O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← AdventGestalte en GeestDe wonderbare geboorte →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel II · Boek 1: Gods gestalte · p. 237–239

De Koning komt

Ik toch heb mijn Koning gezalfd over Sion, de berg mijner heiligheid.

Psalm 2 : 6 (St.V.)

Wij hebben in vroegere meditaties een lijn gevolgd, die heenwijst op een koning, die komt. Hij moest komen om recht te doen op de aarde. Want een ieder deed wat recht was in zijn ogen. Elk verhaal van schanddaden, die er toen geschiedden, kon beginnen op deze wijze: "Het geschiedde ook in die dagen, als er geen koning was in Israël, dat enz." (Richt. 19 : 1). De komst van zulk een koning was een noodwendigheid, waarvoor God als 't ware opzij ging. Want zij betekende tegelijk een verwerping van Hemzelf (1 Sam. 8 : 7). En toch wilde Hij, dat de koning gezalfd zou worden en droeg Hij dit op aan de profeet Samuël.

Dat het God ernst was met dat koningschap; dat Hij de drager daarvan niet met een half hart liet zalven; dat Hij niet jaloers was op zijn plaatsvervanger op aarde en dat Hij zich geheel achter hem stelde - dat leren wij uit de tweede psalm.

Hij staat aan het hoofd van de 'psalmen Davids', de psalmen 2-72. In ons lied horen wij, hoe God zich garant verklaart voor de Gezalfde, die Hij zijn zoon noemt. In de Hebreeuwse tekst hoort men in vers 5, bij wijze van klanknabootsing, de donder en de bliksem, waarmee de Here de vorsten der aarde verschrikt, om plaats te maken voor de heerschappij van die zoon.

Deze belangeloze aanneming van de koning Israëls tot zijn zoon; dit terugtreden, te zijnen behoeve, van God zelf op het wereldtoneel, vormt het geheimenis van het Oude Testament. In deze rechtszaak is God zelf de verliezende partij. Midden in zijn regering ziet de Allerhoogste een andere weg, waarin het recht op aarde zal zegevieren. De donder en de bliksem, waarmee Hij zijn vijanden in letterlijke zin verschrikte, toen er geen koning was in Israël, worden nu voortaan ontladen in een psalm, en deze psalm wordt gezongen in een tempel, en tot deze tempel gaat een gemeente op. En God gaat met zijn vroegere, werkelijke donder en bliksem hoe langer hoe meer wegschuilen uit de geschiedenis van zijn volk. Zelfs de donder en de bliksem in de koningspsalmen worden stiller, minder fel en hard, tot zij overgaan in het suizen van een zachte stilte (1 Kon. 19 : 12).

Psalm 72, de laatste der koningspsalmen, begint aldus: "O God, geef de koning uw rechten, en uw gerechtigheid de zoon des konings." En waaruit bestaat dit recht des konings? De psalm zegt het ons ook: "Hij zal de nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders de ellendige en die geen helper heeft" (vs. 12). Zo wordt God zelf niet alleen hoe langer hoe geduldiger en weerlozer, maar ook zijn zoon, de koning, en zijn rechten dienen steeds meer tot redding en hulp der verdrukten.

Zo wordt de aard van het koningschap veranderd door het terugtreden Gods. Wanneer hij, die dit ambt bekleedt, in moeilijkheden gekomen, straks omziet naar zijn God, dan is deze niet meer achter hem. Geen donder en bliksem staan de Zoon meer ter beschikking. En de verborgenheid van Gods afwezigheid in zijn eigen Rijk wordt het kruis en de kroon tegelijk van de koning, die God gezalfd heeft om te regeren op Sion, de berg zijner heiligheid.

Wie zich daarvan wil overtuigen en de afstand meten, die God achter zijn Zoon openlaat; wie de verlatenheid wil leren kennen, waarin deze geoefend moet worden, die lette op het gebruik, dat Elia nog van het hemelvuur maakt (2 Kon. 1) en de afwijzing daarvan door Jezus (Luk. 9 : 51-56). Daar ligt een lange weg tussen en het is deze weg, die wij Advent noemen. Advent is niet alleen maar een aantal eeuwen, veertig eeuwen, die wij in de vier adventszondagen kunnen zien afgebeeld, maar het betekent een diepe vernedering, een angstige scheiding, een verlies van legerscharen engelen (Matth. 26 : 53), die in de hemel achterblijven (Luk. 2 : 13).

Dit is nu het koninkrijk dat komt en met Jezus nabijkomt (Matth. 4 : 17). Als het een Koninkrijk der hemelen genoemd wordt, dan betekent dat heel iets anders dan wat wij er zo vaak van maken. Men zou moeten zeggen, dat alles waaraan wij denken, als wij de hemel noemen, hier afwezig is. Wij denken aardselijk van de hemel. Wij bevolken hem, als ik het zo mag zeggen, met God en de engelen en de zaligen. Maar als het Koninkrijk der hemelen nabij komt, als Advent de aardse bedeling wordt, als het Evangelie zijn loop heeft in de volheid der tijden, dan wijken de engelen terug. Zij zijn er alleen bij het begin en bij het einde als blijde geesten. En wanneer de koningstitel boven Jezus' hoofd staat aan het kruis, dan klaagt Hij, dat God Hem ook verlaten heeft.

Dit is de lange en diepe weg, die van het begin der koningspsalmen naar het einde leidt. Op deze weg worden de psalmen uitgelegd en Psalm 2 heeft de langste uitlegging van node, omdat hij aan het begin staat.

Advent moet ons leren, wat het zeggen wil, als God in onze tekstwoorden er een eed op doet, dat Hij zijn koning zal handhaven. Het moet ons zeggen, wat het lachen Gods betekent (Ps. 2 : 4), omdat wij daarvan ook niets aards mogen denken. Deze uitlegging door de Heilige Geest is de ware adventsprediking. Dan merken wij, wat het betekent, dat de Here zich liet verwerpen; wat de eed ter bevestiging van zijn Zoon tot koning wilde zeggen. De keerzijde daarvan vinden wij in Filippenzen 2 : 5-11. Daar staat een lied van vernietiging en vernedering, van vleeswording en kruisiging. Daar staat ook: hoe God lacht. Daar staat Hij niet met zijn donder en zijn bliksem achter zijn Gezalfde, om Hem aan zijn troon te helpen. Neen, Hij laat toe, dat deze zich vlak voor zijn ogen van zijn godgelijkheid ontdoet, om een andere weg der verhoging te zoeken. De gezalfde doet dat, tastende met zijn hand langs de psalmen Davids. Wanneer Hij de gebeden Davids (Ps. 72 : 20) doet, dan weten wij pas wat ze betekenen.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← AdventGestalte en GeestDe wonderbare geboorte →