O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← De apostel des GeestesGestalte en GeestVerkiezing →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel III · Boek 2: De apostel des Geestes · p. 376–378

Paulus

En ter aarde gevallen, hoorde hij een stem tot zich zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide: Ik ben Jezus, die gij vervolgt.

Handelingen 9: 4 en 5 (Vert. NBG.)

Hebt gij er wel eens over nagedacht, dat Jezus na de Hemelvaart nooit meer aan Petrus of Johannes verschenen is, of aan zijn moeder Maria of aan zijn broeder Jakobus? Petrus heeft wel een gezicht gehad (Hand. 10 : 9 vv.) en een engel heeft hem uit de gevangenis geleid (12 : 6 vv.), maar Jezus heeft hij op aarde niet weer gezien of gehoord. Dit voorrecht is alleen aan Stefanus en aan Paulus te beurt gevallen (Hand. 7 en 9). - Dat valt te meer op, omdat de twaalf apostelen met hun gemeente, na het bestand op raad van Gamaliël (5 : 40), toch ook weer vervolgd werden. Jakobus was door Herodes gedood en Petrus gevangen. Het verschil ligt dus niet alleen in de nood, waarin de Griekse gemeente door Stefanus' optreden kwam te verkeren. Het moet gelegen hebben in de meerdere aandacht, die Jezus vanaf de rechterhand Gods aan die groep van christenen schonk, die door Stefanus en later door Paulus werd vertegenwoordigd en wier leiding door de Heilige Geest ons in de Handelingen der Apostelen wordt beschreven. Tot hen stond Jezus van Pinksteren af in een bijzondere verhouding.

Men zal moeten zeggen dat dit bijzondere bestond in een meer direct en uitsluitend verkeer door de Geest des Heren en dat de omgang, die de Twaalve 'naar het vlees' met Hem gehad hadden, voor dezen een beletsel vormde, om die gemeenschap in diezelfde mate te oefenen. Zo wordt er, ten opzichte van het apostolaat, een verschil geschapen tussen Petrus en Paulus. Jezus' werk na de hemelvaart is van heel andere aard dan daarvoor. Met degenen, die Hem daarbij uitverkoren en geroepen werktuigen waren, staat Hij nu noodwendigerwijze in een nauwere betrekking dan met hen, wier roeping ons in de evangeliën wordt verhaald. Voor die eersten bestaat er bij Jezus een regelrecht ingrijpen, een nieuw beginnen, een ander arbeidsveld, een eigen evangelie, een bijzondere naam, waarvan de lezer van Lukas' eerste boek zich geen rechte voorstelling kan maken, als hij het tweede enkel beschouwt als een vervolg op het eerste. Dan blijft Paulus voor hem de dertiende apostel, een voorstelling waartegen alles in deze uit de hemel geroepene in opstand zou komen (Gal. 1 : 1). Volgens vele plaatsen in de Handelingen der Apostelen en in de Brieven heeft Paulus de verschijning van Jezus op de weg naar Damascus beschouwd als een bijzondere openbaring Gods, in wezen verschillend van die, welke de Twaalve ontvangen hadden (Gal. 1 : 12-17). Bij die verschijning was hem dan ook een ander apostolaat opgedragen, waarvoor hij niemand verantwoording schuldig was dan aan de Heer zelf. Volgens de economie des bijbels was het nodig, dat daarover in een afzonderlijk boek gehandeld werd, waarin de andere apostelen naast Paulus verdwijnende figuren waren. Want het betrof hier geen rivaliteit tussen de twaalf apostelen en die éne apostel, maar een schikking in de openbaring van de drie-enige God zelf. Het ging om de komst en het werk van de Heilige Geest, waarvoor de Zoon moest terugtreden (Joh. 16 : 7). Daarom moeten, in Lukas' tweede boek, Petrus en Johannes ook heengaan en moet Paulus komen.

Intussen werd de wieg voor dit apostolaat reeds toebereid. Zij heeft niet te Jeruzalem gestaan, maar te Antiochië, het grote Romeinse handelscentrum in Syrië. Daarheen kwamen ook sommige aanhangers van het nieuwe geloof, die door de vervolging om Stefanus uit Jeruzalem verdreven waren. Deze Grieks-sprekende Joden predikten er eerst alleen onder hun volksgenoten; daarna ook onder de heidenen. Op deze tijding werd Barnabas, een Cyprische Jood, dezelfde die in de liefdedienst der eerste gemeente een prachtig voorbeeld had gegeven (Hand. 4 : 36), uit Jeruzalem naar Antiochië gezonden. Hij vond er de zending onder de heidenen reeds gaande. Deze Barnabas zocht Paulus op in diens geboortestad Tarsus, waarheen hij zich na zijn bekering had begeven en nam hem mee naar Antiochië. Samen predikten zij daar een vol jaar. En daar krijgen dan de discipelen van Jezus voor het eerst een eigen naam. Zij worden er christenen genoemd.

Zo is deze stad de bakermat van het christendom geworden en Paulus is er voor zijn apostolaat onder de heidenen gevoedsterd en gekoesterd.

Van al de bijbelheiligen is Paulus wel de meest menselijke figuur. Zo zelfs, dat wij in verleiding kunnen komen hem bij ons en niet bij God te rekenen. Wij trekken dan een streep tussen de evangeliën en de Handelingen en denken daarbij, dat de heiligheid aan onze kant van die lijn veel geringer is en vergeten dat die heiligheid na Jezus' hemelvaart pas recht is uitgestort. De gemeenzaamheid van Paulus' brieven brengt ons in de war. Wij zijn er zelfs toe gekomen hem te herdenken, zoals wij dat doen met profane figuren uit de wereldgeschiedenis, buiten het kerkelijk jaar om.

Daarbij zien wij dan over het hoofd, dat wij in de Handelingen en de Brieven tenslotte niet met Paulus, maar met de Heilige Geest te doen hebben. Alles wat ons in het Oude Testament en in de evangeliën verhaald wordt, moet uiteindelijk dienen als schaduw of werktuig voor de toebereiding van "de nieuwe mens", "die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid" (Ef. 4 : 24).

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← De apostel des GeestesGestalte en GeestVerkiezing →