8. De taak der besturen in 19221
Voor de besturen in de Hervormde Kerk ligt dit jaar een gewichtige en moeilijke taak. Zeker, de Raad van beheer is belast met de uitvoering van het Reglement op de traktementen. Deze bevoegdheid is echter slechts administratief. De besturen zullen de punt er af moeten bijten. Voor de afwikkeling dezer gehele affaire en voor de toekomst onzer kerk zal er veel van afhangen hoe zij hun taak opvatten.
In vele opzichten is het moment van historische betekenis. Bestuur en beheer komen door dit reglement in een nieuwe verhouding. De scheiding van deze beide, die te kwader ure bij de kerkhervorming haar beslag kreeg, wordt er niet door opgeheven. Ook grijpt de kerk niet in het beheer in. Maar wel treedt de kerk met verhoogd zedelijk besef tegenover de beheerswereld op.
Het bewustzijn dringt hoe langer hoe meer door dat het ellendig is dat de kerk zo ongelijk gepaard is. De kerk behoort moreel voorop te gaan. Haar geest, haar methode moet mobiel zijn tegenover haar taak. Bij elke beweging echter vindt ze zich belemmerd door het eigenaardige tweeling-instituut, waaraan ze gekoppeld is. Een geest en een methode, die op elk ander terrein reeds lang zijn verlaten, voeren hier een luguber, lang-overleefd bestaan. En naar de wil en de gril van dit macabere wezen is de kerk verplicht haar bewegingen te regelen. Aan deze Shylock is het lichaam der kerk verkocht, naar oud contract, als weleer dat van de koopman van Venetië. En daaraan is niets te doen. Een contract is een contract en recht is recht. Of zal misschien eerst de vrouw op de kerkelijke planken moeten verschijnen, om aan onze getabberde heren duidelijk te maken, dat aan de kerk het bloed niet mag worden afgetapt, ook geen enkele druppel? We hopen, dat in onze besturen, al zijn het voorshands maar mannen, die daarin zitting hebben, iets van de geest van Portia zal blijken gevaren te zijn.2
Zoveel willen we maar zeggen, dat ook bij alle kwesties van recht en oud recht, een zedelijke houding mogelijk en geboden is en van invloed kan zijn op onze rechtsbeschouwing. De kerk geeft tekenen van verhoogd zedelijk besef tegenover de beheerskringen en zij moet daartegenover een houding aannemen, waarin haar eigen geestelijke waardigheid tot uitdrukking komt. Niets zou fataler zijn, dan wanneer men zich liet belezen om door zuiver formele redeneringen de geest en de methode uit beheerskringen op eigen terrein te introduceren. De besturen hebben het leven en de geest der kerk te beschermen.
Dit zal wel niet mogelijk zijn zonder conflicten. Maar waar ter wereld maakt men geschiedenis zonder conflicten? Hier behoort geest tegenover geest te staan en liever dan dat men goedmoedig de mammonistische geest in de kerk vrij spel zou laten, zou men moeten riskeren dat een tijdelijke stagnatie in de gang van zaken voor aller ogen het onmogelijke van de toestand duidelijk maakte.
Deze taak zal voor de besturen te belangrijker zijn, daar men voor elk besluit of uitspraak geen steun zal vinden in de letter van het reglement. Trouwens dat is ook niet nodig. De rechter of bestuurder zet tot op zekere hoogte het werk van de wetgever voort. Elke wet eist interpretatie. En elke uitspraak schept een antecedent. Ook daarbij hangt veel af van de geest en de houding, die men aanneemt. Ik denk hierbij aan de kwestie van de ligger.3 Wanneer het reglement een minimum-aanvangstraktement eist, moet dat dan op de ligger voorkomen? Het reglement zegt het niet met zoveel woorden. Maar het bedoelde traktement dient toch ergens vastgelegd te zijn. Een salaris is geen vrije jaarlijkse gift, maar een som, waarop men aanspraak kan maken. En voor deze vastigheid is de ligger de aangewezen plaats. Derhalve zijn gemeenten, waar na 1 januari 19224 de ligger geen minimum volgens 't reglement aanwijst, in gebreke.
Zo zullen er dit jaar tal van kwesties rijzen, waarin de besturen zich zullen hebben uit te spreken. Mogen ze zich daarbij van hun roeping bewust zijn, om, zich uitsluitend oriënterend aan humane en christelijke opvattingen, het reglement te helpen uitvoeren of waar hun de middelen daartoe ontbreken, door het aannemen van een eigen houding er toe mee te werken de kwestie van bestuur en beheer uit de juridische in de zedelijke sfeer te brengen. Op dat terrein is ze voor oplossing niet geheel onvatbaar.