De wonderbare geboorte
Lukas 2 : 1-7
Op het kerstfeest wil men altijd weer het Evangelie naar de beschrijving van Lukas horen. Niet de dogmatiek, maar allereerst het verhaal. Men wil horen hoe het geschiedde. En Lukas voldoet aan dit verlangen door dat laatste woord tweemaal in zijn vertelling te gebruiken. Eerst die gebeurtenis van de beschrijving en dan die van de geboorte. Eerst de menselijke en dan de goddelijke geschiedenis.
De eerste dient voor plaats- en tijdsbepaling. Was die beschrijving er niet geweest, dan was Jezus niet te Bethlehem geboren. En wij weten nu ook niet alleen waar, maar ook wanneer Jezus geboren is. Het is een echte geschiedenis, die hier op aarde heeft plaatsgehad. Om ons daarvan te doordringen, dient het eerste gedeelte van ons kerstverhaal. En de viering heeft ook daarop betrekking. Wij zijn het, onder wie Jezus geboren is. Die geboorte valt binnen wat men onze cultuurkring noemt. Zij geschiedde niet half in de eeuwigheid, maar echt in de tijd. Ook niet in een grauw en oncontroleerbaar verleden, maar helemaal in het licht van een tijdkring, die wij, vergelijkenderwijs, bijna een heden kunnen noemen. De dingen, die er plaatsvonden in de dagen van keizer Augustus, laten nog heel onmiddellijk hun invloed op ons leven merken. De Grieks-Romeinse beschaving is eigenlijk ook nog de onze en ons onderwijs rekent daarmee terdege.
Welnu, in deze onze wereld is Jezus geboren. Uit een kosmologisch oogpunt moet men zeggen, dat Hij vlak naast ons, in dezelfde straat, het licht heeft aanschouwd. De geboorte van Jezus heeft niets van een mythe, die overal en in alle tijden kan ontstaan. Neen, zij is een feit, dat als 't ware aan onze huisdeur wordt aangezegd.
Deze omstandigheden, waarop het kerstevangelie in de eerste plaats de nadruk legt, behoren zeer bepaald tot de viering en bepalen het karakter daarvan. Wij worden van zeer nabij bij de geboorte van Jezus betrokken. Het gaat ons als de herders: wij krijgen bericht en mogen komen zien.
Maar de tweede helft van het kerstevangelie brengt ons Jezus' geboorte nog veel nader en maakt de viering pas tot een feest. Het is een wonderbare geboorte, die ons hier verkondigd wordt. Zij heeft slechts éénmaal plaatsgehad. Zoals Jezus ook slechts éénmaal gestorven is (Hebr. 10 : 10). Ook een gewone geboorte kan men vieren en wij doen dat menigmaal. Maar de kerk kan dat alleen doen met een wonderbare geboorte. God is geboren. Het Woord is vlees geworden (Joh. 1 : 14). Hij is het, die zo dicht bij ons gekomen is. Die niet in de hemel gebleven is, maar op aarde is gekomen.
En niet alleen, dat Hij gekomen is, eens of ergens, maar wij zien Hem komen langs een ons heel eigen geworden spoor. Langs een weg, die een kind onder ons al spoedig leert uittekenen. Zijn spoor behoeven wij niet te zoeken tussen de melkwegstelsels of langs de planeten van ons zonnestelsel. Zulk een goddelijkheid ligt niet in de kribbe van Bethlehem.
Die kribbe is maar heel eng. - Ook de pre-existentie is niet de meest geliefde eigenschap van Jezus. Zelfs de hele prehistorie is onbelangrijk voor ons kerstfeest. Wij denken in verband met Jezus' komst nauwelijks aan die vroege generaties van ons geslacht, waarover de oudheidkundigen zich druk maken. Het spoor van Jezus' komst is maar kort. Men kan bijna zeggen, dat het bij Abraham begint, en verder loopt het door de geschiedenis van een volk, welks historie ons meer eigen is dan die van enig ander in de oudheid. Israël is niet oud, zoals Babel en Assur oud zijn. Oud en Nieuw Testament reiken elkaar de hand bij Jezus' geboorte. Simeon en Anna overhandigen het kindeke als 't ware aan de jonge kerk.
Deze dingen scheppen de vreugde op ons kerstfeest. Wij, moderne mensen, hebben dit wonder beleefd. God is onder ons geboren en wij hebben het kindeke gezien. Wij hebben het hele verhaal van zijn komst in de wereld in het volle licht der historie. Wij hebben dat in de bijbelse geschiedenis en hoezeer het onder ons gebeurd is, bewijst onze hele cultuur. De moderne mens is een produkt van de bijbelse geschiedenis; van Gods komst op aarde; van zijn geboorte te Bethlehem. Pascal zag dat duidelijk, toen hij in een beroemde pensée, die hij in de voering van zijn kleding had ingenaaid, de God van Abraham, Izaäk en Jakob zo hoog stelde boven de God der filosofen.16 Dit was de kern van het Evangelie, dat hij de moderne mens van zijn dagen predikte. Juist wij, mensen van de jongere generaties, mensen uit de tijd van de bekende historie, hebben God tot huisgenoot gekregen (Ef. 2 : 19). Het wonder hoort onder ons thuis. Het heet dan ook 'het liefste kind van het geloof'.17 Het is geen sprookje uit de tijd, dat de dieren nog praten konden, maar een feit, dat aan de dag ligt als geen ander. Wij zijn door Jezus' geboorte aan de natuur onttogen, zoals het kindeke Mozes aan de krokodillen in de Nijl; en wij zijn aan de Geest en aan de historie overhandigd, zoals Mozes dat werd aan zijn zuster Mirjam.
Wanneer de moderne mens niet zo star en strak te kijken stond als de ezel bij de kribbe, dan zou hij merken, dat juist hij in een storm des Geestes staat en dat Gods wonder het element zijns levens is.