : 7); binnengelaten door Jezus zelf.

Pelgrim is de gemeente van Jezus Christus hier op aarde. Dit is haar meest positieve betekenis, waarbij vergeleken al het overige bijkomstig en negatief is. Er is een oneindige rust in dat positieve neerzetten, iedere dag weer, van de voet op het pad ten hemel. Deze schrede is onomkeerbaar, zij is door de richting streng bepaald. Bijna al het andere kan door de ontkenning worden aangevreten, door de twijfel worden verzwakt. Maar wie de schrede doet drukt die beide vijanden dood op de plaats waar hij zijn voet neerzet.

De weg is in zeker opzicht meer dan het geloof en de hoop, die daarop wandelen. De gemeente heet zelf een weg (Hand. 22 : 4). Haar wezen, haar pelgrimschap wordt daarmede op treffende wijze uitgedrukt. Van al haar evenwichtigheden, voorzichtigheden, handigheden bekeert zij zich telkens in één ogenblik, als zij de schrede doet. Dan worden de pinnen en de ploken uit de grond van de te symmetrische legerplaats getrokken. Dan rust de hand, de voet komt vóór en het volgen begint. De houding wordt eenvoudig en waar.

En bij de poort blijven zelfs het geloof en de hoop achter. Alleen de liefde gaat binnen.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← EpifanieGods PoortenDe zaaier →