O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Het Woord is vlees gewordenGestalte en GeestHet gerucht uit de hemelen →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel II · Boek 1: Gods gestalte · p. 245–246

De naam Jezus

En hij gaf Hem de naam Jezus.

Mattheüs 1 : 25 (Vert. NBG.)

Wij hebben eigenlijk in de evangeliën maar één kerstverhaal, dat van Lukas. Markus begint met Jezus' komst aan de Jordaan, toen Hij zijn ambt ging opnemen. Johannes doet hetzelfde, op een heel eigen manier. Mattheüs vertelt wat er aan de geboorte voorafging (1 : 18-25) en wat er dadelijk op volgde (2 : 1-12). Maar om een beschrijving van de geboorte zelve, zoals Lukas die heeft, zoekt ge tevergeefs. Alleen onze tekstwoorden, zoals ik die hierboven heb laten afdrukken, kunnen als een geboortebericht gelden. Het staat er zo verscholen tussen wat voorafging en wat volgde, dat ge er bijna overheen zoudt kunnen lezen. De omstandigheden van de geboorte worden geheel verzwegen; alleen wordt er gezegd dat het kind de naam Jezus ontving.

Er is in het clair-obscur van deze evangelist iets heel bijzonders. Alle licht valt op de naam Jezus. In het evangelie van Lukas komt de naam pas veel later dan de geboorte (2 : 21). Hier, bij Mattheüs, ligt de geboorte geheel in de schaduw van de naam. Geen herberg, geen kribbe - alleen die naam Jezus. Een van de kinderen der mensen, dat die naam ontving. Hij - dat is Jozef - gaf Hem die. Maar hij deed het op Gods bevel. Wij kunnen dus ook lezen: God gaf Hem die.

Dat is nu de blijde tijding, die ons op het kerstfeest in de oren klinkt; het hele Evangelie, saamgevat in die éne naam Jezus. Die naam heeft een klank gekregen in deze wereld en die klank heeft een volume aangenomen, die met geen andere te vergelijken zijn. Wij behoeven op dit feest niet dadelijk aan het theologiseren te gaan. Het mag wel - de evangelist Johannes doet het ook - maar het behoeft niet. Men kan ook volstaan met enkel naar die naam te luisteren. Mattheüs doet het ook. Men mag het op het kerstfeest ook alléén zeggen met die naam Jezus of Zaligmaker. Zoals men zalig mag worden alléén door het geloof. Al het andere valt dan weg: het lijden, de opstanding, de hemelvaart, zoals uit het kerstverhaal de herberg en de kribbe en de herders. En zoals uit het geloof de doop en de goede werken wegvallen. Er blijft dan voor deze keer alleen maar die naam Jezus over.

Zou dat niet een grote blijdschap, een diep gevoelde zaligheid kunnen betekenen? Zou dat niet een groot geloof kunnen bewijzen, die naam met een kinderlijke vreugde te noemen en hem op de rechte wijze te geven aan het kind dat ons geboren is?

Er zullen misschien velen geweest zijn, die van het Evangelie niet veel meer geleerd hadden dan die enige Naam, waardoor wij moeten zalig worden. Er zullen ook onder ons weer o zo velen zijn, die van het Evangelie niet veel meer hebben onthouden dan die naam Jezus. Zij hebben, als zij het kerstfeest willen vieren, geen tijd meer om vooraf de bijbel te bestuderen of te gaan catechiseren. Nu, zij mogen gaan luisteren naar de klank van die naam. Hij kan ook in hunne harten een volume krijgen zo groot, dat dat hart schier dreigt te bersten. Die naam heeft de eigenschap, dat alles wat er door uitgedrukt wordt zich daarin soms samentrekt. Ieder zal moeten toestemmen, dat dit met geen andere naam, die onder de hemel genoemd wordt, in die mate het geval is.

Het geheim van die naam wordt ons alleen enigszins opgehelderd, als wij er aan denken dat in de evangeliën de Vader in de hemelen zijn Zoon daarmee noemt. Daarin trilt de liefde van het grote Vaderhart. Al het andere, wat wij op het kerstfeest vieren, behoudt iets uitwendigs: de herberg, de kribbe, de herders, de engelen. Ook de geboorte zelve onderscheidt zich in dat opzicht nog van de naam, voorzover een aanspraak iets anders is dan een gebeurtenis. Mattheüs heeft deze beide het naast op elkaar betrokken.

Het kindeke wordt geboren en het wordt geheten. Het kerstfeest is om de geboorte; maar dat het kind door de Vader Jezus genoemd wordt, is eigenlijk het feest zelve. Dan krijgt de geboorte klank. Dan gaan de hemeldeuren open en wordt er overal grote blijdschap verkondigd.

Die naam Jezus is een streling van het kindeke in de kribbe; een streling met de Heilige Geest. Dan komt alles in het Vaderhart in beweging. Er is niets in dat hart wat daarbij niet meedoet. En alles wat er in de wereld gebeurt, is daarmee op de een of andere wijze verbonden. Het geloof moet leren de naam Jezus recht te noemen. Dat kan ook alleen door de Heilige Geest. Niemand kan Here Jezus zeggen, dan door de Heilige Geest (1 Kor. 12 : 3).

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Het Woord is vlees gewordenGestalte en GeestHet gerucht uit de hemelen →