O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Gestalte en GeestGestalte en GeestHet sacrament →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel 1 · Boek 1: Over de toppen des levens · p. 183–185

Deel 1

Boek 1: Over de toppen des levens

De dolende ridder

De Here nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal

Genesis 12 : 1 (St.V.)

Men kan Abraham niet uitbeelden. De beste pogingen daartoe, waarbij men zijn geloof heeft willen zichtbaar maken, lopen er op uit, dat er een Don Quichotte te voorschijn komt. Er zijn trouwens treffende overeenkomsten tussen het boek Genesis en het meesterwerk van Cervantes. Om te beginnen kan men gerust zeggen, dat men ze beide altijd weer kan lezen. Ze vervelen nooit. Men behoeft ook niet voorin te beginnen. Overal waar ge ze opslaat, zijt ge er dadelijk middenin; precies zoals ge elke morgen, als ge opstaat, weer dadelijk middenin uw leven zijt. Van het begin tot het eind is er schepping in deze boeken en de almacht, die daarvoor nodig is, verslapt nergens.

Het is wel merkwaardig, zoals deze beide dolende ridders op elkaar lijken. Het allereerste wat opvalt is hun dolen. Zij hebben "geen blijvende stad" (Hebr. 13 : 14). De roeping van Abram, zoals die in ons tekstwoord is meegedeeld, is permanent. Hij moet blijven zwerven en komt niet tot rust. - Een tweede, wat ons onmiddellijk daarna treft, is hun bijna volmaakte onbaatzuchtigheid. Zij leven vorstelijk, royaal. Vorstelijk en royaal bovenmate is het gebaar, waarmee Abram zijn neef Lot van zich laat gaan (Gen. 13 : 9). Onbaatzuchtig schier boven het menselijke klinkt het, als hij, na een overwinning, weigert ook maar een draad of een schoenriem uit de buit te nemen (Gen. 14 : 23). Ook in bijzonderheden is er overeenkomst tussen de oosterse en de westerse ridder. Niettegenstaande hun 'aloofness' slaan ze er plotseling op in, als het in de poppenkast dezer wereld wat al te raar begint toe te gaan (Gen. 14). Ze weten nooit goed waar ze zijn, hier of in het land dat God hun wijzen zal. Deze dingen lopen hun een beetje door, ofschoon zij soms ineens weer uitstekende diplomaten zijn bij hun omgang met de inboorlingen van de streek, waar ze zich bevinden (Gen. 23).

Vreemd, zoals twee werelden naast elkaar kunnen bestaan. Wie zijn land en zijn maagschap verlaat, omdat hij geroepen wordt, merkt dat hij niet in het ledige terecht komt. Er is nog allerlei anders dan men van huis uit denken zou. Gij kunt zelf ook anders zijn dan gij waart en zijt, zodat gij u straks zelfs als een ander ontmoet. Don Quichotte groeit onder de pen van Cervantes. Wat deze laatste spelenderwijs begon, wordt in zijn boek tot ernst.

Het leven van Abraham gaat geheel uit naar dat andere land, dat God hem wijzen zou. Wij lezen van hem eigenlijk geen levensgeschiedenis. Het is een verhaal van zijn geloof. Als levensgeschiedenis kunt ge er met een kogel doorheen schieten. Heel anders dan bij zijn kleinzoon Jakob. Abrahams leven kennen wij slechts als skelet. Hij doet niets dan scheiden. Scheiden van zijn vader; van zijn neef Lot (Gen. 13 : 9); van Hagar (Gen. 21). Wat zijn dat voor ledige ruimten, die daartussen ontstaan? Hoe zal men ze noemen?

Daarom kan men geen gesneden beeld van hem maken, bijna evenmin als van God (Exodus 20: 4). Wie het zou willen doen, moet er wat Babel inbrengen, of wat Sodom, zoals dat bij Lot gebeurt (Gen. 19).

Zo vult Cervantes de leegten in het leven van zijn held met wat Spanje en wat Moren. Maar bij Abraham mag zoiets juist niet. Dat is de conditie van zijn geloof.

Laten wij eerlijk zijn en zeggen, dat wij bang zijn van zulk een leven. De moderne beeldhouwkunst gaat proberen ons zulke figuren toch te laten zien. Zij laat de ledige ruimten bestaan en geeft enkel het skelet. Misschien is dat een vorm van geloof. Het kan ook zijn, dat het zonde is tegen het tweede gebod. Wij bevinden ons zeer duidelijk tussen twee werelden. Wij zijn, als Abraham, uit ons land en uit onze maagschap en uit ons vaders huis gegaan en wij moeten gaan naar het land dat God ons wijzen zal.

Voorlopig vinden wij het een 'enge' gedachte om, weder als Abraham, slechts zeker te zijn van het bezit van een graf (Gen. 23); alweer een ledige ruimte. Abraham had er vrede mee. Hij was zich bewust van de dynamiek van deze leegten in zijn leven. Hij wist, dat God leegten nodig heeft om te kunnen scheppen en dat het met het geloof evenzo gesteld is. Daarin vond hij de moed om steeds weer te scheiden. Abraham heet de vader der gelovigen. "Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet" (Hebr. 11 : 1). Het is dus niet raadzaam deze leegten, die ons verschrikken en die ons verhinderen van het leven een vriendelijk beeld te maken, met iets anders op te vullen. Zij staan heel nauw met het geloof, met God in verband.

Vragen wij ons af, wat het voor Abraham betekend zou hebben, als hij bij zijn familie in Syrië gebleven was (Gen. 11 : 31). Of als hij met Lot in het Siddim-dal was gaan wonen (Gen. 13 : 10). Maar neen, hij wilde zelf niet kiezen; dat moest God doen. Die zou hem het land wijzen. En zo bleef Abraham in het ledige; dat is in het geloof. ⚑Daardoor is Abraham een tweede Adam geworden. Met hem begint een tweede schepping, een tweede mensheid. Men kan ook zeggen, dat met hem de bijbel begint. Genesis 1 - 11 noemen wij meestal voorgeschiedenis. De dynamiek, die in de geschiedenis van Israël zit, ook nog in onze dagen, staat daarmee in verband.

Abraham, die geroepen werd om in elk opzicht afscheid te nemen van het verleden en die zich daartoe bereid toonde, had zijn ziel, zijn geloof, hoop en liefde aan de belofte, aan de toekomst verpand. Een eeuw lang wachtte hij op een zoon, Izak. En dan verder heet het volk Israël de zoon (Hos. 11 : 1). En eindelijk, dadelijk in het eerste vers van het Nieuwe Testament, is Jezus de zoon van Abraham. Alle drie wonderbare geboorten, in toenemende mate, uit het ledige, uit het geloof, uit God.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Gestalte en GeestGestalte en GeestHet sacrament →