49. Stellingen over kerkorde1
1. De kerk heeft tweeërlei taak: prediking en ordening van het leven met het oog op de eeuwigheid. Uit deze beide bestaat de ware katholiciteit. De gereformeerden hebben dat beter verstaan dan de luthersen.
2. De vraag om herstel van een nationaal-gereformeerde kerk is in vele gevallen meer romantisch2 dan bijbels.
3. Daartegenover hebben Kerkherstel en Kerkopbouw zich samen te bezinnen op de verhouding van geloof en leven in de situatie waarin wij ons nu bevinden. Uit die bezinning zal een nieuw ontwerp moeten geboren worden.
4. In de nieuwe kerkorde zal de belijdenis niet simplistisch3 mogen zijn; niet mogen uitwijken voor de vragen des tijds. Haar ruimte ligt in haar uitgesprokenheid en toepasselijke bijzonderheid, haar tijdelijke zakelijkheid. Wat men geest en hoofdzaak noemt, is een abstractie. Het kerkelijk reglement moet verwijzen naar de belijdenis in actie.
5. Maar dat geldt ook voor de kerkorde in engere zin. Het presbyteriale mag geen abstractie zijn. De vorm der kerkregering moet zich weten aan te passen. De kerkelijke aardrijkskunde behoort geestelijk te zijn en bekendheid te tonen met de wijzigingen in het mensenleven.
6. Daarom mag ook de tucht niet aan het partijwezen georiënteerd zijn. Ook in dit opzicht mag de kerk zich niet laten bepalen door de kaart van het land.
Het hoger plan4 dat wij zoeken is geen parlement van partijen, maar de kerk zelve.
Differentiatie kan nooit ideaal zijn.5⌫ En ze mag geen cultureel belang worden.
7. De geestelijke nood is zo groot dat de kerk daartegen wel niet opgewassen zal zijn als ze zich geen nieuwe organen schept. Ze heeft dat in iedere eeuw gedaan. De hulpgemeente, in welke vorm dan ook, is de proef op de som of Kerkherstel romantisch zal zijn of katholiek-gereformeerd.