Lukas 23 : 17-25
Gebed:
Onze Vader, die in de hemelen zijt! Wij bidden U om Uw Heilige Geest, dat die ons leide in alle waarheid. Wanneer wij horen de prediking van 't vlees geworden Woord, wil dan door die Geest het geloof in onze harten werken. Doe ons door dat geloof aanschouwen de Man der smarten, die de krankheid onzer ziel gedragen heeft. Wanneer wij op Hem zien, vertrouwen wij dat Gij onze zonden wilt vergeven. Dan gevoelen wij, hoe het leed uit ons leed wordt weggenomen en dat het kruishout de bitterheid uit ons leven trekt.
Geef dat wij mogen oefenen de gemeenschap der heiligen, waardoor wij ons één weten met de hele gemeente van Christus, daarboven en hier beneden. Laat het verborgen leven Uwer kerk ons verbinden met ons Hoofd en onze Heer, zodat onze schulden door Hem worden weggedragen en de wonden onzer ziel geheeld. Dan zullen ook wij Hem belijden en wij zullen Uw naam eer geven. Amen.
Lukas 23 : 17-25
Jezus' weg in deze wereld leidt steeds meer in de diepte. De schaduwen vallen al donkerder op z'n pad. Vergelijk maar eens het begin van het Evangelie met het einde. Bij z'n geboorte is het alsof de hemeldeur even openstaat en grote lichtbundels op deze donkere aarde vallen. En als Jezus begint te leren aan de zee van Tiberias dan speelt dat licht nog om Hem heen en de mensen komen gaarne in dat schijnsel staan. Twaalf jonge mannen, z'n discipelen, hebben alles verlaten, om daarin te wandelen. Jezus' opgang naar Jeruzalem echter, het einde, is een wandelen in het dal der schaduwen des doods (Ps. 23 : 4). Het is of het graf al van verre de muil openspert om Hem te verslinden. Z'n jongeren vluchten van Hem weg, nadat een Hem heeft verraden. Donkere figuren verschijnen op z'n weg. Een van hen is Barabbas, de doodslager, die Pilatus naast Jezus stelt bij z'n verhoor.
Als wij beiden naast elkaar zien staan, herinneren wij ons die oude gewoonte op de Grote Verzoendag der Joden. Dan werden twee dieren genomen, waarvan het ene geofferd en het andere vrijgelaten werd. Het lot moest beslissen, wie van de beiden gedood en wie losgelaten zou worden. Hier staan Jezus en Barabbas en achter hen de overpriesters en het volk, en Pilatus werpt beider lot op de stemming van de bewogen menigte. Een van beiden moet ten dode gewijd, de ander in de wereld teruggezonden worden. De één moet in het recht in Gods handen vallen, de ander zal onder de mensen terugkeren. De één zal z'n werk en loop hier op aarde volbrengen en de ander zal nog eens weer het leven kunnen beginnen. Wie van de beiden zal het ene, wie het andere deel verkrijgen? Hoe zal het lot, dat in de schoot van deze blinde menigte geworpen wordt, vallen? Jezus of Barabbas? Zal Jezus onder de mensen terugkeren en Barabbas ten dode gewijd worden? Zullen er straks op Golgotha drie moordenaars gekruisigd worden en zal Barabbas daarvan de middelste zijn en niet Jezus? En zal Jezus straks naar Galilea terugkeren? Zullen de doodsschaduwen weer van z'n pad wijken, evenals ze gekomen zijn en heeft Maria, toen ze Hem zalfde ten onrechte z'n begrafenis zien naderen (vgl. Joh. 12 : 1-8)?
Wij weten: het lot wordt in de schoot geworpen, maar de uitkomst daarvan is van de Here. Zou het hier anders zijn? Is het nu alleen de keus van de Joden en de schikking van de vreesachtige Pilatus? En moeten we hier slechts klagen over de verblinding van mensen, die een Heilige konden verwerpen en een doodslager verkiezen? Of toornen tegen de stadhouder, die het recht niet weet te handhaven? Men kan het doen, als men wil. Ook zo heeft deze ontzaglijke geschiedenis haar lering. Waar wordt de verdwazing van een opgezweepte mensenmenigte ons duidelijker getoond dan voor Pilatus' rechterstoel? Waar komt de haat van een fanatieke priesterschap meer aan het licht? Nergens ter wereld. En nooit is de rechtsverdraaiing, waartoe aardse rechtspraak in staat is tegenover geestelijke bewegingen en beginselen, duidelijker gebleken. En wie zien wil, hoe de keuze van het onwedergeboren hart uitvalt, als de laatste beslissing moet vallen tussen God en wereld, die kan hier wereldwijs worden.
Maar dit alles is het hart en de hoofdzaak niet van ons tekstverhaal. Dat voelen we als we nog eens duidelijk en langzaam vragen: Zal Barabbas gekruisigd worden en Jezus losgelaten worden? Zal het 'kruis hem!' der wereld de boosdoener of de Heilige toegeroepen worden? Zal de middelste der moordenaars op Golgotha ook een moordenaar zijn? Zal Jezus of Barabbas straks uitroepen: Het is volbracht (Joh. 19 : 30)? Als we zo vragen, dan klaart de duisternis van dit toneel voor Pilatus op. Dan verstaan we dat in het lot dat de stadhouder hier werpt tussen die beiden, als hij de blinde hartstocht laat beslissen, toch Gods heilige raad volbracht wordt. Dan weten we dat Jezus niet ten onrechte gebeden heeft: Uw wil geschiede (Lk. 22 : 42)! En dat Maria geen ongelijk had, toen ze Jezus zalfde tot een voorbereiding van z'n begrafenis.
Hij moest hun op het feest één loslaten (vs. 17). Zo midden in de lijdensgeschiedenis krijgt dat woord een profetische betekenis. Het is niet toevallig, dat deze gewoonte bestond. Even herinnerde ik er reeds aan, toen ik het liet zien in het licht van de oude instelling op de Grote Verzoendag. Die heenwijzing van een eeuwenoude wet wordt hier tot waarheid. Jezus en Barabbas hebben eeuwenlang hun schaduw geworpen op het Joodse volk, telkens als naar dit oude gebruik werd gehandeld. - Nu zien wij de ware betekenis, nu het niet meer een paar onnozele dieren zijn, maar nu de Heilige en de doodslager naast elkander staan. Een van beiden moet losgelaten worden. Dat is een eeuwige wet. Het is de wil Gods. In de raad Gods kan het niet anders. Heiligheid en zonde, liefde en haat, schuld en verzoening worden tegen elkander op de weegschaal gelegd. Een van beide moet het zwaarste wegen. - Onschuld en bloedschuld zullen naast elkaar worden gesteld en een van beide moet vrijgesproken worden. Aan deze noodzakelijkheid kan Pilatus zich niet onttrekken. Maar dit geldt niet alleen voor de stadhouder. Ook de Joden moeten kiezen. Pilatus wentelt de beslissing van zich af op het volk. En achter het Joodse volk staan de andere volkeren der wereld en altijd blijft de keuze noodzakelijk. Een van beiden moet losgelaten worden.
Hiermee zijn de strijd en het lijden der wereld aangewezen. Het is al heel vroeg begonnen in het paradijs, toen er gekozen moest worden tussen de boom des levens en de boom der kennis des goeds en des kwaads en het eindigt in het boek der Openbaring als het Lam en het beest tegen elkaar over staan. Daartussen gaat de keuze door tot alle mensen en achter die keuze de dood. Ook het volk voor Pilatus roept het uit: Zijn bloed kome over ons en onze kinderen (Mt. 27 : 25). 't Is of ze willen zeggen: Wij weten het wel, dat de dood op onze keuze volgt, maar wij kunnen niet anders. Als een van beiden moet losgelaten, dan niet de Heilige, maar de man die heeft gegeten van de boom der kennis des goeds en des kwaads, zoals wij.
De wereld deinst ervoor terug zichzelf te veroordelen. Wie de Heilige kiest, die veroordeelt zichzelf. Wordt Jezus losgelaten, dan moet de zondaar sterven. Wordt de onschuld vrijgesproken, dan moet de bloedschuld geboet. - En dan ziet men gebeuren, wat de evangeliën ons beschrijven, dat Jezus wordt veroordeeld en Barabbas losgelaten. Als het dan niet anders kan, als het moet, als er één moet losgelaten en ook maar één, dan kiest het volk Barabbas en in Barabbas zichzelf. Laat Jezus dan sterven en laten zij leven. Al komt zijn bloed dan ook over hen en volgt de dood de keuze van Barabbas op de hielen, dat is van later zorg. Nu willen ze leven, het oordeel kome later. Eén kan er slechts worden losgelaten. En het antwoord dat de mensheid bij monde van de Joden gegeven heeft is: Laat ons Barabbas los! En op de vraag wat er met Jezus geschieden moet, is geroepen: Kruis Hem, kruis Hem (vs. 21). - Dat is er met de Zoon geschied, doch wij behoeven maar Hebreeën 11 te lezen om te zien, dat de dienstknechten, de profeten, evenzo zijn verworpen. De keuze is niet alleen nu, maar altijd zo gevallen. De Heilige wordt Gode overgegeven en gewijd in de dood, en de kenner van goed en kwaad wordt losgelaten om weer rond te gaan onder de mensenkinderen. ⚑Zo is de wil der wereld, die ze te kennen geeft met een geroep, dat steeds geweldiger wordt (vgl. vs. 23). En de Heilige wordt overgegeven tot hun wil (vs. 25).
Dit alles geeft een kijk op de wereld, die we alleen in de nabijheid van het kruis kunnen verkrijgen. Dan wordt het verborgene openbaar. Hier kan ieder zichzelf leren kennen, en de wil des mensen, waaraan Jezus is overgegeven, wordt in z'n wezen ontdekt. Maar het toneel voor Pilatus heeft ook een andere zijde. Ogenschijnlijk wordt hier de mensenwil doorgedreven. Met geweldig geroep, 's mensen zin doorgezet. Maar intussen geschiedt de wil Gods zonder geroep en zonder dat Jezus zijn mond opendoet.
Het is ook Gods wil, dat de Heilige zal worden gewijd ten dode en Gode overgegeven in de Geest en dat de doodslager, de kenner van goed en kwaad, zal worden losgelaten. Dat is de keerzijde van het toneel voor de stadhouder. - Hoe wonderlijk is deze raad Gods vervlochten met de loop der geschiedenis en de beslissingen van mensen. Wat dezen ten kwade denken, heeft God ten goede gedacht. God bevestigt het vonnis van de onrechtvaardige rechter en Hij laat de wil des volks, waaraan Jezus door Pilatus wordt overgegeven, geschieden. - Het is ook Gods vonnis, het vonnis van de Vader - hoe is het mogelijk? -, dat de Heilige, de onnozele, de onbesmette zal worden overgegeven in de dood en dat de schuldige, de besmette zal vrijuitgaan. Het is ook Gods wil - de wil des Vaders, die in de hemelen is -, dat de Zoon de drinkbeker zal drinken, waarvan Hij gebeden had, dat die Hem mocht voorbijgaan; en dat de doodslager zou terugkeren in het land der levenden.
Hoe kunnen beide zo overeenstemmen: de wil des mensen, met luid geroep verkondigd, dat Jezus zal gekruisigd worden en de raad des Heren, die zwijgend wordt volbracht? Wiens wil heeft Jezus straks volbracht als Hij uitroept aan het kruis: de wil des volks, waartoe Pilatus Hem overgaf, of de wil des Vaders, waaraan Hij zich biddend had onderworpen? De wil des Vaders heeft Hij volbracht. Geen wonder dat Paulus uitroept in de Romeinen-brief: O diepte des rijkdoms beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn zijn oordelen en onnaspeurlijk zijn wegen (Rom. 11 : 33)! De wil des volks en de wille Gods worden tegelijk volbracht. De raad van de haat van Farizeeën en schriftgeleerden, waarmee de lijdensgeschiedenis begint een paar dagen voor Jezus' kruisiging, wordt opgenomen in de eeuwige raad Gods, die van eeuwigheid vaststond. Wat mensen ten kwade dachten, had God ten goede gedacht.
Tenslotte hebben wij in de lijdensgeschiedenis de openbaring van Gods liefderaad te zien. De oude profeten Israëls hadden daarin reeds een diepe blik geslagen. Lees maar Jesaja 53: "De straf die ons de vrede aanbrengt was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden" (Jes. 53 : 5). Dan wordt deze vreselijke historie van haat en rechtsverkrachting een openbaring van de hoogste liefde en het hoogste recht. De Heilige wordt ten dode gewijd, Gode overgegeven in de Geest, Gods wil wordt door Hem volbracht.
Eén moet er losgelaten worden, maar het is niet de onschuldige. De schuldige gaat vrijuit, de zonden worden vergeven, de last wordt weggedragen. Hoe kunnen, zo vragen we bij het kruis van Christus, hoe kunnen Gods wil en raad zo geheel alles verkeren en wenden van kwaad tot goed? Hoe kunnen een slechte wil en een volmaakte en heilige wil tezamen volbracht worden? Hoe kan eenzelfde geschiedenis van beneden of van boven gezien zo geheel anders gelezen worden?
Dat is de troost van het Evangelie. En dan zien wij dat het slechts schijnbaar steeds donkerder wordt in het Evangelie. De lichtbundels, die bij Jezus' geboorte vielen op de aarde, zijn niet onderschept door de schaduwen des doods en der hel. Maar het licht schijnt steeds dieper, in steeds donkerder plaatsen, tot dood en graf, zonde en schuld zijn overwonnen.
Laten we zo Jezus volgen met onze gedachten, met de aandacht onzer ziel. Slechts achter Hem is onze weg veilig. Wie omziet als de vrouw van Lot en terug wil in de wereld achter hem, wie met Barabbas wil losgelaten worden om tot de mensen in te keren en in hun handen te vallen, die is verloren. Met Christus moeten wij gekruisigd worden om met Hem te kunnen opstaan. Hij zal ons waarlijk vrijmaken.
Dankgebed:
Wij loven U, o God, wij prijzen Uw naam, omdat Gij in Jezus Christus Uw raad des vredes hebt bevestigd. Gij draagt alle dingen door Uw Woord en openbaart Uw goedheid en barmhartigheid in deze wereld te midden van het rumoer der volkeren en het geweld dergenen, die U haten. Gij zult alle dingen aan Jezus' voeten onderwerpen. Gij verzoent onze schuld en Gij volbrengt Uw wil ook dan, wanneer onze zondige wil Uw werk schijnt te verstoren.
Open Gij steeds meer onze ogen voor de heerlijkheid van Uw Evangelie, dat ons gepredikt wordt, opdat wij ons afwenden van onze eigen wegen en ons in Christus naar U keren, waar onze vrede en ons heil bereid zijn en Uw werk is volbracht van eeuwigheid. Amen.