O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← ZendingGestalte en GeestDeze drie →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel III · Boek 2: De apostel des Geestes · p. 385–387

Het Evangelie en Rome

Want ik schaam mij het Evangelie niet, want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder, die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek.

Romeinen 1 : 16 (Vert. NBG.)

Paulus was reeds vaak van plan geweest naar Rome te reizen om er het Evangelie te prediken. Toen hij deze grote brief schreef, was hij daarin nog steeds verhinderd geworden. De reden kan niet geweest zijn, dat hij een voorkeur voor de provincie had en deze wereldstad, het hoofd der mensheid, daarom meed. Integendeel, de apostel zocht de grote steden, de centra, waarop hij voor het Evangelie beslag trachtte te leggen. Paulus was een veldheer van Jezus Christus, een strateeg van het Evangelie, die de opdracht om het Evangelie aan alle creaturen te prediken, letterlijk opvatte en zich daarnaar gedroeg. Maar juist daarom kan hij nog niet naar Rome toe komen. Zijn veldtocht moest in een bepaalde orde geschieden. Eerst het oosten, dan het westen. Illyrië, de uiterste grens van het oosten, heeft hij nu bereikt (Rom. 15 : 19). Nu komt het westen aan de beurt; Rome en dan Spanje (vs. 24). De latere kerkgeschiedenis ligt in dit plan reeds afgeschaduwd.

Er is bij de apostel een zeker menselijk ontzag voor Rome, dat de christenheid nog steeds niet helemaal verloren heeft. Als hij straks bij die stad aankomt, moet hij moed grijpen (Hand. 28 : 15). In hoever Paulus de stad als zendingsterrein heeft gezien, is niet helemaal duidelijk. Hij wil er door reizen, als hij naar Spanje gaat (Rom. 15 : 24). De te Rome reeds aanwezige christenen moeten hem dan geleiden. In ieder geval bewijst deze belangrijke brief, dat hij het Evangelie, zoals hij het van Jezus Christus ontvangen heeft, daar zelf in volle klaarheid wenst kenbaar te maken. Dit is een brief aan het westen en hij is daar ook vlijtig gelezen en door Augustinus en Luther verstaan.

Onze tekstwoorden geven de inhoud als in een notedop. Het gaat om het Evangelie, om Christus, niet om de prediker zelf. En dit Evangelie is het, dat de hoofdstad der wereld moet kennen. Het is een kracht Gods tot behoud van een ieder, die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Wanneer Paulus nu zegt, dat hij zich dat Evangelie niet schaamt, dan wil dat eigenlijk zeggen, dat het zijn enige roem is (Rom. 15 : 17). Het is een manier van spreken, die de ouden een 'eenvoudigheid' noemden.84 Hoe simpeler men het zegt, hoe sterker men het meent. De apostel is niets, als hij het Evangelie niet verkondigt. Hij heeft geen keus. Hij zegt ergens: "Wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig" (1 Kor. 9 : 16). In deze brief aan de Romeinen schrijft hij: "Ik zou niet durven iets zeggen, hetwelk Christus door mij niet gewrocht heeft tot gehoorzaamheid der heidenen" (15 : 18).

De apostel is zelf een voorbeeld van wat het Evangelie is. Ditzelfde onvoorwaardelijke beslag, dat het op hem legt, werkt door in de gehele wereld. Paulus drukt dat tekenachtig uit, als hij schrijft, dat hij van Jeruzalem af tot Illyrië toe het Evangelie vervuld heeft (15 : 19). Dat kan slaan op zijn eigen prediking, maar ook op de inwerking van de boodschap op die hele landstreek. De kennis van Jezus' dood en opstanding, van de kracht Gods die daarin is, heeft eerst hemzelf gered, aan zijn leven betekenis, inhoud en doel gegeven, en door zijn prediking is die werking nu doorgegaan, van land tot land en van stad tot stad.

Het is een wereldmacht geworden en was dat van huis uit. Als Paulus daarmee de hoofdstad der wereld nadert, behoeft hij zich niet te schamen. Jood of heiden, het doet er niet toe, Christus moet over allen als Koning heersen (1 Kor. 15 : 25). Dit was niet het enige evangelie, dat in die dagen gepredikt werd. Er reisden meer apostelen in het Romeinse rijk rond. De naam evangelie, als aankondiging van een koning, een redder, heeft ook verbreiding gevonden buiten de bijbel en vóór het ontstaan van de christelijke kerk. - Wij zijn vaak geneigd daarin een soort concurrentie te vinden, die ons min of meer onaangenaam aandoet. Wij houden niet van godsdienst-historische parallellen en voelen daarin een verzwakking van het christendom, bijv. als men ons komt vertellen, dat er meer evangeliën waren dan dat van Jezus Christus.

Paulus heeft die vrees niet gedeeld. Hij schijnt, volgens de betere handschriften, rustig het Evangelie geschreven te hebben in onze tekst en niet, zoals in de Statenvertaling staat, met de bijvoeging, dat het van Jezus Christus was. Er was immers maar één evangelie, dat van Jezus Christus en die gekruisigd (1 Kor. 2 : 2). Er was slechts één kracht Gods tot behoud voor een ieder. Men mocht nóg zoveel evangelies naar Athene of Rome dragen, Paulus behoefde zich voor het zijne niet te schamen.

Wij kunnen nu zeggen, dat deze apostel gelijk gehad heeft. Al die andere evangelies zijn in academische handboeken terechtgekomen, doch het Evangelie, dat Paulus naar Rome bracht, wordt nog steeds in de kerken gepredikt en zijn brieven worden er in de dienst gelezen, evengoed als bij zijn leven. En de naam Rome heeft nu zelfs een christelijke klank, meer dan een wereldse; een kerkelijke, meer dan een politieke.

Dit is niet weinig. Het is een historisch verloop van zeldzame betekenis. Men kan het gerust een wonder noemen. De eeuwen worden niet meer benoemd naar de stichting van Rome, maar naar de geboorte van Jezus Christus. Inderdaad, het is achteraf bewezen: Paulus behoefde zich voor zijn evangelie niet te schamen.

Maar degenen, die daarop hun geloof bouwen, lopen gevaar daarmee ook in de academische handboeken terecht te komen. Paulus kon het niet. Hij wist van al deze treffende historische uitkomsten nog niets. Hij had nooit gehoord van Constantijn en van Karel de Grote. Hij moest het doen met Felix en Festus, die hem "een gezant in een keten" (Ef. 6 : 20) deden zijn. Voor hem was het Evangelie een kracht Gods tot behoud van een ieder die gelooft. Dat Rome zo christelijk klinkt, is voor de kerk een verzoeking geworden. Daarmee kunnen wij ons de schaamte voor het Evangelie niet van het lijf houden.

Wij bevinden ons in dezelfde toestand als Paulus. Het Evangelie heeft concurrenten. Ook in onze dagen. Zij werven ook om de ziel der mensheid, Jood en Griek. Er is geen andere proefsteen dan die, welke deze apostel gebruikte, nl. de betoning des geestes en der kracht (1 Kor. 2 : 4). Die betoning was tenslotte niet zijn eigene, maar een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, rooms of communist. Onze bewijzen liggen niet in de historie, niet in de handboeken, maar in de toekomst, in de wederkomst van Christus, in de Geest, die Hij heeft uitgestort over alle vlees. Voor die Heilige Geest behoeft niemand zich te schamen. Ieder die met deze apostel van Jezus Christus gelooft, mag moed grijpen, zoals Paulus dat deed voor de poorten van Rome. Het doet er niet toe, welk Babel of welk Rome hij op zijn reis zal moeten binnengaan.

Eindnoten

  1. 84

    De stijlfiguur van de zgn. litotès (van litos = glad, eenvoudig), waarmee iets schijnbaar zwak wordt uitgedrukt, terwijl in werkelijkheid een versterking van de uitspraak wordt beoogd.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← ZendingGestalte en GeestDeze drie →