O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Uit de lijstGestalte en GeestDe tempel →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel III · Boek 2: De apostel des Geestes · p. 412–414

De wet

O, onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd, wien Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen geschilderd is?

Galaten 3 : 1 (Vert. NBG.)

Dat het met de dienst der wet uit moet zijn als men christen wordt, heeft Paulus het scherpst in zijn brief aan de Galaten uitgesproken. Wanneer men hem hier daarover hoort spreken, moet men zich de wet niet als een heel- of half-filosofisch begrip denken. Het gaat dan niet over een in de natuur of in de zede gewortelde verplichting. Dan zou de apostel zo nu en dan hebben kunnen wijzen op de raakvlakken, die er bestaan tussen de Wet en het Evangelie; tussen wat in onze harten altijd geschreven heeft gestaan en wat God ons geopenbaard heeft. Dat doet hij wel terloops in de eerste beide hoofdstukken van de Brief aan de Romeinen, waar zijn betoogtrant veel beschouwender is. Hier echter, in zijn Brief aan de Galaten, is de wet voor hem geen begrip, maar een macht, bijna een persoon, die hij tegenover de Christus der prediking stelt. Hij valt die wet aan, zoals een herder zich te weer stelt tegen een wolf, die de schaapskooi probeert binnen te dringen. Hij vraagt de Galaten, hoe zij zo onverstandig kunnen zijn om, terwijl de gekruisigde Christus hun voor ogen is gesteld, terwijl ze een geestelijk evangelie van de apostel hebben ontvangen, nu opeens, alsof zij betoverd waren, met die wet te gaan heulen (Gal. 3 : 1). De wet is hier een Anti-Christ. Wie een evangelie predikt met de wet als inhoud, die is vervloekt, al was hij ook een engel uit de hemel (Gal. 1 : 6-9).

Een zo krasse tegenstelling kan er slechts bestaan tussen twee goden, zoals tussen Jahwe en Baäl (1 Kon. 18). Paulus heeft haar in zijn eigen leven ook zo absoluut ervaren. Hij was een ijveraar voor de wet in een mate, die niet meer enkel zakelijk was. De geest der wet was in hem gevaren, zoals hij later één geest met Christus zou worden. Hij blies dreiging en moord (Hand. 9 : 1), zoals hij later met Christus de laagste plaats heeft aanvaard, als een ten dode gedoemde (1 Kor. 4 : 9). Deze twee levenshoudingen staan diametraal tegen elkaar over en zij zijn nooit en nergens met elkaar te verzoenen. En het is dit absolute verschil, dat kleur en karakter geeft aan het apostolaat van Paulus. Dat dit het geval is, daarvan is zijn Brief aan de Galaten het duidelijkste bewijs. Nergens heeft hij zó reformatorisch, zó zonder aanzien des persoons, zó zonder op iemand anders dan op God te letten, zijn zending ten uitvoer gebracht. Daarbij heeft hij alles op één worp gezet. Naar de aard van een jeugdige zendeling en in het eerste vuur van zijn aan Christus toegewijde liefde, heeft hij het resultaat van de prediking op zijn eerste arbeidsveld, Galatië, in de waagschaal gesteld. Het is zelfs waarschijnlijk dat de ervaringen, die hij daarbij had opgedaan, de hevigheid van het conflict en de nabijheid van Jeruzalem, die daartoe aanleiding gaf, er bij hem veel toe hebben bijgedragen zich van de ware aard van zijn apostolische roeping bewust te worden. Althans, de gemeenten, die hij later heeft gesticht, lagen alle buiten het bereik van de afkondigingen der mannen, die te Jeruzalem 'in zeker aanzien waren' (Gal. 2 : 6). Zijn ervaringen onder de rook van de moedergemeente hebben de apostel geleerd zijn roeping op de weg naar Damascus zozeer te verabsoluteren, als hij dat gedaan heeft in de eerste tien verzen van zijn brief aan de Galaten. En in verband daarmee heeft hij ook het universele karakter van zijn apostolaat leren zien. Hij moest naar Spanje, naar 't eind van de wereld. Hij is de apostel der heidenen.

Heel het apostolaat van Paulus en daarmee van de oecumene, de wereldkerk, hangt dus aan de tegenstelling met de wet. Men moet Romeinen 7 lezen, om te begrijpen hoe de apostel zelf inwendig en persoonlijk de strijd met die wet heeft uitgevochten en hoe hij daarbij aan het kruis van Christus gelijkvormig geworden is. De wet heeft hem gedood, zoals zij ook Christus aan het vloekhout heeft doen nagelen. "Naar onze wet moet Hij sterven", zeiden de Joden tot Pilatus (Joh. 19 : 7); en zo heeft de wet ook over Paulus geoordeeld (Rom. 7 : 10). Deze wet is een historische macht. Zij ligt niet ten grondslag aan de schepping en ook niet aan de roeping van het volk Israël. Abraham heeft onder de belofte geleefd. De wet is er later "bijgevoegd" (Gal. 3 : 19).

Maar het zijn juist deze bijkomstige verschijningen, die het mensenlot bepalen. Men kan de kerk ook plaatsen in het raam: Adam-Christus; Paulus doet dat een enkele maal. Maar dan worden haar trekken niet scherp genoeg bepaald. Beter is het, de middelaar van het oude verbond tegenover die van het nieuwe te plaatsen; Mozes tegenover Jezus; de Wet tegenover het Evangelie. En dan moet men weer het bijkomstige als punt van vergelijking nemen. De wet is natuurlijk op zichzelf wel goed (Rom. 7 : 12); zij is door Jahwe gegeven. De mens is ook goed en naar Gods beeld geschapen. Maar wat wordt er van een mens, die het goede wil doen (Rom. 7 : 19) onder deze wet, die heilig en goed is? Dat is de grote vraag, waar het op aankomt. Dat is het kwade bijkomstige. Tegen dit radicaal-bijkomstige, waaraan Israël is ondergegaan, is slechts één middel: het bijkomstige recht Gods, de vergeving der zonden; de genade door het kruis van Christus. Het is er in Israël bijgekomen als een ergernis voor de Joden. In Paulus' prediking stond het echter in het middelpunt, dit onbegeerde recht Gods. Wanneer Jezus onder de vloek komt aan het hout (Gal. 3 : 13), dan is de wet tot ongerijmdheid geworden; dan is ieder, die één geest met Hem is, voorgoed buiten het bereik van de misère, die het gewone leven onder de wet uitmaakt.

Dit bijkomstige ambt, waarvoor God zelfs terugbeefde, en dat Hij in het Oude Testament slechts aarzelend had in uitzicht gesteld, heeft Jezus op zich genomen. En Paulus verdedigt het in de Brief aan de Galaten met zijn anathema's.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Uit de lijstGestalte en GeestDe tempel →