O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Woorden en kennisGestalte en GeestPetrus en Paulus →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel III · Boek 2: De apostel des Geestes · p. 401–403

Het meetsnoer

Wij daarentegen zullen niet gaan roemen zonder maat te houden, maar slechts volgens het meetsnoer, dat God ons tot maat heeft gegeven: en dit is, dat wij tot u zouden doordringen.

2 Korinthiërs 10 : 13 (Can.Vert.)

Ditmaal heb ik de Canisius-vertaling gevolgd, omdat zij het Griekse woord, dat én in de Statenvertaling én in de Nieuwe Vertaling met 'regel' wordt overgezet, met meetsnoer weergeeft. De bedoeling van Paulus komt dan veel plastischer uit. Het Griekse 'canon', dat wij ook nog wel gebruiken, betekent figuurlijk natuurlijk wel 'regel', maar het heeft ook een meer letterlijke betekenis: meetsnoer, richtsnoer. Richtsnoer wordt door ons ook weer vaak figuurlijk gebruikt, maar bij meetsnoer is dat vrijwel uitgesloten. En daarom moeten wij dat woord juist hebben. Want hier moet zeer letterlijk aan een snoer gedacht worden. Hugo de Groot vertaalt het woord

`canon' in zijn Aantekeningen hier ook met "meetsnoer" en denkt daarbij aan de touwen, die de landmeters spanden, om aan ieder landbezitter zijn gebied toe te meten.90 - Richtsnoer in de zin van meetsnoer vinden wij in de Statenvertaling bijv. in Job 38 : 5 en in Psalm 19 : 5, waar sommige oude Griekse vertalingen van het O.T. 'canon' gebruiken. In Psalm 19 worden dag en nacht door zulk een meetsnoer gescheiden. - De vertaling van Brouwer heeft de opvatting van De Groot ook zeer duidelijk, als zij spreekt van "het terrein, dat God ons heeft toegemeten". Zij zou zelfs de voorkeur verdienen boven de Canisius-vertaling, als de spelingen met het begrip 'meten' op deze plaats van Paulus' brief het niet dringend nodig maakten, dat 'meetsnoer' in de vertaling niet te laten verloren gaan. De concrete betekenis van dat woord geeft aan Paulus' betoog een klemming en een gewicht, die verloren gaan en vervliegen, als men aan het abstracte en het figuurlijke een kans geeft. En dat laatste gebeurt zelfs nog enigszins in de hier door ons gevolgde Canisius Vertaling en ook bij Brouwer. In de eerste, als er sprake is van "roemen zonder maat te houden" en bij de laatste, wanneer hij datzelfde weergeeft met "mateloos beroemen". Ook in dat eerste gedeelte van onze tekstwoorden is het begrip maat niet zo figuurlijk gedacht. Het moet veel scherper op meetsnoer worden betrokken. Paulus wil niet matig gaan roemen, maar hij wil gaan roemen met het oog op en op de condities van het terrein, dat de grote Landmeter hem heeft toegemeten. Paulus plaatst hier een heining tussen zich en de valse apostelen (Bengel).91 Volgens oud-apostolisch kerkrecht kwam het opzicht over een gemeente aan de stichter toe. "Sommige apostelen hadden hier, anderen weer elders gemeenten gesticht. Paulus zeer vele; de valse apostelen geen enkele" (H. de Groot).92 Daarmee zijn deze mensen uitgeschakeld. Zij hebben niets, dan zichzelf om hun aanspraken mee te meten (vs. 12). Aan Paulus echter wordt van land tot land en van stad tot stad zijn parochie uitgemeten door de Heilige Geest (Hand. 16 : 6 v.).

Na deze lange uitlegkundige inleiding moeten wij ons haasten om tot de zaak te komen. Wij laten die mensen, die geen enkele gemeente hadden gesticht, nu varen en vragen naar de verhouding tussen de apostelen, die enkele, en Paulus, die zeer vele had opgebouwd. Welk deel van de evangelisering der wereld was aan de Twaalve en welk ander deel was aan Paulus toegewezen? Liggen die zendingsvelden in figuurlijke zin naast elkaar? Is de opdracht aan Paulus gelijkwaardig met die aan Petrus en de anderen? Of is die aan Paulus van groter betekenis? Hadden de Jeruzalemse apostelen leergezag over Paulus of was deze laatste als apostel des Geestes geheel onafhankelijk? Predikte Paulus hetzelfde evangelie als degenen die vóór hem apostelen waren (Gal. 1 : 17)? - Het antwoord op deze vragen is beslissend voor de betekenis van de heilsgeschiedenis, zoals wij die kennen uit de tweede helft van het Nieuwe Testament. Het is dat evengoed voor ons oordeel over de kerkgeschiedenis en voor het geding tussen Rome en de Reformatie. En tenslotte zal het ook doorslaggevend zijn voor de toekomst. Men kan de gestelde vragen samenvatten als volgt: Vormt het primaat van Petrus de voltooiing van het Nieuwe Testament of doet Paulus' brief aan de Romeinen dat? Of anders: Is het Evangelie door Petrus voortgezet in de wereld, of is het door Paulus vertolkt?

Tussen beide opvattingen bestaat grote spanning, indien zij elkaar althans niet uitsluiten. Iedere bijbellezer weet, dat de bijbelse geschiedenis, zoals wij die kennen uit de Handelingen der Apostelen, er van het begin tot het einde door in onrust gehouden wordt. Ook Paulus' brieven zijn er vol van, zoals wij zagen. Overal zijn die valse apostelen met daarachter de Twaalve. Apostolische wijsheid heeft een breuk tussen Paulus en Petrus vermeden. Maar de wijze, waarop Paulus in Galaten 2 deze aangelegenheid behandelt, doet ons vermoeden hoe moeilijk het somtijds was.

Wij voelen deze spanningen ook nu nog. Een rooms-katholieke vriend van mij bekende mij eens: Ik houd niet veel van Paulus; liever lees ik de evangeliën. Dat klinkt niet goddeloos; integendeel. Men durft het nauwelijks tegen te spreken. Jezus liever dan Paulus; wie schaamt zich niet min of meer, als hij er iets tegen inbrengt? En was Franciscus van Assisi niet een groot heilige? Moet hij in de kerk der toekomst niet als model staan? Wint hij het niet ver van Luther met zijn verering voor de brief aan de Romeinen? En de Broeders des gemenen levens? De navolging van Christus?

Ik zal er niet veel van zeggen. Het enige wat ik doen moet, is wijzen op de Heilige Geest, die op Paulus' reizen, als de grote Geometer, steeds naast hem is, om met zijn meetsnoer hem het terrein zijner werkzaamheid toe te meten, tot Rome toe. De Heilige Geest, die hem ook zijn brieven dicteert.

Is de opvolging van Jezus niet van goddelijke orde en is de Heilige Geest daarom niet de plaatsvervanger van Jezus op aarde? Heeft Deze niet Paulus naar Rome geleid? En is daarnaast nog plaats voor een regelrechte voortzetting der evangeliën 'naar het vlees' in Petrus? Is er naast de geometrie des Geestes nog ruimte voor de landmeters van een onbekende, van wie de bijbel niets weet, en door wie Rome aan Petrus als gemeente zou zijn toebedeeld? Ik vrees dat Petrus, als hij voor de eerste bisschop van Rome zou moeten gelden, in het geval komt te verkeren van de valse apostelen te Korinthe. Hij zou zijn aanspraken met zichzelf moeten meten. Er staat niets van in de Handelingen der Apostelen, waarin Jezus' regering 'naar de Geest' ons is beschreven. Paulus echter, ook al heeft hij deze gemeente niet gesticht, is langs het lange snoer van zijn zeereis als aan de hand des Geestes daarheen geleid (Hand. 27 en 28).

Eindnoten

  1. 90

    H.Grotius, Annotationes,d1.6,p.522: .kanon est funis per quem agrimensores cuique possessori partes terrarum assignant."↩

  2. 91

    J. A. Bengel, Gnomon Novi Testamenti, Stuttgart 1891, p. 718: "Paulus mensuram servat: pseudoapostoli plane nullam habent."↩

  3. 92

    H. Grotius, a.w., p. 522: "Sic Apostoli alii alias instituerunt Ecciesias, plurimas Paulus, Pauli obtrectatores nullas."↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Woorden en kennisGestalte en GeestPetrus en Paulus →