O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← OndergangGestalte en GeestLegitimiteit →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel 1 · Boek 2: Gestalte en Geest · p. 224–226

Abigaïl

De man heette Nabal en zijn vrouw Abigaïl. De vrouw had een goed verstand en was schoon van gestalte, maar de man was hard en ruw in zijn optreden.

1 Samuël 25 : 3 (Vert. NBG.)

De eerste ronde van het krijgerspel tussen David en Saul is met hoofdstuk 24 afgelopen. David heeft in een spelonk Sauls leven gespaard en deze heeft dan Davids meerderheid erkend en zich bij diens toekomstige koningschap neergelegd. Bij hoofdstuk 25 begint een tweede ronde, die weer op soortgelijke wijze verloopt. Weer spaart David Sauls leven en weer belijdt Saul Davids toekomst. Dan komt het einde.

Onze tekstwoorden staan in de prachtige episode van David, Nabal en Abigaïl. David zwerft in de woestijn Maon, ten zuidoosten van Hebron. Daar woonde de rijke Nabal, die drieduizend schapen en duizend geiten weidde. Hij is bezig de schapen te scheren. Hij profiteert van de omstandigheid dat David daar met zijn zeshonderd mannen rondtrekt. Een der knechten zegt, dat David als een muur om hen heen is geweest (vs. 16). Daarom laat deze aan Nabal, bij gelegenheid van het feestelijke scheren der schapen, een geschenk vragen voor zich en zijn mannen. Nabal geeft een hard en ruw antwoord (vs. 10 v.). Waarop David in heftige toorn besluit hem en zijn hele huis uit te roeien. Hij trekt met vierhonderd man op de schapenscheerders los.

Op dat ogenblik komt Abigaïl op het toneel. "Zij had", zo lezen wij in de nieuwe vertaling, "een goed verstand en was schoon van gestalte." Deze vertaling wil mij niet helemaal bevallen. Zij is in ieder geval beter dan de Leidse, die spreekt van "een scherp verstand". Maar beter dan beide is de Statenvertaling, die had: "de vrouw was goed van verstand en schoon van gedaante." Het gaat er in de Hebreeuwse tekst niet over, wat deze vrouw had, maar wie zij was, van binnen en van buiten. Het verstand, dat hier bedoeld is, was geen bijkomstig werktuig, geschikt om er een akte mee te halen. Het was een wezenlijke deugd van haar hele persoon, die haar in staat stelde koningen advies te geven en op hun wegen te doen omkeren. Er is parallellie tussen dit verstand en de gedaante. Er staat ook niet, dat zij een schone gedaante of gestalte had. Neen, zo uiterlijk en toevallig stond het er niet mee. ⚑Zij was schoon van gestalte. Die gestalte trad uit haar wezen noodwendigerwijze naar voren en imponeerde ieder die haar ontmoette. Die gedaante was ook een deugd, evengoed als het verstand. De Septuagint brengt dit tot uiting door beide keren, zowel bij de gestalte als bij het verstand, het woord 'goed' te gebruiken.

Daarom prefereer ik hier verre de Statenvertaling.

En dat is niet enkel een literaire puzzle, maar het gaat om het gehalte van het bijbelse verhaal.

Wij hebben ons ervoor te hoeden, dat verhaal tot een soort feuilleton te maken en daarbij de prettige leesbaarheid tot norm te kiezen. Zij is inderdaad interessant, deze ontmoeting van de roverhoofdman David met de pientere en knappe herderin, en men kan, als men haar onder de aandacht brengt van onze bijbelschuwe generatie, in verleiding komen dat interessante te accentueren door het aanbrengen van enkele daarvoor geschikte toetsen. Maar dan gaat de profetie in die geschiedenis verloren. Het is bekend, hoe groot het gevaar is, dat de bijbelse geschiedenis, als vertelling, dat effect zal hebben. Dit gedeelte van de boeken Samuël gaat over de komende koning (1 Sam. 16 : 13). De een na de ander valt Davids verkiezing bij. Ook Saul tot tweemaal toe, tegen wil en dank, zoals wij aan het begin van onze meditatie zagen. Hier zien wij nu deze herdersvrouw hetzelfde inzicht betuigen. "De Here zal voor mijn heer zeker een bestendig huis maken", zo spreekt zij tot David (vs. 28). Die belijdenis maakt zij tot een grond voor haar bede tot David, om haar man en haar huis te sparen. "Als nu de Here... u tot vorst over Israël aanstelt, dan zal het mijn heer niet tot een struikelblok of zijn hart tot een aanstoot zijn, dat mijn heer zonder oorzaak bloed vergoten en zichzelf recht verschaft zou hebben" (vs. 30 v.). David zou dan Abigaïl misschien ook tot vrouw genomen hebben, zoals hij deed na Nabals versterven. En men zou gezegd hebben, dat hij met die bedoeling Nabal en zijn huis had uitgeroeid. Zulk een daad die later, in het geval van Bathseba (2 Sam. 11), op de hoogte van zijn macht, zijn troon schokte, zou bij het begin daarvan een struikelblok en een aanstoot zijn geworden, die zijn troonsbestijging had kunnen verhinderen. Door haar ingrijpen heeft Abigaïl meegewerkt aan Davids bestemming. Zij heeft die niet alleen beleden, maar ook bevorderd.

Zij was een koninklijke figuur, niet door geboorte, zoals Michal, maar door een gave, die ten nauwste verbonden was met haar wezen. David drukt dat zo uit: "Geprezen zij uw verstand en gezegend zijt gij zelf' (vs. 33). Dit verstand kan hier beter "raad" (St.V.) of "doorzicht" (Le.V.) heten. Het is niet scherp, maar breed; Abigaïl heeft het niet, maar zij is het zelf. Zij doorziet de samenhang der dingen en draagt zelve de verantwoordelijkheid daarbij. Deze vrouw heeft verstand van een koninkrijk en haar houding drukt dat uit. ⚑Wat hier een goed verstand heet, wordt later door David aan zijn zoon Salomo toegewenst (1 Kron. 22 : 12). In Psalm 111 wordt dit woord als synoniem van wijsheid gebruikt (vs. 10). Deze is het resultaat van het betrachten van de vreze des Heren. In 2 Kronieken 30 : 22 staat het voor de liturgische vaardigheid van de Levieten in de dienst des Heren. Heel vaak heeft het woord een bredere zin en heeft het zijn samenhangen met de heilsopenbaring.

Trouwens, dit hele verhaal ademt de tegenstelling van wijsheid en dwaasheid, die later in de chokma-literatuur zo naar voren is gekomen.

Nabal is een dwaas, wat zijn naam ook betekent (1 Sam. 25 : 25). "Hij is een man van niets, men kan met hem niet spreken" (vs. 17). Hij kon uit Psalm 14 weggelopen zijn. En daartegenover is Abigaïl een vrouw van wijsheid en profetisch doorzicht. Met dat laatste, het profetische, is echter tevens een grens getrokken. De tegenstelling van wijsheid en dwaasheid is in de boeken Samuël nog niet zo kerkelijk en liturgisch begrensd als dat later in de chokma het geval kon worden. Zij staat nog meer in het leven, in de politiek, in de strijd om de gerechtigheid. Deze wijze vrouw staat op de hoofdweg van het komende Koninkrijk, het Godsrijk, en zij bereidt mede de weg voor Jezus Christus, de Zoon Davids.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← OndergangGestalte en GeestLegitimiteit →