O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Het kruisGestalte en GeestOnze ware existentie →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel II · Boek 1: Gods gestalte · p. 306–308

Plaatsbekleding

Pilatus oordeelde het geraden de schare haar zin te geven en hij liet hun daarom Barabbas vrij en gaf Jezus, na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden.

Markus 15: 15 (Vert. NBG.)

De christelijke kerk heeft Pilatus in haar geloofsbelijdenis opgenomen. Is dat enkel een tijdsbepaling, zoals er in het evangelie van Lukas staat, dat Jezus geboren is "toen Cyrenius over Syrië stadhouder was"? De Heidelbergse Catechismus, het bekende leerboek uit de zestiende eeuw, dat nog steeds bij ons in gebruik is, vat het anders op. Het ziet in de omstandigheid, dat Jezus onder Pilatus geleden heeft, een noodwendige schikking Gods. Dit leerboek voegt vóór "Pontius Pilatus" de woorden de rechter in, om daarmede aan te geven, dat Jezus niet het slachtoffer is geworden van moord, zoals dat bij de kindermoord te Bethlehem had kunnen geschieden, noch van doodslag, als wanneer zijn vijanden Hem in een oproer hadden gestenigd, maar dat Hij door wereldse, van God ingestelde rechtspraak een vonnis heeft ondergaan. Dit zou dan meer in de lijn liggen van de profetische noodzakelijkheid dan wanneer Jezus door enige meer toevallige oorzaak zou zijn gestorven. Vooral omdat hier het Romeinse recht in geding was, zodat Jezus' zaak een cause célèbre werd in deze beroemde rechtspraak.

Nu hebben dergelijke constructies vaak iets gewilds en dit antwoord in de Heidelberger lijkt mij niet het sterkste in dit boekje. Vooral als men in aanmerking neemt, dat de rechtsvoering en de uitspraak van Pilatus zo duidelijk illustreren, wat er van het Romeinse recht in de provincie vaak terechtkwam. Uit dat oogpunt verdient deze uitspraak geen betere naam dan die van een gerechtelijke moord.

Juridisch valt uit dit alles voor het geloof weinig winst te puren. Alleen wanneer wij aan de mystiek hier haar rechten gunnen, wordt de uitkomst een betere. En dat wordt dan ook in genoemd leerboek zeer duidelijk gedaan. Het zegt, dat Jezus onder de wereldlijke rechter 'onschuldig' veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde.

Dat onschuldig is brood voor het geloof. Wanneer iemand onschuldig wordt veroordeeld, is God nooit ver af. Dan is zijn recht op het pad en dan is er iets aan de hand in zijn koninkrijk. Achter zulk lijden schuilt steeds een goddelijke noodzakelijkheid; een onbegrepen, doch aanbiddelijk plan, dat anderen tot zegen zal zijn en van schuld bevrijden. De gemeente van Christus weet dat. En telkens als zij het Heilig Avondmaal viert, laat zij zich een verklaring van die dis des Heren voorlezen, waarin een hele reeks van zulke mystische tegenstellingen voorkomt, zoals er hier één voorkomt in antwoord 38 van de Heidelbergse Catechismus. Hij werd gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden; Hij heeft ontelbare smaadheden geleden, opdat wij nimmermeer te schande zouden worden; Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij voor het gericht van God zouden vrijgesproken worden; Hij heeft zijn gezegend lichaam aan het kruis laten nagelen, opdat Hij het handschrift (de schuldbrief) onzer zonden daaraan zou hechten.

Het zijn zulke paradoxen van mystieken huize, die in onze zielen de zegen kunnen inzingen, die de vrucht is van Jezus' veroordeling door Pontius Pilatus.

Er zijn twee bijomstandigheden, waardoor dit nog bijzondere nadruk krijgt. - De eerste is de vrijlating van Barabbas. De Romeinse rechter heeft in zijn verlegenheid meegewerkt om de diepe verborgenheid, dat door het onschuldig veroordeeld worden van Jezus anderen vrijgesproken worden, aanschouwelijk te maken. En het tweede bestaat hierin, dat hij dat doet om aan de schare haar zin te geven. Het onschuldig-zijn van Jezus wordt daardoor nog onderstreept. Van aardse rechtspraak is hier niets meer aanwezig. ⚑Zo zijn wij dan aangewezen op het grote mysterie der plaatsbekleding, waarop alles in het Evangelie uitloopt. Dat is het recht Gods; zijn laatste argument, waarmee Hij de hardste harten verbrijzelt en ze wint voor zijn koninkrijk. Ons verstand en ons rechtsgevoel komen er tegen in opstand. Maar het kruis van Golgotha heeft een macht, waarvan alleen de verborgen mens des harten weet. Het verzoenend sterven van Jezus is het laatste rustpunt van dat hart. Waar de gronden van menselijke achtbaarheid wegzinken; waar Barabbas vrijgelaten wordt en Jezus wordt overgegeven, daar rijzen op een wijze, die ons volkomen ontgaat, de fundamenten van een nieuwe schepping omhoog.

God heeft zijn redenen, die de mens niet kent. Daarvoor is Hij God en geen mens. Aan die raad Gods had Jezus zich volkomen overgegeven. De wil des Vaders, niet zijn eigen wil, moest geschieden. En deze overgave is het, die Hem aan het kruis heeft gebracht.

Van dat kruis gaat nu de verzoening uit voor allen die geloven. De wereld roept als met één stem: Laat ons Barabbas los! En de profetie spreekt: Laat Jezus gekruisigd worden. God geeft beide haar zin. Het mysterie der plaatsbekleding heeft plaats op Golgotha.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Het kruisGestalte en GeestOnze ware existentie →